De oorlogsperiode - Enkele voorvallen

 

 

 


(foto: Bundesarchief)

 

Majoor Wolk (boven) was de verbindingsofficier van de bevelhebber van de Ordnungspolizei. Hij controleerde de politiekorpsen in Brabant en was tot juni 1941 de Duitse liaison voor de procureur-generaal, een functie die vanaf juni 1941 door een NSB’er wordt bekleed.
Hij was ook aanwezig bij de installatie van N.S.B.-er Pulles als burgemeester van Eindhoven. 

Maandelijks werden er rapporten opgemaakt die bestemd waren voor de "Befehlhaber der Ordnungspolizei" in Den Haag. Een afschrift van die rapporten (onder) werden ook maandelijkse naar Majoor Wolk gestuurd.


met dank aan Jan de Waal     Eindhoven4044

Na de oorlog kwam de Eindhovense politieman Wim van Alphen bij de P.R.A. (de Politieke Recherche Afdeling)

C.Verhagen was een politie-officier in Den Bosch. 

Hij bekleedde o.a. de volgende functie's:

  • hoofd politieke recherche voor het district Den Bosch
  • hoofd politieke recherche afdeling collaboratie in Noord Brabant
  • hoofd recherche commissie opsporing oorlogsmisdrijven in Noord Brabant
  • wnd. commissaris van politie Den Bosch.

Naar aanleiding van een publicatie in het weekblad "Accent" van 16 april 1977 schreef C.Verhagen het onderstaande waarin hij onder andere refereert aan  die rapporten. Kennelijk om aan te tonen dat het overgrote deel van de Eindhovense politie zich gedurende de oorlog vaderlandslievend had gedragen. 

met dank aan Jan de Waal     Eindhoven4044
 

In de avond van 5 oktober 1942 was de Staatsmijn Maurits te Lutterade  gebombardeerd. In de nacht van 5 op 6 oktober kreeg een detachement van de Eindhovense Politie bevel daarheen te vertrekken per autobus om assistentie te verlenen. Van dat verlenen van assistentie is niet veel gekomen.

 Na een rede van majoor Wolk konden ze weer naar huis. Het detachement had echter nu de uitwerking van een bombardement gezien. Details mbt. het bombardement op de mijn. 

Wolk keert pas enkele maanden voor de bevrijding van Brabant terug naar Duitsland. Als het aan hem had gelegen was dat veel eerder gebeurd, zo illustreren documenten uit het Bundesarchiv in Berlijn. In 1942 al heeft Wolk zich gemeld voor de SS, dan nog een vrijwilligerskorps. Reichsführer Himmler heeft hem pas in juni 1944 nodig, in Erfurt.

In zijn promotieonderzoek constateert de Bredase historicus Joop Bakker dat Wolk een felle nazi is, die stevig greep wil krijgen op de Brabantse politiekorpsen. (bron: twanvandenbrand.nl/

Op zondag 6 december 1942 des middags omstreeks half één, deed een honderdtal Mosquito's een aanval op de Philipsfabrieken.
Een groot aantal brisant- en fosforbommen werd afgeworpen en een groot deel van de Philipsfabrieken werd verwoest.  Bovendien werden ongeveer 200 woningen verwoest of beschadigd, alsmede de Catharinakerk en een gedeelte van het ziekenhuis aan de Vestdijk. Eindhoven telde zeer veel doden onder haar burgers. Ter nagedachtenis aan deze ramp is er in Eindhoven het monument "Operation Oyster" opgericht.

 

boven bidprentje van enkele slachtoffers van het bombardement.


"De Eindhovense Politie heeft zich tijdens en na de luchtaanval bijzonder van haar taak gekweten en hier en daar uitstekend werk met gevaar voor eigen leven verricht" schreef de Hoofdcommissaris in zijn verslag en dit was inderdaad de waarheid.

Voor de slachtoffers werd een bedrag van fl. 252.- onder de politiemannen verzameld, dat aan de N.V.D. werd gegeven. Na dit bombardement was er zoveel werk aan de winkel voor de politie, o.m. identificatie van de lijken, registreren van goederen, afzettingen en ontruimingen van  straten en wijken bij het ruimen van ontelbare blindgangers, dat er een maand lang van eigenlijke surveillance geen sprake was.

