GEMEENTEPOLITIE EINDHOVEN

brinkman-raeven

De eerste en de laatste korpschef van het korps Gemeentepolitie Eindhoven.
Gerrit Brinkman (l) en Huub Raeven.
Zij symboliseren het begin en het einde van de Gemeentepolitie Eindhoven.

Deze website is gemaakt door Peter van de Wal 
Met deze website tracht hij een beeld te geven over de geschiedenis van het korps Eindhoven waarvan hij van 1964 tot 2006 deel uitmaakte.
Het korps Gemeentepolitie Eindhoven startte bij de annexatie van Eindhoven met de omliggende gemeenten in 1920 en eindigde toen de Nederlandse politie in 1994 werd geherstructureerd en er een einde kwam aan de korpsen van de Gemeentepolitie en de Rijkspolitie.
In 2018 werd de site geïntegreerd in de website van de Stichting Eindhoveninbeeld.com waarvoor ik hen zeer erkentelijk ben.




Niets van het  op deze website geplaatste materiaal mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, via internet, intranet of welke wijze dan ook, noch worden opgenomen in een geautomatiseerd gegevensbestand, zonder voorafgaande expliciete schriftelijke toestemming van de webmaster en eventuele andere rechthebbenden.

 

Veldwachter Driek van de Wal

Een van de oud politiemensen van Eindhoven was de broer van mijn grootvader.

Driek van de Wal
DRIEK VAN DE WAL
1883-1940
Driek van de Walakte van aanstelling
Driek werd geboren in Oirschot op 12 februari 1883.
Op jonge leeftijd stond Driek ergens in het veld te werken toen de burgemeester van Oirschot voorbij fietste.
Dat deden burgemeesters toen nog.
Hij stopte en vroeg aan de jonge Driek (begin 20) wat hij van plan was om in de toekomst voor werk te gaan doen.
Driek antwoordde dat hij waarschijnlijk 'in het hout' wilde gaan. Daarmee bedoelde men toen werken in ontginningen en in de bossen. Dat was wat zijn familie voornamelijk deed. De burgemeester vond dat maar niks en zei: "Da's toch zonde. Zo'n stevige jonge vent. Zou je niets iets voor de politie voelen?"

burgemeester van MensDriek dacht erover na wat er in resulteerde dat hij op 4 december 1906, op 23 jarige leeftijd in Eindhoven, werd aangesteld als agent van politie met een jaarsalaris van fl. 575,--.


Of het zijn van "een stevige jonge vent" de enige aanstellingseis was, is me niet bekend.
Uiteraard werd die aanstelling toen ook op schrift gesteld (boven rechts) en ondertekend door de toenmalige burgmeester van Eindhoven: van Mens.(links)

 
 
kranteartikel over driek van de wal
 
 
 
 
In 1915 haalde hij de krant door een illegale vleeshandelaar te betrappen. Links het betreffende artikel.
Klik op de afbeelding voor vergroting.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
groepsfoto veldwachters
Deze foto is gemaakt voor het oude stadhuis aan de Rechtestraat in Eindhoven. Vermoedelijk rond 1907 aangezien Driek van de Wal (4e van links) in december 1906 is aangesteld (23 jaar oud).
De trappen voor het stadhuis waren toen, zoals u kunt zien, nog niet afgebroken. Dat gebeurde wel in maart 1930.
Uiterst rechts Insp. Van Dorsselaar met naast hem Van de Leij.
De anderen zijn me jammergenoeg onbekend.
trouwfoto
insp. van Dorsselaar
Linders
 
 
 
 
 
 
 

Hij trouwde op 13 augustus 1909. Volgens de huwelijksakte was een van de getuigen Johannes Fransiscus van Dorsselaar. Op het eerste gezicht niet zo apart ware het niet dat hij inspecteur van politie was en chef van het Eindhovense korps. Let wel: het Eindhoven van vóór de annexatie. (boven midden)
Ook was een van zijn collega's getuige, de agent van politie Bernardus Linders die in 1945 door oorlogshandelingen is omgekomen. De annalen vermelden dat "hij is gestorven voor Koningin en Vaderland." (boven rechts)
 
 eerste koprs van (oud) woensel
Driek was ook werkzaam bij het eerste korps van Woensel (boven), onder leiding van hoofdinspecteur De Poorter.
zittend vlnr: den Brok, van den Broek, de Poorter, Wouters, van de Vorst
staande vlnr: van Boven, Jansen, Driek van de Wal , Peters, Nijenhuis, Bergsma en Hoppenbrouwers.
 

 
 
 
 
akte van aanstelling 1921burgemeester verdijkIn 1921 werd hij benoemd tot agent van politie in de nieuwe gemeente Eindhoven. De annexatie was een feit en Stratum, Woensel, Tongelre, Strijp, Gestel en Eindhoven waren een gemeente Eindhoven.
Burgemeester Verdijk (r) was de nieuwe burgemeester en zijn handtekening stond dan ook onder de akte van benoeming. Zijn 'jaarwedde' bedroeg fl.2033,20.
klik op afbeelding voor vergroting
 
 Driek met zoon Theo
In 1921 werd zijn 6e kind geboren, Theo, met wie hij hier enkele jaren later trots poseerde tijdens een fietstocht.
  afscheid hip. van Dorsselaar 1923
In 1923 nam zijn chef -hoofdinspecteur van Dorsselaar- afscheid, een van de getuigen bij het huwelijk van Driek van de Wal. De bovenstaande foto is gemaakt bij gelegenheid van dat afscheid bij het bureau aan de Dommelstraat.

zittend vlnr:
Bruin-Van ded Broek-ip.Van der Laan-CvP Brinkman-Dorsselaar-Ten Haaff-Minnaert-Vermeulen-Hendriks-Verkaart.
1e rij staand vlnr:
Giel Baken-Van Keulen-Stuyvenberg-Van Soerland-Knabben-Eftink-Van Dommelen-Van Veen-Kuijs-Schreuder-Duisters-Van Wanrooij-Antonissen-Hurkmans-Van de Wiel-Van den Biggelaar.
2e rij staand vlnr:
Sprokholt-Aarts (administratie)-Duvigneau-Driek van de Wal-Hoppenbrouwers-Van Ingen-Werkhoven-Buteijn-Van der Leegte-Klessens-Roks-Foolen
3e rij staand vlnr:
Nijenhuis-Van de Leur-Wils-Verhagen-Wernaert-Smits-Senders-Van Summeren-Vink-Brok-Van Esch-Van Hoek.
Op 1 januari 1927 werd Driek bevorderd tot agent van politie 1e kasse.
Zijn weekloon bedroeg toen fl.45.--
Dat 'bedrag' was opgebouwd uit fl.36,-- wedde en fl.9,-- kindertoeslag. In december van dat jaar werd zijn 8ste kind geboren. Het negende en laatste volgde in 1932. Voorwaar geen vetpot voor een 11 leden tellend gezin.

voorstel tot strafopllegingOp een bepaald moment vond Driek het kennelijk geen stijl dat hij 8 uur aan een stuk moest werken, getuige een gevonden document waaruit blijkt dat door de commissaris aan de burgemeester werd voorgesteld om hem te bestraffen met intrekking van 2 verlofdagen.
De commissaris vond dat een terechte straf omdat, zoals hij in zijn brief aan de burgemeester van oktober 1920 schreef: temeer omdat hij zich verantwoordt met te verklaren dat hij 8 uren aaneen dienst doen te zwaar vindt en zich blijkbaar gerechtigd achtte in diensttijd eigendunkelijk in een bierhuis uit te rusten onder het genot van een paar glazen bier.
Klik op afbeelding voor vergroting
 
25 jarig ambtsjubileum Driek van de Wal
In 1931 was Driek 25 jaar bij de politie. Diverse collega's, waaronder commissaris Brinkman, brachten hem hulde bij zijn woning aan de Rijnstraat in Acht.
Hij was toen 48 jaar oud en had dus een gezin van 8 kinderen. Zijn weekloon was op 1 juli van dat jaar vastgesteld op fl.44,-- met daarboven fl.4,40 kindertoeslag en (per jaar) fl.50,-- kledinggeld.
1: Inpsect. Ten Haaf, 2: Commissaris Brinkman, 3: Inspect. Van Keulen, 4: Willem van der Leegte, 5: Verweij, 6: Van de Leur (ook veldwachter in Acht geweest. Zijn zoon Leo heeft later ook bij de politie Eindhoven gewerkt) 7: Driek Senders, 8: Van Vugt, 9: Van de Wielen, 10: Van Alphen, 11: Frits Gossink, 12: Sjef van den Biggelaar, 13: Jan Klessens.
A. van de Leur (veldwachter in Acht)
 
retraite
Het was in die tijd de gewoonte om af en toe op retraite te gaan. Ook Driek heeft daar diverse keren aan deelgenomen. Destijds ging men dan naar Huize MANRESA in Venlo. Op de foto zijn te herkennen:
1: Willem Raap
2: Klinkenberg
3: Janssens
4: Kok
5: Rinus van Rooijen (de lange pliesie)
6: Driek van de Wal
7: Bote van der Werf
Wanneer de foto is gemaakt is niet precies te zeggen maar vermoedelijk 1939. Van der Werf was toen nog niet in Eindhoven. Dat zou nl. pas na de oorlog gebeuren (1944)
Gezien het uiterlijk van Driek van de Wal is deze foto gemaakt kort voordat bekend werd dat hij ziek was.
 
retraite
zittend vlnr: Janssen - Kuijf - Verhagen - Pater van Michem - Franken -Janssens - Vink - Driek van de Wal
Staande middelste rij vlnr: Sprokholt - van de Kolk - Kok - Van Rooijen
Achterste rij vlnr: Buijs - Nico Kuijpers - Willem Raap - Klinkenberg - Berben - Schreuder.
Deze foto is in vermoedelijk in 1938 gemaakt.
 
voorstel tot keuringbrief van de pensioenraadontslagbrief

Klik op de afbeeldingen voor vergroting
 
In 1939 werd hij zo ziek dat voor hem een keuring werd aangevraagd. (boven links) Later zou blijken dat hij maagkanker had.
Uit een brief van de pensioenraad van januari 1940 (boven midden) blijkt dat is vastgesteld dat de ziekte tot gevolg heeft dat hij niet meer geschikt is om zijn dienst uit te voeren en dat de ziekte niet het rechtstreeks gevolg is van zijn werk. Dan volgt op 30 januari van dat jaar het voorstel (boven rechts) om Driek met ingang van 1 maart 1940 eervol ontslag te verlenen. Dezelfde burgemeester die hem aanstelde (Verdijk) tekende nu ook zijn eervol ontslag.
 
brief aan de officier van justitie
Uit een brief van 8 februari 1940 aan de officier van Justitie te 's Hertogenbosch (links) blijkt dat men toen al wist dat hij niet meer zou genezen. Uit de brief blijkt dat hij al is afgekeurd en dat hij op 1 maart 1940 zal worden ontslagen. Daarom kan hij niet als getuige voorkomen.Het is onbegrijpelijk voor de familie dat men een vader van zo'n groot gezin ontslaat op een moment dat men weet dat hij niet lang meer te leven heeft. Een van zijn dochters (Maria) die ik in 2007 kort voor haar 89ste sprak, gaf dat aan. Het had een grote impact op het gezin. 67 jaar na dato kon ze daar nog steeds geen begrip voor opbrengen dat men iemand ontsloeg die aan maagkanker leed en waarvan bekend was dat hij nog maar heel kort te leven had. Negatieve financiële gevolgen voor zo'n groot gezin waren het gevolg. klik op afbeelding voor vergroting
 gezin van de wal
Waarschijnlijk is deze foto gemaakt kort voordat Driek van de Wal overleed en dus nadat hij was afgekeurd.
Links in de luie stoel zit Driek van de Wal.
Op de voorste rij zitten vlnr: Harry van de Wal - Thea Strijbosch - Ria van de Wal - Netty van de Wal - Clarry van de Wal
Op de rij daarachter vlnr: Riet Strijbosch - Dorry van de Wal - Annie Strijbosch - zuster Deodata (schoonzus van Driek-zus van zijn vrouw Clara Teunissen) -  Corry Strijbosch - Ria Strijbosch 
Opa Teunissen -  Dora Strijbosch-Teunissen - Francien van de Wal - Theo van de Wal - Clara van de Wal - Teunissen.
Helemaal achteraan Toos Strijbosch en Marietje van de Wal
 
 gezin driek van de walgraf driek van de wal
Driek van de Wal overleed slechts enkele maanden na zijn eervolle ontslag (afkeuring)
In 2010 was zijn graf nog aanwezig op de begraafplaats in Acht.
bidprentje ome driek

De oorlogsperiode

 

oorlog schalkhaar westenbergkazern
De Duitsers wensten een nieuwe generatie politiemensen te kweken, die in de Duitse nazi-sfeer opgeleid en dienovereenkomstig geïndoctrineerd waren.
Voor dit doel richtte men twee nieuwe opleidingscentra op: de Politie Officieren School te Apeldoorn en het Politie Opleidings Bataljon te Schalkhaar. (boven)
'Schalkhaar' werd berucht als het symbool van het nieuwe type van de onvaderlandslievende, nazi-achtige politieman, hetgeen niet altijd terecht was.
Veel jonge mannen zagen via het Opleidings Bataljon een kans om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen.

 SchalkhaarVoor 1990 was er nog nooit een gedegen onderzoek of werk gepubliceerd over de groep die in Schalkhaar opleiding heeft genoten. Ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Rijksuniversiteit te Leiden schreef J.J. Kelder een proefschrift "De Schalkaarders" dat hij op 1 november 1990 verdedigde. (ISBN 90-204-1988-9 Veen uitgevers)Dit uitgebreide proefschrift laat zien dat het niet zo eenvoudig was om een juist oordeel over de groep te vellen en iedereen over een kam te scheren. Het gaat te ver om dit proefschrift in zijn geheel weer te geven vandaar de verwijzing naar het isbn-nummer voor degenen die belangstelling hebben in het complete verhaal.

 

Hieronder een deel van zijn eindconclusie.

exercitie in SchalkhaarHet is kortom te gemakkelijk om bij het thema 'collaboratie van de Nederlandse politie' uitsluitend aan Schalkhaarders te denken.
Ook de gewone politie maakte deel uit van Rauters politiebedrijf. Er zijn in feite heel wat parallellen tussen de in dienst gebleven p.o.b.-ers en hun niet-Schalkhaarse collega's die steeds hun taak bleven verrichten. Het blijft natuurlijk mogelijk, dat Schalkhaarders herhaaldelijk intensiever zijn ingezet bij de uitvoering van Duitse opdrachten. Ook is wellicht het aantal nationaalsocialisten of sympathisanten van de nieuwe orde onder de p.o.b.-ers groter geweest dan bij de gewone politie.
Toch zegt het etiket 'Schalkhaarder' niet alles.
Het hoeft niet te betekenen dat betrokkene de Germaanse groet heeft gebracht: dat geldt alleen voor degenen die na 10 oktober 1942 bij het p.o.b. een cursus volgden.
Het houdt niet automatisch in, dat men nooit eerder bij de politie had gewerkt: ook talloze politiemannen die al een functie bij de politie bekleedden, bezochten de school voor een bij scholingscursus.
Het impliceert geenszins, dat men nationaal-socialist was of werd, zoals het ook niet betekent dat men altijd trouw alle Duitse opdrachten heeft uitgevoerd.
Het betekent niet, dat men bij een gesloten eenheid was ingedeeld en als dat wél het geval was, dan is daarmee nog niet meteen gezegd, dat men dus ook een bruut optredende zwarte Tulp is geweest. Het gemeenschappelijke 'oorlogs verleden van p.o.b.-ers bestaat hieruit, dat zij een cursus volgden of een baan aanvaardden bij een op nationaalsocialistische leest geschoeide instelling, op zichzelf natuurlijk reden genoeg voor een collectieve zuiveringsmaatregel. Voor het overige laat de term 'Schalkhaarder vrijwel evenveel mogelijkheden open als de omschrijving 'politieman in de bezettingstijd'.

 

d.m. de jaeger Negen jaar na bovenbedoeld proefschrift, op 26 februari 1999,  promoveerde de Eindhovense oud commissaris D.M. de Jaeger (l) op het proefschrift 'De houding van de Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog in de grote steden van Noord-Brabant'. (ISBN 90-6663-041-8, f 45)

De Jaeger: "Het oordeel over het functioneren van de politie tijdens de oorlog is in het algemeen niet erg gunstig. Veel mensen beschouwden de politie als verlengstuk van de bezetter.Het beeld is veel genuanceerder dan in sommige standaardwerken wordt geschetst. Vooral in de reeks van Lou de Jong komt de politie er bijzonder slecht van af. Dat oordeel was vaak gebaseerd op zeer emotionele gebeurtenissen, zoals de jodenvervolging, de arrestatie van onderduikers en het optreden tegen zwarthandelaren.
In het westen van het land is het optreden tegen de joden veel radicaler geweest. Bovendien heersten daar de specifieke omstandigheden van de hongerwinter. De Jong heeft zijn vernietigende oordeel voornamelijk gebaseerd op gegevens uit het westen van het land. Maar de rol van de Amsterdamse politie was een heel andere dan die van de politie in Brabant. Het beeld dat de politie in heel Nederland niet deugde, is te kras. Er zijn genoeg politiemensen in Brabant geweest die tijdens de oorlog geen enkele keer in aanraking zijn gekomen met joden.
Mijn conclusie is dat het merendeel van de politie niet beter, maar ook niet slechter heeft gefunctioneerd dan andere beroepsgroepen tijdens de bezetting. Terwijl ze wel in aanzienlijk moeilijker omstandigheden moesten opereren. Natuurlijk, er zaten ook aperte fouten in het politie-apparaat, die op verraderlijke wijze hulp verleenden aan de vijand. Maar het is onterecht om dit het hele politiekorps aan te rekenen.
De politie werkte  met een onduidelijke opdracht. Het beeld bestaat dat de politie meewerkte met de bezetter. Maar daar was niets onoirbaars aan.
Al in 1937 had de regering de aanwijzing gegeven dat ambtenaren bij een vijandelijke bezetting op hun post moesten blijven in het belang van de bevolking. Pas als zou blijken dat de belangen van de bezetter meer gediend werden - dus als het eigenlijk naar collaboratie ging rieken - moest de functie worden neergelegd.
Dat was een vreselijk dilemma voor de politiemensen en andere ambtenaren. Want waar lag het omslagpunt? Als ze nou bij de ambtseed ook trouw aan de Führer moesten zweren, dan was het duidelijk geweest. Maar dat gebeurde niet.
De inpalming van de politie ging stapje voor stapje. Het omslagpunt werd voor veel politiemensen eigenlijk pas bereikt met de april-mei-staking in 1943.
Het overgrote deel van de politiefunctionarissen had sympathie voor de stakers. Maar ze kregen wel de opdracht om krachtdadig op te treden, geen waarschuwingsschoten te lossen en onmiddellijk raak te schieten zonder aanzien des persoons.
Desondanks is, zo merkt ook De Jong op, voor zover bekend nimmer raakgeschoten.
Dat deze opdrachten niet werden uitgevoerd, wijst erop dat ook binnen de politie-organisatie het lijdelijk verzet groeiende was. Het trieste van het verhaal is echter dat de meeste joden toen al waren gedeporteerd.'

De rol van de gewone politieman is bij de deportatie van joden beperkt geweest. De opsporing en arrestatie van ondergedoken joden werd vooral uitgevoerd door speciaal geselecteerde politiefunctionarissen die deel uitmaakten van de zogenoemde Politieke Politie, of die bij de Sicherheitspolizei waren gedetacheerd. Met name deze kleine groep apert foute politiefunctionarissen, die merendeels pas tijdens de bezetting in dienst waren getreden, hebben gezorgd voor het slechte imago van de politie.

Daarnaast had je de mannen van de Arbeidscontroledienst. Die liepen in dezelfde uniformen als de politie en schoten op alles wat bewoog. Ze hebben in Den Bosch eens een bakkerij omsingeld op zoek naar onderduikers.
De bakkersknecht werd pardoes doodgeschoten. Dat soort incidenten bepaalde het beeld.
Maar er waren ook politiemensen die meewerkten met het verzet. Of die orders net een dag te laat uitvoerden, waardoor mensen op tijd konden vluchten. Of huiszoekingen met de ogen dicht verrichtten, waardoor niets verdachts werd gevonden.Het merendeel probeerde er slechts het beste van te maken. Ze hoorden niets en ze zagen niets. Net als de meerderheid van de bevolking."

Drs. Ad de Beer, als historicus gespecialiseerd in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Tilburg, schreef ondermeer over het boek van de Jaeger:
Bijzonder heikel is het om een beeld te vormen, op basis van wetenschappelijk onderzoek, van ´De houding van de Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog´, zoals D.M. de Jaeger dat doet, 'in de grote steden van Noord-Brabant' .
Binnen de wetenschappelijke wereld bestaat nog steeds de gelegenheid om op wat afstandelijke wijze over deze problematiek te discussiëren en genuanceerde oordelen te geven. Daarbuiten wordt de onderzoeker dikwijls geconfronteerd met vastzittende ongenuanceerde oordelen en beelden die zich niet laten beïnvloeden door onderzoek en genuanceerd denken.
Of zoals iemand in volle overtuiging mij eens verklaarde: 'Een NSB´-er is zonder meer fout.'
En het is de vraag of deze emotionele houding zal uitsterven met het uitsterven van de generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt.
Ik betwijfel het, omdat generaties ook emotionele inzichten aan elkaar overdragen, en dat gebeurt niet via de weg van het verstand en op grond van verstandelijke argumenten.

politie bat adam 1 web politie battaljon amsterdam 2 web
klik of de afbeeldingen voor vergroting

Hierboven de originele lijsten van zowel de 1e als de 2e compagnie van het politie battaljon Amsterdam met daarop de namen van de Eindhovense politiemannen die in Schalkhaar werden opgeleid.
Zij moesten voor straf voor 3 maanden naar Schalkaar omdat ze tijdens de exercitie Oranje gezinde liedjes hadden gezongen.
Het alternatief om niet te gaan was het concentratiekamp.
Bovendien hadden kopstukken van de ondergrondse sommigen (waaronder Frans Kieft) het advies gegeven toch te gaan zodat iemand van hen wist wat er zich afspeelde in Schalkhaar.
Op de lijsten treft u ook aan de politiemannen Böhler, Houtsager en Deelman. In de rubriek Gearresteerde, onderscheiden en gesneuvelde politiemannen politiemannen komen deze mensen ook voor. De eerste twee genoemden komen ook voor op het monument op het stadhuisplein in Eindhoven waarop alle omgekomen Eindhovenaren staan vermeld.

De begeleider van De Jaeger, Prof. van den Eerenbeemt: "Vergelijkbaar is de studie die oud-politiecommissaris Dees de Jager ondernam naar de rol van de Brabantse politie in de oorlog. Ook hier nuanceerde de promovendus een slecht imago, maar ook hier was de vraag legitiem of dat gebeurde door de juiste, lees zo neutraal mogelijke, onderzoeker."
Harry van den Eerenbeemt verwerpt met kracht de suggestie van mogelijke partijdigheid in deze gevallen. "De Jaeger kon juist door zijn ervaring bij politie van Bergen op Zoom goed inschatten in hoeverre agenten zich in de oorlog konden onttrekken aan bepaalde instructies."

 Enkele Eindhovense kopsleden in SchalkhaarOok anno 2008 sprak ik soms nog oud collega's die de betreffende periode hebben meegemaakt (uiteraard zijn dat er heel weinig meer) of collega's die in de vijftiger jaren bij de politie zijn gaan werken, die nog met een bepaalde reserve praten over "De Schalkhaarders"
Daar zullen er dus ongetwijfeld bij zijn die op emotionele gronden een oordeel hebben geveld. Daarom is het spijtig te noemen dat er in de jaren onmiddellijk na de oorlog nooit een grondig wetenschappelijk onderzoek is gedaan. Toen waren er nog voldoende getuigen om onafhankelijk van elkaar te horen. Gepensioneerd collega Embert van Vegchel gaf aan dat het de meeste mensen in het korps stak dat de diensttijd in Schalkaar doorgebracht, na de oorlog gewoon meetelde voor de anciënniteit en dus voor de bevordering.
Drie oud collega's die in Schalkhaar de opleiding hebben gedaan heb ik daarover gesproken.
Gerard van den Boom, Frans Kieft en Gerrit Bruin.
Gerard van den Boom heeft zijn verhaal voor deze website ter beschikking gesteld terwijl Frans Kieft en Gerrit Bruin in het kort een soorgelijk verhaal vertelden.

foto boven vlnr: Janssen (Utrecht) - Birkhof - Gerard van den Boom - ? - ?
Onder vlnr: ? - Gelling - van Oosterom - Peppelenbos - Hassing

 Frans KieftKieft (hiernaast 2e van links naast Zuidema) ging in 1938  in militaire dienst en solliciteerde bij de KMAR. De opper vroeg hem of hij sympathieën had voor de Duitsers waarop hij ontkennend antwoordde. "Dat is maar goed ook anders had ik je van de kamer geschopt" was het korte antwoord van de opper.
.
Uiteindelijk kwam hij in 1942 in Eindhoven terecht.
Hij heeft na de bevrijding van Eindhoven de trein genomen naar Heemstede waar hij vandaan kwam. Daar is hij ondergedoken.
Toen hij weer in Eindhoven solliciteerde werd hij in eerste instantie door Van der Werf geweigerd. Toen die echter bij de politie in Heemstede (korpschef Berends)  inlichtingen had ingewonnen wist hij wat voor vlees hij in de kuip had en werd hij alsnog aangenomen. Naast hen maakten van de éérste groep Eindhoven oa. deel uit: Jan Gelling,  Hassing, Maat, Weenink, Van Oosterom, Jan Peppelenbos.

Frans Kieft heeft zijn verhaal in 2002 in een boekje vervat op verzoek van zijn kleindochters. 

 

Schalkhaar

 

groepsfoto Schalhaar groepsfoto Schalkhaar

Klik op afbeelding voor vergroting

 

Wim ZwiersDe groepsfoto's zijn uit de collectie van oud adjudant Wim Zwiers (l) die ook op een van de foto's voorkomt.

Omstreeks juni 1942 is de eerste ploeg van 27 man “Schalkhaarders” aangekomen. Zij hadden hun opleiding deels in Schalkhaar genoten.
Later was de gehele opleiding van het lagere politiepersoneel gecentraliseerd te Schalkhaar. Over de politiek van deze groep hoeven we alleen maar te zeggen dat ze "de Oranjeploeg" werd genoemd.
Deze bijnaam hadden zij gekregen omdat ze tijdens marsen oranjeliederen ten gehore brachten.
Vermeulen was in hen teleurgesteld en in één van zijn rapporten noemt hij hen "Opbouwmarechaussee" en zegt dat hun stemming niet beter is dan die van het oude personeel. Een beter compliment was in die tijd voor een Nederlander niet denkbaar. 

Schalkhaar

foto boven: 2e van rechts van den Boom en rechts Hassing. 3e van Links Zuidema

 

exercitie in Schalkhaar

 

exercitie Schalkaar

Exercitie in Schalkhaar. De commandant voorop is Meijer. Rechts vooraan staat "Lange Wobbe" volgens zijn klasgenoten een onbetrouwbare Nederlander.
Volgens de hiervoor bedoelde lijst Pol.Bat.A'dam maakte J. Wobbe (reg.no. 6056) deel uit van de 2e Comp.- 2e sectie.

 

Henk MaatDe Duitsers accepteerden absoluut geen verzet in welke vorm dan ook van de nieuwe politieman.
In 1943 bepaalde Rauter zelfs dat wanneer een politieman onderdook, zijn gezinsleden of naaste verwanten in het concentratiekamp Vught opgesloten zouden worden.
Naarmate de oorlog voortduurde werd de neiging van het politiepersoneel om zich aan de Duitse bevelen te onttrekken groter.
In april 1943 werd een Politie Compagnie in Eindhoven geformeerd. Deze gesloten eenheid, bestaande uit 132 voornamelijk jongere politiemensen, die hun opleiding hadden genoten in Schalkhaar, werd echter in juli 1943 in de Willem II kazerne te Tilburg gelegerd.
In augustus 1943 dook de eerste onderwachtmeester van de PC al onder, later gevolgd door twee anderen. Een onderwachtmeester werd ontslagen omdat hij weigerde de Germaanse groet te brengen. Uiteindelijk werd hij overgebracht naar Duitsland.
In november 1943 slaagden een aantal manschappen er in om tijdens het lossen van wapens een twintigtal revolvers met de nodige munitie te ontvreemden. Dit werd echter ontdekt en het viertal werd gearresteerd en via Amersfoort naar een concentratiekamp in Duitsland overgebracht.
Tot begin juni 1944 doken regelmatig leden van de PCE onder.
Voor de Duitsers was nu de maat vol: Op 15 augustus 1944 stond de voltallige Compagnie op het terrein van de Willem II kazerne aangetreden. Majoor Fürck van de Duitse Ordnungspolizei deelde mede dat de Compagnie naar Amsterdam werd overgeplaatst, een strafmaatregel in verband met de gedragingen van de compagnie.
Vervolgens werden 30 namen afgeroepen van leden, die apart moesten gaan staan, en vertrok de rest naar Amsterdam, naar de Tulpkazerne.
De achtergebleven personen werden overgenomen door de Grüne Polizei en via Amersfoort naar Duitsland gedeporteerd.
De naar Amsterdam overgebrachte groep verging het minder goed. Op Dolle Dinsdag waren 16 te Wormerveer werkzame onderwachtmeesters met medeneming van hun pistolen en munitie ondergedoken. Bovendien hadden twee chauffeurs en hun begeleiders een vrachtauto leeg achtergelaten. Er werden o.m. 26 karabijnen vermist. Vervolgens doken nog een aantal leden van het PC Eindhoven en het politiebataljon Amsterdam onder.
Op 11 september 1944 werd de Tulpkazerne door de Grüne Polizei bezet en het politiepersoneel ontwapend. Het personeel werd voor de keuze gesteld over te gaan naar de Duitse politie of de Landstorm dan wel te worden tewerkgesteld in het kader van de Arbeidsinzet.
Het merendeel koos niet voor de Duitse politie of Landstorm en werden op transport gesteld naar Amersfoort en in oktober 1944 naar Neuengamme. Weinigen keerden hieruit terug……..

(bron: RHC Tilburg)

cocarde oorlogspetpetembllem uit de oorlogGerard van den Boom

Pet-emblemen zoals die in de oorlog werden gebruikt. Beschikbaar gesteld door Gerard van den Boom (r)

Gerard van den Boom (†), moest -als lid van de Amsterdamse politie- voor 3 maanden naar de opleiding in Schalkhaar. Hij heeft ook zijn verhaal voor deze site ter beschikking gesteld waarvoor ik hem zeer erkentelijk ben.