Bombardement Philips

De Philipsfabrieken werden in de avond van 30 maart 1943 weer gebombardeerd, nu door een negental vliegtuigen.
De aanval was voornamelijk gericht tegen de gedeelten Emmasingel en Willemstraat.
Behalve grote schade bij Philips werd een 60-tal woonhuizen getroffen.
Weer werden 23 burgers gedood en velen gewond.
Door bemiddeling van de Luchtbescherming werden 60 dakloze gezinnen ondergebracht in openbare gebouwen en bij particulieren.
Ook bij het bestrijden van de gevolgen van deze luchtaanval speelde de politie samen met Brandweer en Lucht bescherming haar rol.
In juni 1943 werden politiemannen aangewezen als hoofd van de verschillende vakposten der Luchtbeschermingsdienst. 
In geval van lucht alarm dienden zij zich rechtstreeks naar het hun aangewezen vak te gaan en de leiding op zich te nemen.
Ook op de hoofdpost was bij luchtalarm een politieofficier aanwezig om van daaruit de politie aanwijzingen te geven.

De N.S.B.-sinterklaas

Op 4 december 1943 zou -nu echter een N.S.B.- Sinterklaas zijn intrede doen.
Nauwelijks was hij echter op de Markt aangekomen, te midden van voor het grootste gedeelte grote en kleine N.S.B.-ers, of de sirenes, weer hun angstaanjagend geloei lieten horen.
Een ware paniek ontstond en Sinterklaas moest hals over kop een goed heenkomen zoeken. Men begrijpt dat er van verdere feestviering niets is gekomen en dat een en ander koren was op de molen van het grootste gedeelte van Eindhovens bevolking.
In het voorjaar van 1944 ging er bijna geen dag voorbij zonder luchtalarm, soms meerdere malen per dag, zoals op 22 april liefst vier maal.
In de Philipsfabrieken was de regeling dat als er luchtgevaar was, “vooralarm” gegeven werd. De gehele fabriek stroomde dan leeg. Men kan zich voorstellen dat er van werken onder deze omstandigheden weinig of niets terecht kwam.

Het aantal arrestanten aan het Hoofdbureau was zodanig groot, dat er voor nachtverblijvers geen plaats was. (noot: Tot eind zestiger jaren was het mogelijk –als je geen onderdak had- op het hoofdbureau te blijven slapen. Er was een aparte ruimte voor mannen waarin een aantal stapelbedden was geplaatst. Dat werd ‘nachtverblijf’ genoemd.)
Te beginnen in maart 1944 werden deze nachtverblijvers ondergebracht in de vakpost Eindhoven van de Luchtbescherming, gevestigd in het toenmalige gebouw "Katholiek Leven" aan de Wal.
Herhaaldelijk werden in deze periode treinen met bommen bestookt of beschoten, zodat de diensten vaak waren gestremd en de treinen uren en uren te laat binnenkwamen.
Men kon in die tijd wel zeggen, op welk tijdstip het politiepersoneel dat vrij had, de stad per trein verliet, maar niet wanneer het zou terugkeren.
Dit had tot gevolg, dat men, vooral in de nachtdienst, dikwijls met onderbezetting te kampen had.
Kwam een trein binnen na het uur van de avondklok, dan kregen de reizigers van of vanwege de stationschef een briefje, waarmede zij dan ongehinderd hun woning konden bereiken.

Luchtaanval vliegveld

Op Maria Hemelvaart 1944 werd een grote luchtaanval uitgevoerd op het vliegveld. Bommen en brandende fosfor regenden neer.
Een bom kwam terecht op het plein bij de St.Trudokerk die daardoor zwaar werd beschadigd.
Op 3 september 1944 viel een zestal bommen achter een perceel aan de Zeelsterstraat en een op de hoek Geertruidenbergstraat - Bergen op Zoomstraat, zonder echter al te veel schade aan te richten. Ondanks dat er niet al te veel schade werd aangericht leidde dit bombardement tot een ongekende ramp voor het gezin van een Eindhovense politieman.

Het vliegveld werd op 10 september 1944 weer gebombardeerd.
Ook nu nog worden nog regelmatig blindgangers aangetroffen die moeten worden geruimd.
Getuige het aantal bomkraters op de foto links zijn er dat nog al wat.
Op 11 september 1944 begonnen de Duitsers stelselmatig alle voor de oorlogsvoering bestemde installaties te vernielen, vermoedelijk in verband met het valse bericht van het vallen van Breda. Zodra de Duitsers de gebouwen hadden verlaten die ze tot dan in gebruik hadden gehad, begon de bevolking deze te plunderen, o.a. de gebouwen van de Theresiaschool aan de Bredalaan en Goorstraat, alsmede het Jeugdstormhuis aan de Keizersgracht. Ook in dit gebouw is de Hoofdpost van de Luchtbescherming gevestigd geweest.