 

TOP


In maart 1943 werden binnen de Nederlandse politie de volgende functies in het leven geroepen:

  • Politiegezagdragers,
  • Gewestelijke Politie-Presidenten,
  • Stafchef der Nederlandse Politie
  • Directeur-Generaal van Politie.

van-hiltenHenri Arend van Hilten (bron : Wikipedia)
In 1916 kwam hij hij de politie en rond 1923 werd hij inspecteur van politie in Enschede. Enige tijd later volgde promotie tot hoofdinspecteur maar later werd hij weer teruggezet naar inspecteur.
In 1934 werd hij opnieuw gepromoveerd tot hoofdinspecteur maar al een jaar later volgde ontslag vanwege overspel en herhaaldelijk wangedrag dat te maken had met zijn alcoholprobleem. In augustus 1922 was hij getrouwd met de dochter van een commissaris van politie maar dit huwelijk strandde waarna in september 1935 een echtscheiding volgde.
Na zijn ontslag vestigde hij zich in Arnhem waar hij een particulier recherchebureau begon en schriftelijke cursussen verzorgde voor personen die inspecteur van politie wilde worden. In de avond van 3 mei en de nacht van 3 op 4 mei 1940, dus een week voor de Duitse inval in Nederlands, werden 21 Nederlanders opgepakt omdat ze staatsgevaarlijk zouden zijn. Van Hilten, die één van die 21 was, werd in Arnhem gearresteerd en mogelijk werd hij van spionage verdacht maar na de oorlog zijn hier geen archiefstukken meer over te vinden.
Na zijn arrestatie werd hij net als de andere geïnterneerd in het Fort Prins Frederik te Ooltgensplaat op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Bij deze gevangenen zaten ook andere NSB'ers als M.M. Rost van Tonningen en J.H. Feldmeijer en meerdere personen die banden hadden met andere fascistische organisaties (NSNAP Van Rappart en NSNAP-Majoor Kruyt) maar vreemd genoeg zaten er bij de groep ook drie communisten. Op 10 mei viel nazi-Duitsland zowel Nederland, België,
Luxemburg als Frankrijk binnen en enkele dagen later werd de groep van 21 overgebracht naar Ellewoutsdijk op het Zeeuwse eiland Zuid-Beveland. In de dagen erop ging de groep onder bewaking van Nederlandse militairen via Sluis naar België en daarna naar het Franse Béthune om uiteindelijk te worden overgedragen aan de Franse autoriteiten die hen opsloten in een interneringskamp te Ambleteuse. Omdat het Franse leger in het noorden van Frankrijk onvoldoende weerstand kon bieden tegen de Duitse overmacht werd de groep Nederlandse gevangenen eind mei in de buurt van Calais bevrijd door de Duitsers.
Ondanks de chaos die toen heerste lukte het een eerste groepje onder leiding van Rost van Tonningen om naar het intussen bezette Nederland terug te komen. Van Hilten kreeg de leiding over rest die begin juni in Nederland terugkeerde.
Tijdens de bezettingsjaren had Van Hilten alsnog een succesvolle carrière bij de politie. Rond augustus 1941 werd hij commissaris van de politie in Groningen. In mei 1942 verliet hij het Groningse korps al weer om chef te worden van de uitvoeringsdienst van het bureau van de gevolmachtigde van de Nederlandse politie in Den Haag. Op 1 maart 1943 ging de Verordening Organisatie Politie in waarmee de organisatie van de politie in Nederland drastisch werd herzien waarbij vele politieorganisaties werden samengevoegd in de meer militaire staatspolitie. In acht grote steden kwam deze staatspolitie onder leiding te staan van een politiepresident en de rest van Nederland viel onder 5 politiegewesten met ieder een gewestelijk politiepresident. Van Hilten werd bij deze gelegenheid politiepresident voor het gewest Eindhoven.
Per 1 december 1943 werd luitenant-kolonel Van Hilten gewestelijk politiepresident voor Noord-Holland en Utrecht en politiepresident van Amsterdam.
Eind 1944 werden in meerdere steden grote razzia's gehouden om mannen tot 40 jaar op te pakken voor de Arbeitseinsatz om in Duitsland of in het oosten van Nederland te werk gesteld te worden. Later werden de razzia's vervangen door de verplichting aan bedrijven om aan te geven welke personen op hun bedrijf onmisbaar waren en welke niet. Van Hilten had bij Höhere SS-und Polizeiführer Rauter bedongen dat leden van het Amsterdamse politiekorps vrijgesteld werden van
tewerkstelling maar dan moest ook de Amsterdamse politie zo'n lijst opstellen. Op de eerste dag dat de voor bedrijven niet-onmisbare personen zich bij het Gewestelijk Arbeidsbureau konden melden schoot het verzet acht (Duitsgezinde) medewerkers van dat arbeidsbureau dood. Als represaille werden in januari 1945 op bevel van de Duitsers elf willekeurige medewerkers van het arbeidsbureau doodgeschoten. Daarnaast werden, ondanks de toezegging van Rauter aan Van Hilten,
130 Amsterdamse politiemensen voor tewerkstelling opgepakt en weggevoerd.
Na de Duitse capitulatie in mei 1945 werd Van Hilten gearresteerd waarna hij werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.
Hij overleed in 1967 op 70-jarige leeftijd.

WINTERHULP

Een van de door Van Hilten uitgegeven documenten die bewaard zijn gebleven hebben te maken met de zgn. "Winterhulp".
Politiemannen in Nederland hadden in 1942 met collectebussen geld opgehaald voor de minst bedeelden uit de maatschappij.
In de winter van 1943 wilde Van Hilten dat politiemensen ipv. te gaan collecteren, een deel van hun inkomen vrijwillig afstonden om die minst bedeelden uit de maatschappij te steunen.
Daartoe moesten ze een formuliertje ondertekenen en inleveren bij de salarisadministratie. Zie onder.

inleveren-salaris-winterhulp

 

 

van LeeuwenIn de 8 grootste gemeenten van Nederland, waaronder ook Eindhoven, kwamen Staatspolitiegezagdragers met de titel Politie-President. In Eindhoven werd als Politiepresident benoemd: van Leeuwen.(l)
Deze waren tevens Gewestelijk Politiepresident, Het gewest Eindhoven bevatte Noord-Brabant en Limburg.
Aan de Gewestelijke Politie-Presidenten werden toegevoegd de Politie-Commandeurs. Hun standplaats en ambtsgebied viel samen met die van de Gewestelijke Politie-Presidenten.
De taak van de Politiecommandeur was o.m. dat de opleiding van de leden van de Uitvoerende Dienst der Politie op uniforme wijze plaatsvond en hij moest er voor waken dat de Uitvoerende Politie haar taak volgens de voorschriften vervulde. 

 

rangonderscheidingstekens maj.VermeulenMajoor VermeulenComm. Willem Dijs

 

Politiecommandeur te Eindhoven is geweest Majoor Wijnkamp. Hoofdcommissaris Dijs (r) had als commandant ordepolitie onder zich de majoor Vermeulen.(midden)
Boven: de epauletten van Vermeulen die hem bij zijn arrestatie na de oorlog werden afgenomen en die ik van Gerard van den Boom kreeg.

Onder: Een door de wnd. commandant Ordepolitie uitgevaardigd bericht voor de Eindhovense bevolking.

mededeling-bevolking

kraagnummers-1

Op een bepaald moment kreeg de Staatspolitie nieuwe uniformen waarvan de kraagnummers waren verwijderd. Door de toenmalige  chef DIJS (NSB-er) werd bepaalde dat iedereen op verzoek van burgers zijn nummer moest opgeven,  zoals tegenwoordig het legitimatiebewijs op een redelijk verzoek daartoe moet worden getoond.
Hierboven het eerste gedeelte van de dienstmededeling van DIJS.
Een annecdote mbt. de kraagnummers die bewaard is gebleven is die van een politieman die prostituees bezocht en het kraagnummer van een ander opgaf die daardoor ongewild in de problemen kwam.


Op 3 januari 1941 kwam de zgn. DIENSTORDER van Willem Dijs uit.
In die dienstorder werd tot in detail omschreven waaraan korpsleden zich dienden te houden. Ook tegenover de bezetter.
Een deel van die dienstorder werd zelfs nog gehanteerd in 1966.
Nadat je geslaagd was aan de politieschool in Doenrade kreeg je 14 dagen introductie van brigadier Piet Musters. In die twee weken moest je de Algemene Politieverordening van de gemeente Eindhoven bestuderen en kreeg je vooral te horen hoe jij je t.o.v. een hogere in rang moest gedragen.
Het groeten van die meerdere, zowel te voet als op de fiets, en de groet brengen binnen het bureau werd duidelijk uiteengezet.
Dat was op dezelfde manier als in de dienstorder van 1941 was voorgeschreven. Uiteraard met uitzondering van het groeten van de bezetter.
Dat hield ondermeer in dat, als je de hoofdcommissaris op de gang tegen kwam, je halt-front moest maken en in de houding moest blijven staan totdat hij was gepasseerd. Dat het groeten van een meerdere kennelijk belangrijk was blijkt wel uit het feit dat pag. 5 t/m 9 van die DIENSTORDER aan dat groeten zijn gewijd.

 

duitsers-met-nsb

Bezoek van Duitse officieren aan Eindhoven met op de achtergrond NSB.
De foto werd door de man vooraan links (G.Deuschl - Ortsgruppenleiter des Arbeitsbereiches der N.S.D.A.P.) als herinnering cadeau gedaan aan iemand getuige het opschrift aan de achterzijde van de foto (zie onder)
De officier in het midden is Major Klapp (Wehrmachtscommandant) met rechts naast hem Bade (Ortscommandant)

duitsers-met-nsb-achterzijde

 


 

oorlog marcherende nazi

In augustus 1940 begonnen de N.S.B.ers hun terreurtochten door de stad. Ook het café-restaurant Schimmelpenninck (Biemans) dat beschouwd werd als punt van samenkomst van "Oranjeklanten" had het van de N.S.B.ers zwaar te verduren. Degenen die op de een of andere manier hun antipathie tegen deze "Zwarte Soldaten" lieten blijken, werden vaak op ergerlijke wijze mishandeld. Dat is o.m. gebeurd op vrijdag 30 augustus 1940 op de Demer, waarbij door de N.S.B.ers werd gebruik gemaakt van gummistokken en boksbeugels. Bij een van de tochten van de N.S.B. had één agent ruzie gekregen met de leider van die groep. Nadat de agent teruggekomen was op bet Bureau verscheen de hele troep op de Grote Berg en wilde het bureau bezetten. Dat werd verijdeld door de poorten te sluiten.
Dijs, die toen Hoofdcommissaris was werd van een en ander op de hoogte gesteld, doch maakte niet al teveel haast om naar de belegerde veste te komen. Toen hij uiteindelijk was gearriveerd verbood hij het aanwezige politiepersoneel van de wapens gebruik te maken en trad hij in onderhandeling met enkele der voormannen van de troep. Niet zo gemakkelijk kwamen de N.S.B.ers er in "Ons Thuis" vanaf. Daar was n.l. een groep Marechaussee ingekwartierd. De nieuwlichters trachtten ook daar de zaak te molesteren, doch kwamen van een koude kermis thuis. Diverse "Zwarte soldaten" werden met of zonder gummistok van de trappen van "Ons Thuis" geslagen en voelden zich daar dan ook niet thuis.

 advertentie-wienerEen van de eerste arrestanten die door de Duitsers werd ingesloten aan het Hoofdbureau was "Joodje Wiener", de eigenaar van de electronicazaak (later aan de Kruisstraat). Hoewel deze bijnaam nu beledigend zou overkomen werd die toen veelvuldig, zonder problemen, gebruikt.

Wie werden als Jood aangemerkt?

Het antwoord kwam op 22 oktober 1940:
Een Jood is een ieder die uit ten minste drie naar ras voljoodsche grootouders stamt. Als Jood wordt ook aangemerkt hij die uit twee voljoodsche grootouders stamt en hij zelf op de negenden mei 1940 tot de joodsch-kerkelijke gemeente heeft behoord of na dien datum daarin wordt opgenomen, hetzij op den negenden mei 1940 met een Jood was gehuwd of na dat oogenblik met een Jood in het huwelijk treedt. Een grootouder wordt als vol-joodsch aangemerkt, wanneer deze tot de joodsch-kerkelijke gemeenschap heeft behoord.

Radio Wiener was destijds gevestigd in de Willemstraat in het oude huis van Burgemeester Verdijk, het laatste huis aan de stadszijde voor de toenmalige overweg,wiener 1 waar later een kantoor van de NV.Philips was gevestigd. Wiener werd er van verdacht een geheime radiozender te hebben. Tijdens zijn gedwongen verblijf op het politiebureau heeft hij niet te klagen gehad. Hij kreeg geregeld bezoek o.a. van zijn vriendin met wie bij 's-avonds op de binnenplaats stond te praten. Ook werd zijn accordeon van thuis gebracht, zodat hij op de luchtplaats openluchtconcerten kon geven. Hoewel hij in diverse Duitse gevangenissen en kampen heeft gezeten heeft bij het er toch levend afgebracht. Wiener (r) bleef tot aan het eind van de zestiger jaren een frequent bezoeker van het hoofdbureau en was daar bijna dagelijks te zien in de kantine van het hoofdbureau aan de Grote Berg. Daar dronk hij aan de tafel van de officieren zijn kopje koffie. Nieuwe collega’s dachten lang dat hij tot de korpsleiding behoorde.
De politieke gevangenen hebben over bet algemeen toch niet te klagen gehad over hun behandeling op bet bureau, hoewel de soepele behandeling na het ten tonele verschijnen van Majoor Vermeulen moeilijker viel door te voeren.

sd-arrestant

Boven: Een door Willem Raap opgemaakt proces-verbaal over een door de S.D. aangehouden arrestant.

Gefrustreerde leiding

In januari 1942 schreef majoor Vermeulen:

"De stemming van het personeel is niet veranderd, derhalve ook niet verbeterd. Het is aan het personeel bekend, dat het dragen van alle insignes, welke uiting zijn van een politieke of Duits vijandige gezindheid, niet mogen worden gedragen, en dat, in voorkomende gevallen daartegen moet worden opgetreden. Waar door mij persoonlijk meerdere malen van deze insignes,o.m. kruisjes, in beslag werden genomen en mij tot nog toe niet werd gerapporteerd dat door de agenten ook maar de geringste activiteit werd getoond, moet ik aannemen dat zij in deze niet wensen op te treden, kortaf gezegd, zij willen het niet zien. Voor mij is dit wel een zeer sprekend bewijs van hun geestelijke mentaliteit."

Er was geen beter getuigschrift voor het personeel uit die dagen denkbaar.

dienstorder hoofdcommissaris DijsIn dat zelfde jaar (februari 1942) schreef Dijs:

"Ik ben begonnen tegenover het personeel een meer positiever standpunt in te nemen door hen meer in het bijzonder te wijzen op de noodzakelijkheid zich in de Nieuwe Tijd in te schakelen".

Links een dienstorder van de foute Willem Dijs waarin het zelfs voor het personeel verboden wordt in diensttijd te zingen of te fluiten.
Klik op de afbeelding links voor vergroting

 

Veel leden van het personeel waren in die dagen langdurig ziek. Op een gegeven ogenblik waren bijvoorbeeld 7 korpsleden langer dan een maand ziek, duur der ziekte variërend tussen 4 en 2 maanden.
Een agent werd geschorst omdat hij zich met de familie van een S.D-arrestant in verbinding had gesteld.

In juli 1942 is Vermeulen nog steeds niet tevreden over zijn personeel.
Hij verklaarde tenminste:
"dat men ook onder de agenten blijkbaar op de definitieve nederlaag van Engeland wacht, om uiteindelijk zijn standpunt te bepalen. Van zeer grote, zo niet beslissende invloed, is de houding der geestelijkheid, gezien de omstandigheid dat het politiepersoneel bijna zonder uitzondering Rooms Katholiek is. Bij verdere uitbreiding van het korps te Eindhoven, acht ik het dan ook noodzakelijk daarvoor geen of zo weinig mogelijk R.K. personeel aan te wijzen"

Vermeulen was zelf ook R.K. Bij de politie werd waar mogelijk gesaboteerd. De toenmalige Politiepresident van Leeuwen had per dienst order bekend gemaakt dat kinderen die baldadigheid pleegden (of geringe criminele vergrijpen) door de Kinderpolitie gedurende twee dagen op het Hoofdbureau moesten worden ingesloten, wat volgens hem preventief zou werken. Dit voorschrift werd door het personeel stilzwijgend genegeerd en de jeugdige boefjes werden, na enige uren, aan hun ouders teruggegeven.
Van Leeuwen maakte in het rapportenboek van de Kinderpolitie de kanttekening "Schandelijk om zo mijn voorschriften te saboteren", maar de door hem bevolen opsluiting werd nooit uitgevoerd.

Majoor Vermeulen klaagde in Januari - februari 1943 nog steeds over de stemming van het personeel. Hij weet de slechte stemming -slechts van zijn standpunt bekeken- aan de Stalingradziekte. Hij dacht -och arm- dat die stemming wel weer zou omslaan met het kenteren van het getij.
De diverse mutaties vermeld bij de opgelegde straffen, zeggen inderdaad wel iets over de toenmalige stemming.

Enkele voorbeelden waarop straf stond:

  • Op een arrestant, die gefouilleerd was, werd een bedrag van f.83.- en een knipmes gevonden.
  • Bij het ontsnappen van een arrestant geen gebruik gemaakt van zijn vuurwapen.
  • Niet groeten voor een (verkeerde) inspecteur en daarbij een ongepaste houding aangenomen.
  • Op een hoek van een straat staande zijn commandant toen deze hem op ca. 6 meter genaderd was, niet gegroet, door zich opzettelijk in een zijstraat te begeven.

De Opperluitenants Loor en Kleine Staarman deden op 1 november 1943 hun intrede.
Beiden kwamen uit 's-Gravenhage. Laatstgenoemde vertrok al weer op 1 december 1943 naar de Luchtbescherming in Groningen, de eerste werd omstreeks maart - april 1944 ontslagen nadat hij voor het lidmaatschap van de N.S.B, had bedankt.

Feike KooyOp 15 november 1942, onder het regiem Dijs, werd te Eindhoven benoemd de Inspecteur Kooy.(r) Hij was afkomstig van de politie Amsterdam.
Deze werd speciaal belast met de technische verbindingsdienst, aanvankelijk alleen voor Eindhoven, later ook voor het gewest, bestaande uit Brabant en Limburg.  
Kooy werd bekend doordat hij kort voor de bevrijding de bekende dubbelspion Christiaan Lindemans, alias King Kong arresteerde.
Kooy had zelf als politieman een dubbelrol gespeeld door mensen tijdig te waarschuwen voor deportatie of erger.
Hij was vertrouwensman van de ondergrondse.
Omdat hij bij de politie de rol van verbindingman vervulde was hij als eerste op de hoogte van op handen zijnde Duitse acties en kon dus tijdens mensen waarschuwen.
King Kong meldde zich zelf aan huis bij Kooy die hem niet vertrouwde en hem naar een "veilige" plaats liet overbrengen.
Hij werd onder een valse naam ingesloten aan het hoofdbureau van politie aan de Grote Berg.

Toen een dag later de SD daar een bezoek zou brengen werd hij verstopt in het kolenhok van "Ons Thuis"  aan de Deken van Somerenstraat.
Op 18 september 1944 gelastte een Engelse officier de vrijlating van 'een van zijn beste mensen'. 

overlijdensadvertentie Feike KooyFeike Kooy in Schalkhaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Links politiepresident P.J. Kooijmans. 2e van rechts Majoor de Kreek met links naast hem Feike Kooy ( 10-4-1943 Schalkhaar)

Jaren later heeft Kooy pas vernomen wat voor rol Lindemans had gespeeld en hij werd toen bevestigd in zijn voorgevoel dat er iets mis was geweest met de man.
Oud adjudant Piet van Soerland schijnt veel van de affaire King Kong te hebben geweten maar heeft daar altijd over gezwegen.
Na de oorlog vertrok Kooy naar Indië en werd later op 1 april 1955 benoemd als commissaris in Ridderkerk

Hij overleed op 31-12-1991 in Eindhoven op 83 jarige leeftijd. Hij was drager van het verzetsherdenkingskruis.

legitimatiebewijs Schreuders

Boven: Twee in de oorlog afgegeven legitimatiebewijzen van Arie Schreuders.
Onduidelijk is waarom de op dezelfde datum afgegeven bewijzen twee verschillende pasfoto's en twee verschillende functie/rang bevatten.
Ook is onduidelijk waarom een niet is ondertekend door de korpschef. Dat was op dat moment hoofdcommissaris Willem Dijs.

 

 Willem Dijs kreeg op 31 juli 1940 een legitimatiebewijs van de directie NV. Philips' Gloeilampenfabrieken.
Daarmee had hij in binnen -en buitenland toegang tot alle complexen en terreinen van de NV.(onder)

legitimatie philips dijs 1940
Op 1 januari 1943 werd benoemd Harm Velthuijs. Deze zou worden belast met de vorming van het personeel en moest daarvoor eerst een korte cursus in Den Haag volgen.
Ook Antoon J. W. Josephs (Joep) werd met ingang van 1 januari 1943 alhier tot inspecteur benoemd in afwachting van zijn aanstelling te 's -Hertogenbosch.
Josephs was voor de oorlog hier rechercheur geweest, maar via zijn lidmaatschap van de N.S.B. inspecteur geworden.
Later in de bezetting is hij korpschef in Weert geweest.


vdijk

 

 

 

 

 

 

 

Een ander duister figuur was Antonius Johannes Maria van Dijk (Helmond 19 april 1905)(links)
Hij was in 1929 als inspecteur bij het korps Eindhoven gekomen en vertrok in 1941 naar de GP. Nijmegen waar hij tot commissaris werd benoemd. Op 6 mei 1942 volgt zijn officiële benoeming. Hij werd door de bezetter naar Nijmegen gehaald om daar orde op zaken te stellen. Op maart 1943 wordt hij ontslagen en meteen benoemd tot majoor-korpscommandant. Hij was een fanatieke SS-er.
De Nijmegense politiemannen krijgen het moeilijk met hem omdat de samenwerking tussen van Dijk en de Sicherheidsdienst uitgroeit tot een van de beste van Nederland. Dat lijdt tot kwaad bloed waardoor vrijwel het gehele recherche-apparaaat van Nijmegen daadwerkelijk verzet gaat plegen. (sabboteren van arrestaties door mensen op tijd te waarschuwen)

Onder zijn verantwoordelijkheid werd in oktober en november 1942 bij razzia's vrijwel de hele joodse gemeenschap opgepakt en afgevoerd naar de vernietigingskampen. 
In Nijmegen  kregen tientallen leden van de Marechaussee en ongeveer 80 man van het ongeveer 180 leden tellende gemeentepolitiekorps de opdracht om zich op een avond in november 1942 te melden in een schoolgebouw. Daar werden zij ontvangen door korpschef Van Dijk, diens rechterhand Verstappen en een Duitse officier van de Sipo en SD. Lijsten met namen en adressen van joden werden uitgedeeld en de politiemensen twee aan twee op pad gestuurd. Overdonderd en voor het blok gezet gingen de dienders aan het werk. Tijdens die nacht werden bijna 250 joden uit hun huizen gehaald. Een verzetskern, die binnen de Nijmeegse recherche was ontstaan, slaagde erin een aantal joodse medeburgers door te sluizen naar onderduikadressen. (Bron: POLITIE EN BEZETTINGSTIJD 
Door: drs. J.M. Breukers conservator)

Over een van zijn slachtoffers Eduard Grödel, een joodse jongen van 15 jaar, is een website  gemaakt

henkromeijnDagelijks wandelde Van Dijk via een vaste route van huis naar het politiebureau om aan te tonen dat hij voor niemand bang is. Die overmoed wordt hem noodlottig. Van Dijk werd op 8 juli 1943 op het Hertogplein in Nijmegen geliquideerd door de Drunense verzetsman Hendrik Romeijn( links) Die werd daarvoor op dezelfde dag gearresteerd en op 5 april 1944 door de Duitsers gefusilleerd.
Van Dijk overlijdt in augustus daarop volgend en wordt opgebaard in de nieuwe raadszaal van het stadhuis. Zijn begrafenis op Rustoord vindt met de bekende Germaanse pracht en praal plaats.(onder)

 

begrafenis v Dijk c

(klik op de foto voor vergroting)
Het graf van Van Dijk is later naar de Duitse militaire begraafplaats in IJsselstein verplaatst.(blok TC, rij 4, graf 38).

De weduwe van Van Dijk ontving na deze aanslag een anonieme briefkaart die boekdelen schrijft over hoe men over hem dacht. (onder)

briefkaart v dijk 1 webbriefkaart v dijk 2 webTekst:
Mevr. van Dijk ik las van de begrafenis van v. Dijk. Ik ken hem nog uit zijn jeugd. Maar Nijmegen mag zich gelukkig prijzen van die ploert verlost te zijn.
Vandaar zeker het enthousiasme des bevolking. Het was een vrolijke dag voor de Nijmegenaars en die schurk van een burgemeester krijgt eveneens de kogel. Zulk tuig moet uit de wereld opgeruimd worden. Ik feliciteer je met zijn overlijden. Voor dergelijke beestmenschen is hier geen plaats.
Nog een korte tijd en al dat tuig wordt van kant gemaakt.

krantenart van dijk 9 gr webklik op afbeelding voor vergroting

Het is opmerkelijk dat het enige dat Matla erover in zijn boek (over de geschiedenis van het Eindhovense korps tussen 1920 en 1945) schrijft: Inspecteur van Dijk is commissaris van politie te Nijmegen geworden. Aldaar is een aanslag op hem gepleegd en na een langdurige en smartelijke ziekte is hij aldaar overleden.

Dat de aanslag door iemand van het verzet was gepleegd en die daarom door de Duitsers werd gefusileerd, werd niet vermeld.



Jan MengerOp 16 december 1943 deden de luitenants Menger (l) en Verkerk hun intrede in het Eindhovens Politiekorps. Uiteraard werden de nieuw benoemden met enige schroom ontvangen, in verband met hun eventuele verkeerde politieke instelling, doch al spoedig was het aan het korps bekend, welk vlees het in de kuip had.
In februari 1944 werd het korps uitgebreid met met 33 wachtmeesters uit Schalkhaar en 2 vaandrigs, n.l. Hasselman en Nieuwpoort.
De eerste was politiek goed, de tweede fout.
Nieuwpoort was voor de oorlog loopjongen geweest op het Hoofdbureau van Politie in Utrecht en werd na zijn komst in Eindhoven adjudant van Politie-President van Leeuwen, die de inmiddels vertrokken Van Hilten weer was opgevolgd.
Ook de Opperluitenant Verburg werd in maart / april 1944 in Eindhoven geplaatst. Hoewel men door zijn praten de indruk kreeg met een 100% Nederlander van doen te hebben, bleek na de bevrijding dat hij niet helemaal safe was.

com.Hess 1943Com. SimonDe hoofdwachtmeester van Wanrooy werd op 1 augustus 1944 ontslagen en met ingang van diezelfde datum werd benoemd Commissaris Simon (De Gil) uit Den Haag (l), chef van de recherche hoofdafdeling als opvolger van de Heer Hess (uiterst links), die voorlopig van het politietoneel verdween.
Simon werd na de bevrijding gearresteerd en overgebracht naar kamp Vught.
Hij werd ziek en overleed in een ziekenhuis in Den Bosch.

In de bezetting zijn voorstellen gedaan Eindhoven in de volgende secties te verdelen.

  • Centrum,
  • Woensel met Acht,
  • Tongelre, Stratum,
  • Gestel
  • Strijp, elk met een pesthuis.

Het hoofdbureau dat zou moeten worden uitgebreid, zou tevens dienst doen als sectiepost Centrum, terwijl men zich als plaats der diverse pesthuizen had gedacht de Boschdijk bij Pastoor van Arskerk, Parklaan bij Kievitlaan, Leenderweg bij Leostraat, Hoogstraat bij Overweg en St.Trudoplein.
Op 1 Januari 1944 werd ingesteld de z.g. piketdienst. Hierbij werd bepaald dat de Officier van Piket aan het Hoofdbureau van Politie aanwezig moest zijn van 8 uur 's-morgens tot de volgende morgen 8 uur, terwijl aan hem alle plaatselijke en gewestelijke gebeurtenissen moesten worden doorgegeven, die hij dan op zijn beurt moest verstrekken aan de bevoegde instanties, per telefoon of telex of zelfstandig maatregelen moest nemen.

Een van de toenmalige Officieren van Piket vertelde na de oorlog, niet zonder leedvermaak, dat hij niet lang Officier van Piket was geweest, omdat hij elke tien minuten in de nacht de Gewestelijke Politie-President "uit zijn nest" belde.
Ingaande 25 juli 1944 werd het sluitingsuur van de cafés bepaald op 21 uur en na 22 uur mocht zich niemand meer in de openlucht ophouden.

Bij de reorganisatie der Politie was ook de luchtbescherming betrokken. De Commandant Ordepolitie werd tevens commandant van de Luchtbescherming. Toen Majoor Vermeulen aldus een dubbele functie had gekregen, achtte hij het beneden zijn waardigheid nog te fietsen. Het kan natuurlijk ook zijn, dat hij het niet waagde om alleen van zijn huis aan de Floralaan naar de stad te komen en omgekeerd, gezien het lot dat verschillende van zijn partijgenoten te beurt gevallen was in andere plaatsen. Hoe het ook zij, zodra het donker was liet hij zich steeds door zijn chauffeur Hurkmans van en naar huis brengen per auto. Aangezien Hurkmans van de goede richting was, wisten we dus steeds vooruit wanneer we de Majoor in de avond of nacht voor controle konden verwachten, zodat we de nodige maatregelen konden nemen.

Met een enkel woord dient nog genoemd te worden de z.g. Politiecompagnie Eindhoven. Dat was een gesloten eenheid, die bestond uit 1 luitenant, 1 vaandrig, 3 opperwachtmeesters, 7 wachtmeesters en 128 onderwachtmeesters. Eindhoven had had gelukkig geen ruimte deze mensen onder te brengen en daarom hebben we alleen op papier met deze lieden bemoeienis gehad. Ze verbleven in Tilburg.

TOP


 

Hitler met NSB burgemeester Pulles

Mussert (NSB) schudt hier de hand van Hitler. Op de achterkant van de foto (onder) staat de naam van de burgemeester van Eindhoven, de NSB-er Pulles.
Waarschijnlijk heeft hij de foto ooit als aandenken gekregen.

hitler-pulles-achterzijde

De achterzijde van de foto 

De "Dag der Nederlandse Politie" viel op 14 November 1942 en werd "gevierd" met een defilé op de Markt voor Dijs, Pulles en de Commandanten van de Feldgendarmerie en die van de S.D.

In het voorjaar van 1943 hadden nog al enkele mutaties plaats.
Op 9 februari werd de vaandrig van der Liet bij het korps geplaatst en op de 21ste van die maand 19 agenten van de vrijwillige hulppolitie.

Het personeel van de nachtdienst was gewoonlijk belast met het arresteren van de personen die aan de oproep voor de ‘Arbeitseinsatz’ geen gevolg gegeven hadden. In de meeste gevallen waren de desbetreffende personen door een vernuftig werkend systeem -uitgaande van de politie- vooruit reeds gewaarschuwd. De agenten meldden zich dan des nachts aan de diverse woningen en zeiden: "Wij moeten die en die komen halen, maar hij is zeker niet thuis". Meestentijds kregen zij een bevestigend antwoord, doch het is ook meermalen voorgekomen, dat hen geantwoord werd, dat de gezochte wél thuis was. De agenten deden dan of ze niets gehoord hadden en verklaarden in de loop van de nacht nog eens te zullen terugkomen.

In augustus 1943 speelde zich de zaak F. van den Broek – Hoppenbrouwers af. Beiden werden verdacht van hulpverlening aan joden. Laatstgenoemde was vanaf de 13e dezer maand spoorloos. Van den Broek werd door de S.D. gearresteerd en keerde niet meer terug.

Op 17 september 1943 werden de wachtmeesters Böhler, Houtzager en Deelman geschorst wegens het ontvreemden van een aantal "Ausweise", uit het Arbeidsbureau alhier. De beide eerstgenoemden hebben door deze affaire hun leven verloren nadat zij eerst door de S.D. waren gearresteerd en naar Haaren waren overgebracht.

 

politiepresident van Hiltenpolitiepresident p.j. kooymans

 De Politie-President Kooymans (boven rechts), Stafchef der Nederlandse Politie geworden, verhuisde naar Nijmegen en zijn plaats te Eindhoven werd ingenomen met ingang van 28 Augustus 1943 door de Luitenant-Kolonel van Hilten (boven links) die voor 1940 hoofdinspecteur van politie te Enschede was, waar hij, niet om politieke redenen, werd ontslagen. Zijn naam is ook genoemd in een uniform smokkel affaire naar Duitsland vóór de Duitse overval op ons land.

Het korps werd uitgebreid met 29 nieuwe wachtmeesters die op 18 oktober in dienst traden.

De maanden september en oktober 1943 zijn rijk aan mutaties:

  • 1 september aangesteld Kooman tot opperwachtmeester;
  • 16 september aangesteld van Est tot onderluitenant
  • 1 oktober aangesteld Stolk tot opperwachtmeester,
  • 1oktober aangesteld Lenseen tot Luitenant
  • 6 september ontslagen Minnaert Kapitein
  • 11 september ontslagen Hoppenbrouwers Hoofdwachtmeester 1
  • 5 oktober ontslagen Kuif Wachtmeester
  • 16 september overgeplaatst vd. Liet Luitenant
  • 12 oktober ontslagen Thoonen, Arbeidscontractant
  • 15 oktober ontslagen Moseman Opperwachtmeester

Ook Eindhoven heeft zijn gijzelaars gekend. In oktober 1943 moesten de volgende gijzelaars zich éénmaal per week melden bij de Officier van Dienst en wel op elke woensdag tussen 10 en 11.