Het bombardement op 19 september 1944

Nadat op 18 september 1944 de stad in feestvreugde was geweest vanwege de bevrijding kwam de 19 september, één der donkerste dagen in de Eindhovense geschiedenis. Tegen de avond ging het gerucht dat een Duitse tankformatie een aanval zou doen op de stad om te trachten door te breken. De rood-wit-blauwe vlaggen die bijna twee dagen hadden gewapperd, werden ijlings ingehaald. Omstreeks 8 uur 's avonds tegen de schemering werden een massa lichtkogels boven de stad uitgeworpen en daarna begon een bombardement dat ongeveer een half uur duurde. De bommen werden blijkbaar lukraak over de gehele stad uitgeworpen. Een munitie colonne in de Hertogstraat raakte tot overmaat van ramp ook nog in brand. Toen het bombardement was geëindigd leek de hele stad één vuurzee. De droeve gevolgen?
Dit bombardement kostte Eindhoven 177 doden. De stoffelijke overschotten werden bijeengebracht bij een school aan de Thijmstraat om te worden geïdentificeerd.(boven)

Piet van Soerland was samen met Staal, van Hees en Heskens (vlnr) belast met identificatie doden bij:

  • bombardement 6-12-1942 (136 doden)
  • bombardement 30-3-1943 (23 doden)
  • bombardement 19-09-1944 school Thijmstraat (177 doden)

Gevolgen van andere bombardementen en oorlogshandelingen:

  • 25 tot 30 doden vielen er bij het bombardement op 30 maart 1943
  • Bij de oorlogshandelingen (de Orchideeënstraat) op 12 oktober 1944 vielen 10 doden en 11 doden bij die van16 december 1944
  • een V-1 sloeg in op de hoek Kruisstraat - Gildelaan, waarbij 8 huizen werden vernield en 200 beschadigd
  • Een week later, 23 december, vielen twee bommen op de vroegere Demer en twee op de Kruisstraat. Drie burgers en twee militairen werden hierbij gewond.

Op 25 september 1944 werd weer een gerucht verspreid en nu, dat Eindhoven door de Duitsers was omsingeld en dat de stad weer zou worden gebombardeerd. Hoewel dit gerucht de stemming van de bevolking drukte, heeft het toch niet zo'n uitwerking gehad als op 14 juni.

Verder stond rondom de stad en de Philips fabrieken het Duitse afweergeschut, zoals nabij het station bij de Nieuwe Bogert, bij de Marconilaan, in Strijp tussen de St.Trudokerk en de kerk van de Paters Capucijnen, in de nabijheid van de IJzeren Man, evenals op de daken van diverse Philipsfabrieken (zoals hierboven op de Philipstoren aan de Emmasingel) en andere hoge gebouwen, o.a. Baekers en Raymakers, Vroom en Dreesmann.
Bovendien reden de Duitsers bij tijd en wijle met afweergeschut door de stad, waarbij ze vanuit woonwijken het vuur op overtrekkende vliegtuigen openden.

Feest Philips

Op 23 mei 1941 maakte de Directie van de NV. Philips bekend dat een extra loon van twee weken zou worden uitbetaald wegens het 50-jarig bestaan van de N.V., en dat het personeel om vier uur ‘s-middags naar huis mocht. Om half twee was er echter zo'n feestvreugde dat in plaats van om 4 uur al om twee uur vrijaf gegeven werd. De feestvreugde uitte zich door de Directie een "Lang zal zij leven" toe te zingen en daarna kwamen al gauw allerlei nationale liederen. Er ontstond (in oorlogstijd wel te verstaan) een verkapte Oranjeviering.

De joodse firma De Wit op de Demer, deelde eveneens in de feestvreugde en gooide met handenvol oranje feestmutsen, nationale vlaggetjes, en andere feestartikelen naar buiten.
’s Avonds om 6 uur arriveerde een bataljon Ordnungspolizei uit Tilburg met veel vertoon in de stad en werd een bevel uitgevaardigd dat iedereen ‘s avonds om 8 uur binnenshuis moest zijn. Die avond zijn, na 8 uur, enkele honderden personen aangehouden en tot de volgende morgen vastgehouden in een school aan de Don Boscostraat.

De oorzaak hiervan was:

  • het optreden van de foute politieman Van Dijk, (die met een mes in zijn arm werd gestoken;
  • dat aan de bagagedrager van de fiets van hoofcommissaris Willem Dijs (ook fout) een grote oranje strik werd bevestigd;
  • dat de N.S.B.-leiding de zaak verdraaide;