I.Th.E.C.de Haes, Goorstraat 9,
P.Ch.J.M.de Haes, Merellaan 23
W. A. Romijn, Pasteurlaan 112 j
Ph.Werber, Hoogstraat 118
J. A. Zoetmulder, Parklaan 23,
A.C.J.Leijssen, Roostenlaan 172
D.Need, Nieuwe Dijk 115
A.W.A.van Velzen, Geldropseweg 166

 

 


 

 

De eerste Eindhovense Bereden Brigade


In Augustus 1942 werd "ter bescherming van de oogst" een patrouille te paard, sterk 9 man, ingesteld. Deze paarden werden gehuurd van de Oranje manege uit Tivoli. Meer bijzonderhedenheden op de pagina  "bereden brigade-levende have"

Preventie en politie

 

kukirol-advertentie

Peter Alard Sanders deed op 1 januari 1943 zijn intrede in het korps. 
Voor de oorlog was er een voetverzorgingsmiddel in de handel, Kukirol geheten. Zoals u op de advertentie hierboven kunt zien, stond op de verpakking van dat middel een eigenaardig mannetje afgebeeld. Al heel spoedig na zijn entree had Sanders van het personeel de naam Kukirol gekregen.
De Politieke Politie, opgericht in Mei 1943 stond kwam onder zijn leiding.
De dienst ressorteerde rechtstreeks onder de Politiepresident en behandelde, blijkens een dienstorder (uitgegeven ter gelegenheid van zijn oprichting "alle zaken voortvloeiende uit of een gevolg zijnde van de politieke toestand". 
De personeelsleden van deze dienst waren echte moffenknechten, die steeds met de S.D. samenwerkten.

opperluitenant van EstKooman

Bij deze dienst waren werkzaam J.v.d.Bogert, P.Eikhoud, administrateur Korff, onderluitenant Van Est, (boven links) Diefenbach, Stavast, de beruchte ex-buschauffeur Kooman (boven rechts), Boot en Stolk. 

Het behoeft geen betoog dat het gehele personeel van deze afdeling tot "De Nieuwe Orde" behoorde en dus na de bevrijding uit het korps verdwenen is.
Van Est is ondanks ijverige naspeuringen nooit gevonden en Kooman heeft kans gezien voor zijn berechting te ontvluchten uit het kamp te Vught. Tijdens de oorlog is Kooman door zijn collega's Frans Kieft en Henk Hofs nog ooit opgewacht om hem naar de andere wereld te helpen. Bij toeval kwam hij toen niet opdagen en is het "feest" niet doorgegaan.

Politieman Linders werd op 12 september 1944 in de val gelokt en door de SD doodgeschoten. Bij deze zaak zijn zeer waarschijnlijk betrokken geweest: Frohnappel van de S.D.; Kooman van de Staatspolitie Eindhoven (boven) en Haasz, eveneens van de S.D.

 

De "Heren" rekenden tot hun taak:

  • aanhouden van ondergedoken joden en hun helpers,
  • het opsporen van personen die armbanden,dasspelden of andere sieraden droegen gemaakt van uitgezaagde dubbeltjes,
  • het opsporen van ondergedoken auto's en motoren,
  • het onderzoeken van overvallen op distributiebureaus e.d,
  • het arresteren en transporteren van zgn. a-sociale elementen, welke naar het Arbeidskamp "Erica" te Ommen werden overgebracht
  • Samen met de "Feldgendarmerie" werd getracht personen op te sporen die zich aan de Arbeidsinzet hadden onttrokken.

Radiopolitie

Als enige gemneente in Nederland had Eindhoven tijdens de oorlog de zgn. Radiopolitie. Die stond onder leiding van opperluitenant Velthuijs, ook lid van de N.S.B, en daardoor tot inspecteur gebombardeerd. Hij was echter een politieman met wie nog wel te praten viel. Toen tijdens de bezetting de radiotoestellen moesten worden ingeleverd werden die opgeslagen in diverse schoolgebouwen, zoals school Krabbendam aan de Keizersgracht en de H.B.S. aan de Julianastraat, of, zoals die straat toen heette, de Sophiastraat .
Tijdens de bezetting werd het Wilhelminaplein omgedoopt in Willemsplein en de Chicago-bioscoop in Centraal Theater.
In de vooroorlogse jaren was er op de Frederiklaan dichtbij het St.Trudoplein een bioscoop geëxploiteerd door een zoon van Driek Senders, de befaamde portier van het nieuwe hoofdbureau. Ook is er een bioscoop geweest, het A.B.-Theater, op de hoek Stratumsedijk- Hertogstraat in het vroegere gebouw van de S.D.A.P., welk gebouw bij het bombardement van 1944 is verwoest.
Om op de radiotoestellen terug te komen, deze opslagplaatsen werden bewaakt door arbeidscontractanten, voor het merendeel N.S.B.ers. Op een gegeven ogenblik kwam Majoor Vermeulen met opgestreken zeil het bureau van de recherche binnen en beweerde, dat er uit de opslagplaats aan de Sophiastraat ettelijke radiotoestellen waren gestolen en dat deze diefstal alleen kon zijn gepleegd door bewakers-niet N.S.B.-ers. Er moest een onderzoek worden ingesteld. Krijgsraad werd gehouden over de vraag hoe men dit varkentje zou wassen zonder slachtoffers onder de ‘goede Nederlanders’ te maken.

PijlswillemsDe Hoofdinspecteur Pijls (uiterst links) en de rechercheur Willems (links) trokken er op uit op een moment dat de bewaking van bedoelde opslagplaats louter uit N.S.B.-ers bestond en zagen kans, niet om de daders van de diefstal te pakken, maar wel om zelf uit de opslagplaats, ongezien, ieder een radio toestel weg te halen en in triomf, achter op de fiets, mee te voeren naar het bureau.
Majoor Vermeulen wreef zich bij het zien van deze buit reeds in de handen en verheugde zich in de vermeende vlotte inbeslagname van de gestolen toestellen. Toen hem echter werd medegedeeld dat de radio’s even tevoren waren gestolen om te demonstreren hoe gemakkelijk buitenstaanders aldaar diefstal konden plegen, zakte zijn stemming zienderogen. Het spreekt dat het onderzoek naar de daders van de echte diefstal nooit resultaat heeft opgeleverd. Op de verschillende politiebureaus en posten mochten de toestellen blijven staan en dat daarvan een dankbaar gebruik gemaakt is om te luisteren naar verboden zenders, spreekt. Ook overigens werd door het politiepersoneel de Engelse zender goed bijgehouden. Als er in de uitzending van kwart voor twee 's-middags belangrijk nieuws was doorgekomen, was dit op het middagappèl van twee uur volop bekend.
In "Ons Thuis" was ook een werkplaatsje ingericht voor de Radiopolitie, o.m. om deze toestellen te steriliseren. Hier zwaaide een zekere Van Boekel de scepter, behorende tot de goede Nederlanders, in tegenstelling met zijn collega Van Hoof, die zijn gerechte straf dan ook niet heeft ontlopen. Bij het Philips Natuurkundig Laboratorium werden, ondanks het feit dat er Radiopolitie was, toch illegaal toestellen gebouwd. Niet alleen toestellen maar ook een illegale zender die op 4 okober 1944 de lucht inging als Radio Herrijzend Nederland. Kort voor de bevrijding zijn de beste van de ingeleverde toestellen naar Duitsland verhuisd en de rest na de bevrijding zoveel mogelijk aan de eigenaars teruggegeven.

 

De economische dienst

De economische dienst is eigenlijk ontstaan in 1939, bij het in werking treden van de Prijsopdrijving- en Hamsterwet.

hip. MatlaWillem van HeesWillem van der Leegte

vlnr: Inspecteur Matla en de agenten van Hees, Schraven(geen foto) en W.v.d.Leegte, waren aanvankelijk met deze dienst belast. Al spoedig werkten zij samen met de Crisis Controle Dienst in de persoon van de Controleur Baas e.a. De Chef van deze Crisis Controle Dienst in het rayon Eindhoven was de Heer v.d.Lee. Toen de bezetting een feit geworden was, bleek al heel snel dat de werkzaamheden van deze dienst zich zo hadden uitgebreid, dat reorganisatie nodig was.

PijlsSiebels

Aan het hoofd van de dienst, toen genaamd Bijzondere Dienst, kwam inspecteur Pijls te staan(links) en onmiddellijk onder hem Siebels. (rechts)

In november 1942 werden er door de dienst 17 verbalen opgemaakt wegens te dure gecondenseerde melk, te dure boter, te dure textiel, te dure steenkolen. Ook werd verbaal opgemaakt wegens een frauduleuze slachting. De maand daarop werden 23 verbalen opgemaakt.
In februari 1942 was de aanvoer van steenkolen onregelmatig door de ongunstige weersomstandigheden. De dienst bestond toen uit 5 man.
Een zwarte handel in genotmiddelen begon zich in deze tijd te ontwikkelen.
In mei-juni 1942 stagneert de groentedistributie en in juli 1942 werd een levendige bonnenhandel ontdekt welke zijn zetel had in een drietal cafés. Vooral tijdens de dinsdagse markt werden nog al eens razzia's op bonnenhandelaren gehouden en dikwijls met succes.
Naarmate de bezetting voortduurde kreeg de dienst meer werk.
In augustus 1942 werden o. m. in beslag genomen:

  • 1000 kisten groente en fruit,
  • 19 radio toestellen
  • ongeveer 2000 frauduleus ingevoerde haarkammen.

Terzake het verhandelen en vervalsen van distributiebescheiden moest in 12 gevallen melding worden gemaakt aan de rijksrecherche centrale te ' s-Gravenhage, die twee verdachten overnam.

Weer uitbreiding noodzakelijk

Had tot heden een nogal optimistische toon geklonken uit de rapporten van de Economische Dienst, in oktober 1942 werd dat anders en werd de toestand "allerminst bevredigend" genoemd.
De dienst werd uitgebreid tot 17 man.
57 Verdachten, waaronder dertien vrouwen, werden die maand in arrest gesteld wegens economische misdrijven.
De maand daarop steeg het aantal aangehoudenen tot 123.

Oorlogsprijzen

Als voorbeeld wat prijzen uit december 1942, januari 1943.
Koffie f.110.- per K.G., een konijn f.15.-.
Ook de handel in Belgische shag tierde welig. Van deze shag werden door alle mogelijke sjacheraars sigaretten gemaakt welke plus minus 8 cent per stuk kostten.
Januari 1943 was de maand der konijnen.
Er werden toen 68 levende en 945 ingevroren beestjes in beslag genomen.
De prijzen waren van f.10.- tot f.20.- per stuk. (let wel: dit zijn prijzen van ruim 60 jaar geleden!)
Er deed zich een tekort voor aan boter, melk, fruit, terwijl klompen, brandstoffen en gas zeer schaars waren.

Ongelukken met gas.

Tengevolge van de gasloze uren deden zich verschillende gevallen van gasvergiftiging voor. Doordat namelijk op een gegeven ogenblik de gastoevoer ophield, vergat men vaak de gaskraan dicht te draaien waardoor bij hernieuwde aanvoer het gas zich door woon- of slaapvertrekken en keukens kon verspreiden.

In maart 1943 werden pakjes shag in de handel gebracht ad fl.50,-- per pakje, die bij onderzoek zeegras, veren en kapok bleken te bevatten.
Eveneens werd een geheime jeneverstokerij ontdekt en de installatie werd in beslag genomen.
De prijs van de op die manier gemaakte jenever was nog niet zo hoog, n.l. fl. 20,-- per liter.
In de bezettingstijd lag er eens een schip in de havenkom, geladen met vaten methyl alcohol, bestemd voor de N.V.Philips.
Een van de vaten lekte een beetje en de schipper kon de verleiding niet weerstaan enkele goedkope borreltjes te pikken. Hij heeft dit echter met de dood moeten bekopen.

Nog in dezelfde maand maart werd in een café weer een bonnenhandel ontdekt, waarbij 4000 bonnen in beslag genomen konden worden.
Wegens woekerprijzen werden voorts nog in beslag genomen oa.

  • 500 haarkammen,
  • 650 klosjes garen,
  • 15 gros schoenveters,
  • 900 meter elastiek.

De zwarthandel begon hand over hand toe te nemen en daarmede ook het aantal arrestanten.
181 in mei 1943.
Zeer gewilde artikelen waren toen vooral rogge, Belgische shag en textiel punten. Het gebeurde nog al eens dat ambtenaren van de Invoerrechten en Accijnzen Belgische shag in beslag namen en met deze shag op hun rijwielen geladen niet of zonder arrestanten aan het bureau kwamen bij de wachtcommandant.
Als de commiezen dan binnen waren werden vlug 'n paar handenvol tabak uit hun fietstassen genomen en daarvoor in de plaats een hoeveelheid water in de overblijvende tabak gegoten, zodat ze toch hun gewicht hadden.

In deze periode bemoeide ook de politieke politie zich met de economische delicten. Had tot heden het personeel van de Economische dienst -dat allemaal 'goede' Nederlanders waren- steeds gedaan of hun neus bloedde als het economische delicten ontdekte, dat werd nu veel moeilijker.
Ook de Majoor Vermeulen bemoeide zich nogal eens met deze dienst, maar hem werd in de meeste gevallen een rad voor ogen gedraaid wat niet zo'n grote kunst was.

Eind 1943 waren fruit, schoenen, klompen en babygoed zeer schaars, evenals in het voorjaar 1944 de steenkolen. Diverse scholen hebben toen wegens gebrek aan brandstof hun deuren moeten sluiten.
De goederenverzorging werd steeds slechter en de groente verzorging was erbarmelijk. In geen enkele groente zaak was iets anders te krijgen dan knolraap.
Ook in de melkvoorziening deed zich stagnatie voor.

Slachten in de kerk

In de officiële rapporten van de Economische Dienst worden niet veel gevallen van frauduleuze slachting vermeld. Het is echter bekend, dat onder een kerk in deze gemeente zondagsmorgens onder de hoogmis, als het orgel goed dreunde, menig koetje de weg van koeienvlees is opgegaan.
Ook werd eens een koe geslacht in een munitiekeet van de Duitse weermacht, hetgeen dit voordeel had, dat het "Sperrgebiet" was en de slachters hun werk ongestoord voor niet-militairen konden uitvoeren.

In Juni en Juli 1944 werd de goederenverzorging weer beduidend slechter. Ook de aardappelenvoorziening leverde grote moeilijkheden op.
De rapporten over de bevrijdingsperiode ontbreken, maar het is een feit, dat kort na de bevrijding de voedselsituatie zeer slecht was. Toen de Philipsfabrieken weer zouden gaan draaien, meende het personeel dat het met een lege maag slecht werken was. Er werd een demonstratie op touw gezet op het Frederik van Eedenplein en deze had inderdaad het gevolg dat de voedselsituatie aanmerkelijk beter werd. Op 15 oktober 1944 hervatte de Economische Dienst de werkzaamheden. Van die datum tot eind december 1944 werden 207 verbalen opgemaakt voor onder andere Tabaksdistributiebeschikking(104) - Prijsvoorschriften (33) – Vleesdistributiebeschikking(35)

TOP


 Luchtbescherming en politie

affiche luchtbescherming

 

 

 

 

 

 

De politie had niet veel van doen met de Lucht beschermingsdienst die aanvankelijk geheel uit vrijwilligers was opgebouwd. In november 1940 werd een begin gemaakt met het vormen van een zgn. vaste kern. Deze vaste kern heeft zich uitgebreid, zodat later het gehele Luchtbeschermingspersoneel beroepspersoneel was. 

De eerste leider der Lucht beschermingsdienst te Eindhoven was Mr.Fens, opgevolgd door Ir.Budde, daarna door Ir.Oosterholt.
Beide laatstgenoemden waren tevens reeds in dienst van de gemeente in een andere tak van dienst. Secretaris bij de dienst onder Ir.0osterholt was de Heer Putman Cramer.
In de jaren 1941-1942 kwam als hoofd van de dienst de Heer Fleischeuer met als secretaris de Heer Donker die Mr.Fens als leider opvolgde, doch slechts voor enkele maanden.
In Maart 1943 werd de post van Commandant Lucht bescherming en Commandant Ordepolitie in één persoon verenigd, nl. in die van Majoor Vermeulen.
Secretaris was in deze periode de Heer van Gorp. Deze toestand bleef gehandhaafd tot aan de bevrijding. Daarna werd Ir. Castendijk belast met het commando luchtbescherming, bijgestaan door secretaris van Gorp. In deze bezetting is geen verandering meer gekomen tot aan de liquidatie van de dienst.
Het spreekt vanzelf dat bij luchtaanvallen e.d. de politie echter wel steeds werd ingeschakeld. Bij elk luchtalarm moest het gehele personeel in dienst komen. Omdat er in Eindhoven nog bijna geen bombardementen waren geweest werd dat luchtalarm nogal gemoedelijk opgenomen. 

Dat werd echter anders na de bombardementen van 1942, 1943 en 1944.

bom op Hemelrijken

  • Bommen (waarschijnlijk Duitse) vielen op de Hemelrijken in de nacht van 14 op 15 november 1940.Geheel links op de foto hierboven staat de Staf Luchtbescherming. Derde van links Donker, Luchtbescherming. Vijfde en zesde van links Commissaris Brinkman en Burge­meester Verdijk, geheel rechts Piet Knabben.
  • In februari 1941 werd er luchtalarm gegeven omdat Engelse vliegtuigen boven de stad bleven cirkelen.

gashouder voor de brand

gashouder in brand  brand gashouder

  • In maart 1941 werd de 80 meter hoge gashouder(boven), staande op het terrein van de gasfabriek aan de Nachtegaallaan, door brandbommen getroffen. Op een gegeven ogenblik raakte het gas in brand en door de uitschietende steekvlam werd heel Eindhoven fel verlicht. Achter in Woensel kon men op straat de krant lezen, niettegenstaande het voor het bombardement  volslagen donker was en de straatverlichting volledig was gedoofd.
  • In de nacht van 20 op 21 april 1941 viel er op de spoorlijn Eindhoven-Best bij kilometerpaal 53.8 een drietal bommen. Een van die bommen ontplofte daarbij niet. De blindganger zou op 29 april 1941 worden verwijderd. Dat verliep niet zoals men zich dat had voorgesteld, want de bom ontplofte voortijdig waarbij de Heer Beusecom van de Nederlandse Spoorwegen en acht Duitse militairen op slag gedood werden, terwijl één persoon gewond raakte
  • In de nacht van 12 op 13 juni 1941 werd luchtalarm gegeven wegens een luchtgevecht boven het stadsdeel Strijp. Als gevolg van dit gevecht viel in de toenmalige gemeente Aalst-Waalre een vliegtuig.
  • Op 19 Augustus 1941 stortte een Duits vliegtuig brandend neer bij de Oude Bossche baan
  • In de nacht van 21 op 22 oktober 1941 werden in de omgeving van Eindhoven een 18 brisantbommen en een aantal brandbommen afgeworpen. Het politierapport meldde dienaangaande "twee kalveren gedood, twee broeikassen vernield, geen persoonlijke ongelukken".
    Hoewel deze resultaten veel doen denken aan de Duitse propagandaberichtgeving, was in dit geval de toestand juist weergegeven gezien de bron van het nieuws.
  • Een Engels vliegtuig stortte neer op de Woenselse straat in de nacht van 27 op 28 augustus 1942. Tijdens zijn val raakte het in brand. Het stortte neer tussen twee woonhuizen. De brandende benzine veroorzaakten brand in een boerderij en negen woonhuizen. Bij dit geval waren vijf doden en twintig licht gewonden te betreuren. Ook de piloten van het vliegtuig schoten het leven er bij in.
  • Op 24 september 1942 en 4 oktober 1942 zijn vliegtuigen neergestort, respectievelijk bij de spoorbaan Eindhoven - Valkenswaard en bij de Javastraat.
  • In de nacht van 24 op 25 juni 1943 stortte in Acht een Engels vliegtuig brandend neer en beschadigde daarbij een hoogspanningskabel van de P.N.E.M. De bemanning van vijf koppen kwam om het leven. De stad was gedurende 25 minuten van elektriciteit verstoken.
  • In de nacht van 21 op 22 mei 1944 stortte weer eens een vliegtuig neer, nu bij de spoorlijn Eindhoven - Weert, ten Oosten van het Kanaal
  • op 8 juni 1944 een op de Blaarthemseweg. Hierbij werd een burger gedood. Twee huizen werden voor de helft verwoest, terwijl er vier werden beschadigd.
  • Op 14 juni 1944 weer een luchtaanval, nu langs de Oirschotsedijk nabij de kazerne. Over een lengte van circa 1,5 K.M. viel een groot aantal brisant -en splinterbommen aan weerszijden van de weg. Er waren 4 doden en drie gewonden. Een drietal boerderijen werd beschadigd en enig vee getroffen. In het algemeen was er niet achter te komen welke schade aan militaire objecten was aangericht omdat dit angstvallig verborgen werd gehouden. Naar aanleiding van de aanval van 14 juni werd het gerucht verspreid dat de stad zou worden gebombardeerd. Er ontstond een paniek onder de bevolking. Naar schatting een 15.000 mensen verlieten de stad. De stroom vluchtelingen bewoog zich langs het kanaal, de Geldropseweg, de Leenderweg, de Aalsterweg, de Boschdijk en de Sonseweg naar het vrije veld. De directeur van het Binnen ziekenhuis liet dit gebouw ontruimen, waarbij het vervoer van de patiënten met alle mogelijke en onmogelijke voertuigen geschiedde. De kinderen werden van school naar huis gestuurd. Toen om 12 uur ‘s-middags nog niets gebeurd was, zakte de paniekstemming en tegen de avond waren de meeste vluchtelingen in hun huizen teruggekeerd.

TOP


 

affiche gefusilleerden

De maand mei 1943 heeft rouw gebracht over diverse Eindhovense families. Het in krijgsgevangenschap wegvoeren van Nederlandse officieren had een staking tengevolge.

De hierbij afgedrukte bekendmaking spreekt voor zich: Behalve de vijf daar genoemde slachtoffers, werden nog vermoord:

Jan Gerrit Eilers, geboren 11.12.1910

Jacobus Johannes Hendricus Snoek, geboren 22.12.1907

Met geen enkel woord wordt in het politie verslag van deze periode over deze moordpartij gerept. De z.g. rechtszitting werd gehouden in een zaal van "Ons Thuis" en daarbij heeft Romein nog als tolk gefungeerd.

Naar Johan Gielen is in de zgn. verzetsheldenbuurt in Acht een straat genoemd. 

monument oorlogsslachtoffers Philips

Na de bevrijding is op het terrein van de N.V.Philips ongeveer op de plaats waar de terechtstelling plaats gevonden heeft, een monument opgericht ter nagedachtenis van deze 7 slachtoffers, alsmede van hen die in dienst Philips door oorlogshandelingen hun leven hebben verloren.

 

Niet alleen bommen maakten slachtoffers. Ook het Duitse afweergeschut veroorzaakte ongelukken. Zo viel op 10 december 1941 op het terrein van de NV. Philips nabij de drukkerij een lichte granaat. Een meisje werd hierbij ernstig en twee mannen licht gewond. 

uitkijktorentje op van AbbemuseumDe hoofdpost van de Luchtbescherming was gevestigd in een schuilkelder achter het Van Abbe-museum.
Langs en boven het bestaande torentje van het museum had men een houten uitkijktoren gebouwd, op de top waarvan een afgesloten ruimte was van waaruit men een goed uitzicht had over de stad. (l)
De hoofdpost was met aparte telefoonlijnen of -kabels verbonden met de diverse vakposten en met het Hoofdbureau van Politie. Hierbij werd gebruik gemaakt van die ouderwetse toestellen, waaraan je nog moest draaien om verbinding te kunnen krijgen.
De maanden november en december 1941 en de eerste maanden van 1942 kenmerkten zich door betrekkelijke rust in de lucht boven Eindhoven.
Er werd in geen maanden luchtalarm gegeven.

Eind juli 1942 werd de Eindhovense kermis gehouden.
Nog tijdens die kermis, namelijk in de nacht van 30 op 31 juli 1942 viel een aantal bommen op de panden Mauritsstraat 18 en 20. Vijf personen werden levenloos onder het puin vandaan gehaald, terwijl een zwaargewonde in het ziekenhuis overleed. De aangerichte schade was groot. Van de inboedels kon zo goed als niets worden gered.
Hoofdinspecteur Matla in zijn boek: "Bij deze gelegenheid heeft de politie zeer goed werk verricht en kon men zien dat een getrainde politieman meer waard was dan diverse luchtbeschermingslieden die slechts een theoretische opleiding hadden genoten."

Van 13 tot 19 september 1942 werd een z.g. Verduisteringsweek gehouden. Resultaat daarvan was o. a. dat 142 processen-verbaal werden gemaakt wegens het niet nakomen der verduisteringsvoorschriften ten aanzien van gebouwen, dat in 71 gevallen de elektrische stroom als straf werd afgesneden en dat 368 fietsers een bekeuring opliepen wegens onvoldoende afscherming van hun lampen.
In de maand daarop werd in 221 gevallen de stroom afgesneden.
Over verduistering gesproken: Menig politieman heeft zich in die tijd gelukkig geprezen dat zijn uniformpet voorzien was van een behoorlijk stevige klep, die dikwijls de stoot tegen lantaarnpaal, hek of ander obstakel heeft opgevangen. Soms was het, ook in verband met de weersomstandigheden, op straat zo donker, dat men tastend zijn weg moest zoeken, vooral als men pas op straat kwam.

 

Met oude legerhelmoude legerhelm als ME-helm

Links vlnr: Zuidema - Henk de Smit - Steiginga  - Kees Janse.
Rechtsboven: burgemeester van Rooy en (vlnr: Jan Aarts - Jan van den Hout en Jos de Haan)

foto boven: Bij luchtalarm was de politie uitgerust met een zwart gelakte metalen helm, afkomstig van het voormalige Nederlandse leger. Van deze helmen had men het wapenschild verwijderd. Deze helmen zijn tot de zestiger jaren de begintijd van de ME -toen nog stormbrigade genoemd- gebruikt.

TOP


Tmajoor Wolkoen in de avond van 5 oktober 1942 de Staatsmijn Maurits te Lutterade was gebombardeerd, kreeg in de nacht van 5 op 6 oktober een detachement van de Eindhovense Politie bevel daarheen te vertrekken per autobus om assistentie te verlenen. Van dat verlenen van assistentie is niet veel gekomen.

Na een rede van Majoor Wolk (L) van de Ordnungspolizei konden ze weer naar huis. Het detachement had echter nu de uitwerking van een bombardement gezien.  bidprentje bombardement op sinterklaas 1942

Op zondag 6 december 1942 des middags omstreeks half één, deed een honderdtal Mosquito's een aanval op de Philipsfabrieken. Een groot aantal brisant- en fosforbommen werd afgeworpen en een groot deel van de Philipsfabrieken werd verwoest. Bovendien werden ongeveer 200 woningen verwoest of beschadigd, alsmede de Catharinakerk en een gedeelte van het ziekenhuis aan de Vestdijk. Eindhoven telde zeer veel doden onder haar burgers.

klik op afbeelding boven voor vergroting bidprentje van enkele slachtoffers van het bombardement.


"De Eindhovense Politie heeft zich tijdens en na de luchtaanval bijzonder van haar taak gekweten en hier en daar uitstekend werk met gevaar voor eigen leven verricht" schreef de Hoofdcommissaris in zijn verslag en dit was inderdaad de waarheid.

Voor de slachtoffers werd een bedrag van fl. 252.- onder de politiemannen verzameld, dat aan de N.V.D. werd gegeven. Na dit bombardement was er zoveel werk aan de winkel voor de politie, o.m. identificatie van de lijken, registreren van goederen, afzettingen en ontruimingen van straten en wijken bij het ruimen van ontelbare blindgangers, dat er een maand lang van eigenlijke surveillance geen sprake was.

Bombardement Philips

gebombardeerde philipsfabriekDe Philipsfabrieken werden in de avond van 30 maart 1943 weer gebombardeerd, nu door een negental vliegtuigen.
De aanval was voornamelijk gericht tegen de gedeelten Emmasingel en Willemstraat.
Behalve grote schade bij Philips werd een 60-tal woonhuizen getroffen.
Weer werden 23 burgers gedood en velen gewond.
Door bemiddeling van de Luchtbescherming werden 60 dakloze gezinnen ondergebracht in openbare gebouwen en bij particulieren.
Ook bij het bestrijden van de gevolgen van deze luchtaanval speelde de politie samen met Brandweer en Lucht bescherming haar rol.
In juni 1943 werden politiemannen aangewezen als hoofd van de verschillende vakposten der Luchtbeschermingsdienst. 
In geval van lucht alarm dienden zij zich rechtstreeks naar het hun aangewezen vak te gaan en de leiding op zich te nemen.
Ook op de hoofdpost was bij luchtalarm een politieofficier aanwezig om van daaruit de politie aanwijzingen te geven.

De N.S.B.-sinterklaas

Op 4 december 1943 zou -nu echter een N.S.B.- Sinterklaas zijn intrede doen.
Nauwelijks was hij echter op de Markt aangekomen, te midden van voor het grootste gedeelte grote en kleine N.S.B.-ers, of de sirenes, weer hun angstaanjagend geloei lieten horen.
Een ware paniek ontstond en Sinterklaas moest hals over kop een goed heenkomen zoeken. Men begrijpt dat er van verdere feestviering niets is gekomen en dat een en ander koren was op de molen van het grootste gedeelte van Eindhovens bevolking.
In het voorjaar van 1944 ging er bijna geen dag voorbij zonder luchtalarm, soms meerdere malen per dag, zoals op 22 april liefst vier maal.
In de Philipsfabrieken was de regeling dat als er luchtgevaar was, “vooralarm” gegeven werd. De gehele fabriek stroomde dan leeg. Men kan zich voorstellen dat er van werken onder deze omstandigheden weinig of niets terecht kwam.

Het aantal arrestanten aan het Hoofdbureau was zodanig groot, dat er voor nachtverblijvers geen plaats was. (noot: Tot eind zestiger jaren was het mogelijk –als je geen onderdak had- op het hoofdbureau te blijven slapen. Er was een aparte ruimte voor mannen waarin een aantal stapelbedden was geplaatst. Dat werd ‘nachtverblijf’ genoemd.)
Te beginnen in maart 1944 werden deze nachtverblijvers ondergebracht in de vakpost Eindhoven van de Luchtbescherming, gevestigd in het toenmalige gebouw "Katholiek Leven" aan de Wal.
Herhaaldelijk werden in deze periode treinen met bommen bestookt of beschoten, zodat de diensten vaak waren gestremd en de treinen uren en uren te laat binnenkwamen.
Men kon in die tijd wel zeggen, op welk tijdstip het politiepersoneel dat vrij had, de stad per trein verliet, maar niet wanneer het zou terugkeren.
Dit had tot gevolg, dat men, vooral in de nachtdienst, dikwijls met onderbezetting te kampen had.
Kwam een trein binnen na het uur van de avondklok, dan kregen de reizigers van of vanwege de stationschef een briefje, waarmede zij dan ongehinderd hun woning konden bereiken.

Luchtaanval vliegveld

bomkraters rond het vliegveld Op Maria Hemelvaart 1944 werd een grote luchtaanval uitgevoerd op het vliegveld. Bommen en brandende fosfor regenden neer.
Een bom kwam terecht op het plein bij de St.Trudokerk die daardoor zwaar werd beschadigd.
Op 3 september 1944 viel een zestal bommen achter een perceel aan de Zeelsterstraat en een op de hoek Geertruidenbergstraat - Bergen op Zoomstraat, zonder echter al te veel schade aan te richten. Het vliegveld werd op 10 september 1944 weer gebombardeerd.
Ook nu nog worden nog regelmatig blindgangers aangetroffen die moeten worden geruimd.
Getuige het aantal bomkraters op de foto links zijn er dat nog al wat.
Op 11 september 1944 begonnen de Duitsers stelselmatig alle voor de oorlogsvoering bestemde installaties te vernielen, vermoedelijk in verband met het valse bericht van het vallen van Breda. Zodra de Duitsers de gebouwen hadden verlaten die ze tot dan in gebruik hadden gehad, begon de bevolking deze te plunderen, o.a. de gebouwen van de Theresiaschool aan de Bredalaan en Goorstraat, alsmede het Jeugdstormhuis aan de Keizersgracht. Ook in dit gebouw is de Hoofdpost van de Luchtbescherming gevestigd geweest.

Het bombardement op 19 september 1944

identificatie doden bombardement 19-9-1944Nadat op 18 september 1944 de stad in feestvreugde was geweest vanwege de bevrijding kwam de 19 september, één der donkerste dagen in de Eindhovense geschiedenis. Tegen de avond ging het gerucht dat een Duitse tankformatie een aanval zou doen op de stad om te trachten door te breken. De rood-wit-blauwe vlaggen die bijna twee dagen hadden gewapperd, werden ijlings ingehaald. Omstreeks 8 uur 's avonds tegen de schemering werden een massa lichtkogels boven de stad uitgeworpen en daarna begon een bombardement dat ongeveer een half uur duurde. De bommen werden blijkbaar lukraak over de gehele stad uitgeworpen. Een munitie colonne in de Hertogstraat raakte tot overmaat van ramp ook nog in brand. Toen het bombardement was geëindigd leek de hele stad één vuurzee. De droeve gevolgen?
Dit bombardement kostte Eindhoven 177 doden. De stoffelijke overschotten werden bijeengebracht bij een school aan de Thijmstraat om te worden geïdentificeerd.(boven)

 

 

Piet van SoerlandJan Staalwillem van heesHeskens

Piet van Soerland was samen met Staal, van Hees en Heskens (vlnr) belast met identificatie doden bij:

  • bombardement 6-12-1942 (250 doden)
  • bombardement 30-3-1943 (25 tot 30 doden)
  • bombardement 19-09-1944 school Thijmstraat (177 doden)

Gevolgen van andere bombardementen en oorlogshandelingen:

  • 25 tot 30 doden vielen er bij het bombardement op 30 maart 1943
  • Bij de oorlogshandelingen (de Orchideeënstraat) op 12 oktober 1944 vielen 10 doden en 11 doden bij die van16 december 1944
  • een V-1 sloeg in op de hoek Kruisstraat - Gildelaan, waarbij 8 huizen werden vernield en 200 beschadigd
  • Een week later, 23 december, vielen twee bommen op de vroegere Demer en twee op de Kruisstraat. Drie burgers en twee militairen werden hierbij gewond.

Op 25 september 1944 werd weer een gerucht verspreid en nu, dat Eindhoven door de Duitsers was omsingeld en dat de stad weer zou worden gebombardeerd. Hoewel dit gerucht de stemming van de bevolking drukte, heeft het toch niet zo'n uitwerking gehad als op 14 juni.

duits afweergeschut op de Philipstorenduits afweergeschut op de philipstoren

Verder stond rondom de stad en de Philips fabrieken het Duitse afweergeschut, zoals nabij het station bij de Nieuwe Bogert, bij de Marconilaan, in Strijp tussen de St.Trudokerk en de kerk van de Paters Capucijnen, in de nabijheid van de IJzeren Man, evenals op de daken van diverse Philipsfabrieken (zoals hierboven op de Philipstoren aan de Emmasingel) en andere hoge gebouwen, o.a. Baekers en Raymakers, Vroom en Dreesmann.
Bovendien reden de Duitsers bij tijd en wijle met afweergeschut door de stad, waarbij ze vanuit woonwijken het vuur op overtrekkende vliegtuigen openden.

Feest Philips

Frits Philips op de schouders 1941Op 23 mei 1941 maakte de Directie van de NV. Philips bekend dat een extra loon van twee weken zou worden uitbetaald wegens het 50-jarig bestaan van de N.V., en dat het personeel om vier uur ‘s-middags naar huis mocht. Om half twee was er echter zo'n feestvreugde dat in plaats van om 4 uur al om twee uur vrijaf gegeven werd. De feestvreugde uitte zich door de Directie een "Lang zal zij leven" toe te zingen en daarna kwamen al gauw allerlei nationale liederen. Er ontstond (in oorlogstijd wel te verstaan) een verkapte Oranjeviering.

feest philips 1941 emmasingelDe joodse firma De Wit op de Demer, deelde eveneens in de feestvreugde en gooide met handenvol oranje feestmutsen, nationale vlaggetjes, en andere feestartikelen naar buiten.
’s Avonds om 6 uur arriveerde een bataljon Ordnungspolizei uit Tilburg met veel vertoon in de stad en werd een bevel uitgevaardigd dat iedereen ‘s avonds om 8 uur binnenshuis moest zijn. Die avond zijn, na 8 uur, enkele honderden personen aangehouden en tot de volgende morgen vastgehouden in een school aan de Don Boscostraat.

De oorzaak hiervan was:

  • het optreden van de foute politieman Van Dijk, (die met een mes in zijn arm werd gestoken;
  • dat aan de bagagedrager van de fiets van hoofcommissaris Willem Dijs (ook fout) een grote oranje strik werd bevestigd;
  • dat de N.S.B.-leiding de zaak verdraaide;

Het vlagincident:

vlagincident-1

Op 29 mei 1942 werd politieassistentie gevraagd bij het Gemeentelyceum. Hier speelde zich het z.g. vlagincident af. In het kort kwam het hierop neer. Bij gelegenheid van het bezoek van Mussert aan Eindhoven werd aan verschillende gemeentegebouwen de Oranje-blanje-bleu-vlag uit gestoken, zo ook aan het Gemeente lyceum aan de Sophiastraat (Julianastraat). De leerlingen weigerden onder de vlag door de school binnen te gaan en groepten samen vóór en in de buurt van de school.
Voor zover bekend heeft de politie daar niet opgetreden.
nsb-burgemeester PullesDe kwestie werd door de NSB Burgemeester Pulles (l) op de spits gedreven en verschillende leerlingen werden door hem gestraft met schorsing voor 8 dagen tot 1 jaar, evenals het verlies van vrije middagen.
Uiteindelijk heeft geen enkele leerling feitelijk straf gekregen.
In een door en voor de scholieren verspreid vlugschrift is o.a. te lezen: "Omdat bij het bezoek van Mussert aan Eindhoven de N.S.B.-vlag uitgestoken was, hebben we geweigerd de school in te gaan. DAT WAS ONS GOED RECHT. Zoiets nemen we niet," en "De vaderlandse geschiedenis leerde ons hoe onze grote helden offers wisten te brengen voor Land en Vrijheid. Die lessen hebben we goed begrepen. Nooit bukken we voor de N.S.B. Dan liever de lucht in, zei van Speijk". Verder: "Niet de rechter straft ons, maar een N.S.B.-burgemeester. Waar bemoeit die vent zich mee?"
Bij deze zelfde gelegenheid moest de technisch ambtenaar Moonen van Gemeentewerken er voor zorgen, dat aan de diverse gemeentegebouwen de N.S.B.-vlag werd uitgestoken. Hij weigerde aan zijn personeel hiertoe opdracht te geven. Hij werd daarvoor ontslagen en tegen hem moest proces verbaal worden opgemaakt, ter zake 358bis Wetboek van Strafrecht.
Voor het Vredesgerechtshof werd hij veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf.

Enkele dagen na zijn veroordeling ontving de Heer Moonen een briefkaart waarop stond:

HULDE. Gaat niet opzij voor 't roof gespuis. Bewijs geen eer aan het hakenkruis. Weersta de schurken, die ons land Verkwanselen in des vijand’s hand. Oranje boven Vrij Nederland. Afzender: Nederlander.

Deze open briefkaart was door onverklaarbare oorzaak terechtgekomen bij de NSB-burgemeester Pulles die hem doorstuurde naar de Heer Moonen met het volgende briefje: "Bijgaande HULDE AAN EEN NEDERLANDER, welke ik bij mijn poststukken aan- trof, doe ik U hierbij toekomen". De Burgemeester van Eindhoven, Pulles.

Op 29 mei 1945 hebben 3 Eindhovenaren (Dr.Ir. J. Bergmans - H. Honhof en E.A. Wijsmuller) bovenstaand boekje geschreven om te voorkomen dat het vlagincident met de jaren in de vergetelheid zou geraken.

Pulles werd op zaterdag 21 februari 1942 als N.S.B.-burgemeester van Eindhoven geïnstalleerd. In het Dagblad van het Zuiden werd er een paginagroot artikel aan gewijd.

krant nsb pulles  krant pulles 3

Klik op de linker afbeelding voor vergroting.

Ook in het W.A.-blad "De Zwarte Soldaat" werd er een groot artikel aan gewijd.

levensloop pulleskrant pulles 1

Klik op de linker afbeelding hierboven voor een vergroting.
Het beschrijft de levensloop van de NSB-burgemeester Pulles zoals die in het Nationale Dagblad werd gepubliceerd. (NSB)

Onder: Toen Pulles in febr. 1942 in het Van Abbe museum werd geïnstalleerd waren een behoorlijk aantal sinistere figuren aanwezig toen hij zijn installatierede hield.

installatie pulles ontspikkeld tint cijfers
(klik op de afbeelding voor een vergroting)

1=Leeuwenberg, distributieleider NSB
2=Oberst Kausch (cmdt. Fliegerhorst)
3=Mr.Ir. van Leeuwen (gewestelijk politiepresident)
4= Majoor Wölk (chef Ordnungspolizei/cmdt. Grüne Polizei Eindhoven)
5=Hauptmann Jauernick
6= Majoor Vermeulen (hoofd Eindhovense politie)
7=Bade
8=Vroegindeweij (sociaal voorman NV-Philips)
9=Huub Vervoot (van de Eindhovense en Meijerijsche Courant)

Na de oorlog werd Pulles gearresteerd. (zie foto hieronder). De politieman in uniform is Willem Raap.
Pulles komt ook voor op de lijst van na de oorlog ontslagen burgemeesters. Zoals uit het hieronder afgebeelde krantenartikel blijkt is ook de vrouw van Pulles berecht.

arrestatie-burgemeester pulleskrant pulles 2

Op 15 september 1944, drie dagen voor de bevrijding van Eindhoven, heeft Gerard van den Boom een inventarisatie moeten maken van het Eindhovense korps.
Hij moest op last van de Militair Commissaris Oost Brabant opgave doen van wie er vermoedelijk fout waren geweest en wie er om die reden geschorst of gestaakt waren.
Hieronder een grafiekje van deze inventarisatie.

Onder de geschorsten bevonden zich 7 oud WA-hulpagenten.

grafiek schorsingen

In 1945 werd het zogenaamde Zuiveringsbesluit ingevoerd.
Daarin werd geregeld wie en in welke gevallen kon worden geschorst, gestaakt of ontslagen omdat hij tijdens de oorlog fout was geweest.
Er bestaat een lijst van Ontrouw en Zuivering met daarin de namen van degenen op wie een of meerdere van die maatregelen zijn toegepast.

TOP

 


Hieronder treft u enkele foto's aan die zijn gemaakt tijdens de oorlogsdagen in Eindhoven.
De Philipsfabrieken en de Eindhovense binnenstad kregen het zwaar te verduren.

Philipsfabrieken

Philipsfabrieken

Getroffen Philipsfabrieken

PhilipsfabriekenHet Binnenzieknhuis gebombardeerd

Links de Philipsfabrieken en rechts het toenmalige Binnenziekenhuis dat aan de voorzijde grensde aan de Vestdijk en aan de achterzijde aan de Jan van Lieshoutstraat.

Binnenstad gebombardeerdDemer gebombardeerd

Gezicht op de totaal verwoeste Demer.

Philipstoren

Gezicht op de Philipstoren aan de Emmasingel vanuit waar nu ongeveer de Bijenkorf staat. Links de Demer.

Stratumseind op 18 september 1944

Op 18 september 1944 trokken de geallieerden vanuit Valkenswaard via ondermeer het Stratumseind door Eindhoven. (boven)

Op 19 september, één dag later, werd dat deel van de stad door de Duitsers gebombardeerd met als resultaat wat je hieronder ziet.

Stratumseind na bombardement op 6  19 september

Bevrijding hoofdbureau Grote Berg

NSB-ers en andere lieden die zich tijdens de oorlog minder vaderlandslievend hadden opgesteld werden afgeleverd op het hoofdbureau aan de Grote Berg. Dit onder grote publieke belangstelling.
In het midden onder de poort (in uniform) staat Jan van de Reek. Vooraan in het midden in burger Ip. de Poorter. De andere politiemensen zijn mij onbekend.

arrestaties

Hoongelach viel de onbetrouwbare Nederlanders ten deel bij het binnengaan van het bureau.

airbornes grote berg

Twee Amerikaanse paratroopers (in het midden van de foto) worden toegejuicht door bevrijde Eindhovenaren voor de hoofdingang van het bureau Grote Berg.

Joop HarthoornHoltrop bij de bevrijding

Boven links: Bij of kort na de bevrijding van Eindhoven vlnr: Zuidema - ? - Gerard van den Boom - Primus - Joop Harthoorn - Kees Janse
Boven rechts: Anne Holtrop en Baken (later marktmeester).

Kees Janse arresteert Duitser 

Een van de bezetters werd gearresteerd. Let op het jongetje rechts bij wie enig leedvermaak onmiskenbaar aanwezig is.

 

Cees Janse met arrestant.Jan AartsKees Janse kwam in 1942 bij de politie Eindhoven. Net als de meesten werkte hij bij de straatdienst. De groep waartoe hij behoorde moest mensen arresteren die tegen het regime van de Duisters waren. Rond 3 uur in de nacht kreeg de groep een lijst met mensen die ze rond 6 uur moesten gaan arresteren. In plaats daarvan gingen ze echter tevoren die mensen waarschuwen en onderbrengen in een loods van verhuisbedrijf Aarts aan de Meckelenburgstraat in Eindhoven. Vandaar namen leden van het verzet het van hen over.
De kruik ging echter net zo lang te water tot ze brak. Op een bepaald moment zag Kees zijn naam ook op de lijst staan, samen met die van zijn collega Jan Aarts. (boven rechts)
Beiden werden tot na de oorlog door het verzet elders ondergebracht. Het bleek dat hij door een burger ambtenaar van het korps was verraden.
Volgens zijn zoon heeft Kees hem meteen na de bevrijding gearresteerd.

Na de bevrijding arresteerde Kees een van de Duitse bezetters die nog duidelijk herkenbaar was, ondanks dat hij de knopen en rangonderscheidingen van zijn jas had verwijderd. Volgens mij was hij blij dat de oorlog er voor hem op zat.

schipholt pop

Boven: Lutke Schipholt vermaakt zich met een pop die de opgehangen Hitler voorstelde.

TOP

 

 

 

 


 

 

 

Aanval op PhilipsfabriekenAanval op Philipsfabrieken

Vanuit een woning in Strijp werd dit bombardement op de Philipsfabrieken vastgelegd.

Duits appel bij van AbbemuseumDuits appel bij van Abbemuseum

Twee opnamen van een Duits appel voor het van Abbemuseum.

De PAN onderweg na de bevrijdingcollaborateurts Grote Berg

Boven: De PAN onderweg op de Geldropseweg, hoek Stratumsedijk, richting Wal.
Daaronder: Collaborateurs worden op de Grote Berg het hoofdbureau van Politie binnengebracht door PAN-leden en scouting. Door zijn zoon Joop werd het middelste gehelmde PAN-lid herkend als Louis Dassen die later, tot aan zijn overlijden, deel zou uitmaken van het korps gemeentepolitie Eindhoven.

Pan en Politie

De PAN, samen met politie, onderweg om arrestanten te maken onder voormalige collaborateurs, hier op de Grote Berg tegenover het toenmalige hoofdbureau.

TOP


 

PhilipsfabriekPhilipsfabrieken

Verwoeste Philipscomplexen.

PhilipsfabriekPhilipsfabriek

Hoek Rechtestraat-Kerkstraatplakette hoek Kerkstraat-Rechtsestraat

Linksboven het hoekpand van voormalige boekhandel van Pierre op de hoek van de Kerkstraat-Rechtestraat met in de verte het torentje van het Eindhovense stadhuis. (gezien vanuit het Stratumseind.
Rechtsboven de plaquette die nu nog op dat hoekpand is aangebracht en die aan het bombardement herinnert van 19-9-1944.

Duitsers-Demer

Gevangen genomen Duitsers worden onder bewaking van politie en para's via de Demer weggeleid. Op de achtergrond de glazen pui van Vroom&Dreesman en het torentje van het Eindhovense stadhuis.

Grote Berg

Grote Berg Eindhoven bij de ingang naar het hoofdbureau.

Ten Hagestraat

Intocht van de bevrijders via de Ten Hagestraat.
Kijkrichting Vestdijk. Links de gebouwen van het toenmalige Binnenziekenhuis. Op de linker hoek is nu de ingang naar de Heuvelgalerie bij de fontein.
Rechts, waar nu Dynamo staat, was destijds het Groen Koffiehuis.

feest in de Tramstraat

Dolgelukkig waren de Eindhovenaren toen ze bevrijd waren. Het leek wel carnaval.
Hier trekken de jongeren door de Tramstraat, samen met een van onze bevrijders.
De grote man met het donkere pak vooraan links is MARI PULLES die later, tot aan zijn pensionering, werkzaam was bij de afdeling financiën van de gemeentepolitie Eindhoven.
Veel foto's van het korps Eindhoven op deze website, vooral veel pasfoto's, heb ik uit zijn verzameling gekregen.

TOP

 

 

 

 

 

 

 


 

  

nederland herrijst banner

Gearresteerde politiefunctionarissen:

Verschillende politiemannen zijn in de bezettingstijd door de Duitsers gearresteerd en hebben kortere of langere tijd in de gevangenis doorgebracht.

Enkelen worden hier genoemd:

ZelenAgent Zelen werd op 15 mei 1941 door Wiegant van de S. D. Eindhoven gearresteerd, verdacht de hand te hebben gehad in het achteroverdrukken van koffers van de weermacht te Deurne en het doen van Duits vijandige uitlatingen. Door het Feldgericht te Utrecht werd hij vrijgesproken na -tot 7 oktober 1941- te hebben doorgebracht in het Huis van Bewaring te 's-Hertogenbosch, cel 59.
Toen hij te Eindhoven terugkeerde was hij zo mager geworden, dat hij, zoals dat toen werd omschreven, ‘kijkende door zijn broeksband, door zijn broekspijpen de straatstenen kon zien.’

Duvigneau

Hoofdagent Duvigneau werd gearresteerd verdacht van het verschaffen van hulp aan joden. Hij werd in de cellengang alhier ingesloten.
oorkonde duvigneauOp een gegeven dag ontvluchtte hij echter en is daarna tot het einde van de bezetting ondergedoken geweest.
Duvigneau ontving na de oorlog een oorkonde van Generaal Eisenhower voor zijn hulp aan de geallieerden.(links)
Klikop de afbeelding van de oorkonde voor vergroting.

 

C.Verhagen

 

Hoofdagent C. Verhagen.
Naar aanleiding van het ontvluchten van Duvigneau is ook de hoofdagent C. Verhagen gearresteerd.  
Deze werd echter na één dag en één nacht in een cel van het Hoofdbureau te hebben doorgebracht, in vrijheid gesteld.

 

 

van Oorsouw

Agent van Oorsouw werd ontslagen omdat hij bij een N.S.B.-collega een briefje in diens kleerkast je in de wacht had gedeponeerd, met de vraag waarom deze niet naar Rusland ging.

 

 

  

de RooijRechercheur de Rooij werd gearresteerd samen met Harrie Aarts, wegens het verlenen van hulp aan joden en het vervoeren van piloten.
Beiden zijn naar het kamp Vught overgebracht.
Aarts is aldaar gefusilleerd (zie onder), terwijl de Rooij het heeft overleefd.

 

 

  Harrie AartsRechercheur Harrie Aarts.

Harry Aarts en Rien van Bruggen werken in het verzet in Eindhoven, onder meer in afvoerlijnen voor geallieerde piloten. Eerst vervoeren zij piloten die zij uit Amersfoort krijgen naar Limburg, naderhand vinden zij twee afvoerlijnen in Noord-Brabant. De ene route loopt naar Maarheeze-Budel, de andere route via Oisterwijk naar Coba Pulskens in Tilburg. Voor het overbrengen van piloten maakt Harry regelmatig gebruik van een politieauto, of hij rijdt in een auto met het bord  "Politie"  achter de voorruit.
Zo lopen ze minder kans om na spertijd te worden aangehouden. Op 8 juli 1944 gaat het mis. Vermoedelijk door verraad. Harry stelt zichzelf en een politieauto beschikbaar voor het vervoer van een aantal ondergedoken piloten naar Tilburg.
Samen met Jan Brunnekreef uit Oisterwijk brengt hij drie piloten naar de Diepenstraat in Tilburg. De piloten worden daar afgezet en vervolgens rijden Harry en Jan nog een keer naar Eindhoven om nog twee piloten op te halen Daar voegt ook verzetsman Piet Haagen zich bij dit gezelschap.
Weer op weg naar Tilburg worden zij door de Feldgendarmerie aangehouden bij Moergestel.
Uiteindelijk leidt het ertoe dat Harry Aarts op  19 augustus 1944 's avonds om half negen op de fusilladeplaats in Vught wordt terechtgesteld.

Een uitgebreidere versie van dit verhaal is te lezen op de website van nationaal Monument Kamp Vught

bidprentje harrie aarts

KLIK OP AFBEELDING VOOR VERGROTING
Bijgevoegde documenten collectie Nationaal Monument Kamp Vught.

Piet Knabben

Hoofdagent Knabben en de agent Bouman (geen foto) zijn juli-augustus 1942 in arrest gesteld wegens het laten ontsnappen van een S. D.-arrestant.

Zij werden echter door het S.S.U.Polizeigericht vrijgesproken en konden daarna hun dienst hervatten.

 

  

 KlingensAgent Klingens kreeg op vrijdag 1 augustus 1941 tijdens het sluiten bij restaurant "Trianon" (exploitant van Lith) moeilijkheden met een Duits vliegerofficier.
Klingens werd op 25 augustus 1941 door een Duits gerecht, zitting houdende op het vliegveld alhier, veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf wegens belediging van die officier-vlieger.
Klingens bracht 14 dagen door in de gevangenis aan de Amstelveenseweg te Amsterdam en zat daarna zijn straf uit in de gevangenis te Bochum tot 25 Maart 1942.
Bij zijn terugkeer in Nederland was hij 50 pond lichter geworden.
Hij werd in 1936 op 25 jarige leeftijd bij de politie aangesteld. Zijn proces-procesverbaal van eedsaflegging vindt u hier

 Willem van HeesWillem van Hees (Woeste Willem) werd in deze periode door de S.D. gearresteerd wegens het onderdak verschaffen aan Joden.
Na zijn arrestatie bleek zijn gezondheidstoestand van die aard te zijn, dat hij werd opgenomen in het Binnenziekenhuis waar hij onder politiebewaking moest blijven.
Daar moest ook bewaakt worden Dr.Spoorenberg van de G.G. en G.D, die daar ongeveer gelijktijdig in was opgenomen.
Het heeft tot 1950 geduurd totdat Van Hees weer in politiedienst terug kwam.

George DeelmanGeorge Deelman was op 18 juni 1942 als wachtmeester bij de Eindhovense Staatspolitie benoemd. Hij was op 19 augustus 1943 door de Sicherheitsdienst gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis in Haaren(N.Br.) 
Hij was, samen met de agenten Böhler en Houtsager (zie verder hierna bij "Gesneuvelde Politiemannen") gearresteerd omdat zij persoonsbewijzen en stempels hadden ontvreemd uit het Arbeidsbureau te Eindhoven. 
Op 15 maart 1944 werd hij overgeplaatst naar het enige Nederlandse SS concentratiekamp in Nederland: Konzentrationslager Herzogenbusch dat later bekend werd als kamp Vught.
Nadat hij op 28 maart 1944 wegens gebrek aan bewijs is vrijgelaten wordt hij op 25 juli 1944 weer gearresteerd op last van de SD en in augustsu van dat jaar overgebracht naar Kamp Amersfoort. (Häftlingnummer 4866) 
Hij werd binnengebracht op grond van Arbeitseinsatz en "Politische Verhalten und Kriminelle vergehen". 
Tijdens het bombardement van vliegveld Deelen weet hij te ontsnappen. 
Nadat hij bij zijn ouders in Bussum is hersteld blijft hij in het tot het einde van de bezetting in het Westland en gaat hij met hulp van de ondergrondse naar Amsterdam om daar voor het verzet te werken. 
Na de oorlog is hij niet bij de politie teruggekeerd maar ging hij het leger in.(bron: De Vergeten Executie" van Jos Diender)

 

  Onderscheidingen

ReukersFranse oorlogskruis met palmBrigadier Reukers werd in december 1951 onderscheiden door de Franse regering met het oorlogskruis 1939-1945 met de bronzen ster.
Hij kreeg die onderscheiding wegens het bijdragen tot hulp aan talrijke Franse en geallieerde krijgsgevangenen die waren ontsnapt uit Duitse krijgsgevangenkampen, met toewijding en onder moeilijke omstandigheden gedurende de vijandelijke bezetting verricht.
Reukers had al eerder onderscheidingen ontvangen nl: een door generaal de Gaulle persoonlijk ondertekende oorkonde en twee Amerikaanse onderscheidingen, waarvan een getekend door gen. Eisenhower. 

 

 

Henk Hofsoorlogsherinneringskruis met gesp voor bijzondere krijgsverrichtingenAan Henk Hofs werd het Oorlogsherinneringskruis met gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen “Nederland Mei 1940” toegekend.
Hofs nam indertijd als dienstplichtig sergeant deel aan de gevechten op de Grebbeberg.
Hij maakte toen deel uit van de compagnie waartegen de Duitsers een doorbraak forceerden en heeft het zwaar te verduren gehad.
Hij heeft daar nooit over gesproken.
Ook niet in familiekring.
Tijdens zijn crematie in 2005 werd gememoreerd hoe emotioneel hij ieder jaar was tijdens de jaarlijkse dodenherdenking en dat de Grebbeberg jaren lang door hem bezocht is om daar in stilte die moeilijke periode te overdenken.

  

 

 

gesneuvelde politiemannen

Linders
Frans Linders, die als fotograaf werkzaam was onder de heer Garnier bij de Technische Dienst koomanvan de Recherche Hoofdafdeling zou, samen met een zekere Streefkerk, op 12 september 1944, bij het benzinetankstation aan de Boschdijk twee Duitse militairen ontmoeten, wier wapens zij zouden overnemen en die zij vervol­gens gelegenheid zouden geven onder te duiken.
Op het afge­sproken uur had de ontmoeting inderdaad plaats, maar ook de S.D. was daar aanwezig.
Onmiddellijk werd het vuur op Linders en Streefkerk geopend.
Linders was op slag dood. Streefkerk zag, hoewel getroffen, nog kans te ontvluchten, doch is de volgende dag in het ziekenhuis aan de opgelopen schotwonden overleden.
Bij deze zaak zijn zeer waarschijnlijk betrokken geweest:Frohnappel van de S.D.; Kooman van de Staatspolitie Eindhoven (R) en Haasz, eveneens van de S.D.

graf linders

Zijn graf bevindt zich op de gem.begraafplaats in Venlo. (zie oorlogsgravenstichting)

Naar dit voorval is uitgebreid onderzoek gedaan door Luitenant-Kolonel b.d. Henk Westland.
Hij heeft daarover in 2015 gepubliceerd in het blad Marechausseecontact.
Klik hier voor het betreffende artikel

Gerrit den Braber

 

Gerrit den Braber werd op 17 September 1944 dood gevonden op een perceel bij de Kaakstraat in Woensel.Gerrit-den-Braber-2
Hij was toen gekleed in de uniform van de P(artisanen) A(ctie) N(ederland).
In de zgn. verzetsheldenbuurt in Acht is er een straat naar hem vernoemd.

graf-gerrit-den-braber
Het graf van Gerrit den Braber op de erebegraafplaats in Loenen werd bezocht door zijn moeder en zus.
Tweede van links is hoofdcommissaris B. van der Werf.
De vierde politieman met helm,waarvan het gezicht zichtbaar is, is Willem Wolfs.
De 3e van rechts is vermoedelijk Herman Maas.

W.C. Böhler-Gerrit Hendrik Houtsager 

Op 17 september 1943 werden de wachtmeesters Gerrit Hendrik Houtsager, W.C. Böhler en George Deelman geschorst wegens het ontvreemden van een aantal "Ausweise", uit het Arbeidsbureau alhier. De beide eerstgenoemden hebben door deze affaire hun leven verloren nadat zij eerst door de S.D. waren gearresteerd en naar Haaren waren overgebracht. (bron: Het boek van Hip. Matla "25 jaar Lief en Leed van de Eindhovensepolitie" uit 1945)

Bovenstaande tekst uit het boek van Matla kan nu, mei 2015, worden uitgebreid met nieuwe informatie.
Een familielid van Houtsager (René Houtzager) ontdekte dit bij een stamboomonderzoek. Alle onderstaande informatie is via hem verkregen.

Boehler Wilhelm Carl

Tijdens de oorlog was de hele familie van Wilhelm Christiaan Böhler (l) betrokken bij het verzet.
Wilhelm was agent van politie te Eindhoven. Hij was naar Eindhoven vertrokken zonder dat zijn familie wist wat hij daar ging doen.
Het contact met zijn familie bleef verbroken tot op het moment dat hij naar Kamp Vught wordt overgebracht., Van daaruit schrijft hij brieven naar huis.
Op 23 augustus 1944 wordt hij op de fusilladeplaats nabij Kamp Vught terechtgesteld.
Ook zijn vader wordt enkele maanden later (26 oktober) bij de St.Bavokerk in Haarlem gefusilleerd als represaille op de moord van NSB-er Fake Krist. Het is niet bekend of de vader toen wist dat zijn zoon al was gefusilleerd.(bron: Kamp Vugt)

Böhler wordt ook vermeld op het monument voor omgekomen Eindhovenaren (verzetsmensen) op het Stadhuisplein te Eindhoven.
bohler schriftAantekening uit het schrift van Gerard van den Boom. Zie verdere bijzonderheden hieronder.

 Gerrit Hendrik Houtsager

Het blijkt dat deze drie, waarvan Houtsager en Böhler destijds op de Maria Stuartstraat 12 te Eindhoven woonden, door de Duitsers waren gearresteerd omdat zij persoonsbewijzen en stempels hadden ontvreemd uit het Arbeidsbureau te Eindhoven.
Tot lang na de oorlog was het onbekend wat er met Houtsager gebeurd was en kwam hij voor op de lijst van oorlogsvermisten.
Gerrit Hendrik Houtsager 2Pas op 6 december 1951 is hij ingeschreven in de overlijdensregisters van de gemeente Eindhoven toen was gebleken  dat hij op 25-jarige leeftijd op 31 mei 1945 in Bergen-Belsen is overleden.  Hij komt ook voor op het monument op het stadhuisplein waar alle namen op zijn vermeld van Eindhovenaren die door de oorlog zijn omgekomen.

In januari 1945 moest Gerard van den Boom (administratie GP Ehv)) op last van het Militaire Gezag een inventarisatie maken van het korps Eindhoven. Hij heeft toen in een schoolschrift alle korpsleden van hoog tot laag gerubriceerd en achter hun namen vermeld wie er fout waren, hun rang, waar ze waren ingedeeld, wie er geschorst waren, wie er met (ongeoorloofd) verlof waren, wie er tijdens de oorlog waren omgekomen etc.
schrift houtzagerIn dat schriftje vond ik de naam Houtsager met een aantekening (boven) waaruit blijkt dat men toen niet wist wat er met hem was gebeurd. Achter zijn naam stond een vraagteken en de opmerking dat hij was gefusilleerd in Kamp Vught. Nu blijkt dus dat dit niet het geval was maar dat hij vermoedelijk in Bergen-Belsen is omgekomen. Dit werd dus pas bekend in 1951. Het boek van Matla is van 1945.

De ouders van G.H. Houtsager hebben kort na de oorlog via advertenties in kranten proberen te achterhalen waar hun zoon was. Een ooggetuige heeft toen contact opgenomen en verklaard G.H. Houtsager te hebben ontmoet/gezien in een treinwagon op transport naar Bergen-Belsen. G.H. Houtsager zou reeds zeer verzwakt zijn. Daarna lopen de verhalen uiteen: of hij is daadwerkelijk in Bergen-Belsen gestorven of hij is na de bevrijding van het kamp op de terugweg naar Nederland alsnog overleden. De foto van hem (boven) is in oktober 2015 aan mij beschikbaar gesteld door de neven van Houtsager waarvoor bijzondere dank.


Hieronder de overlijdensakte van Houtsager.

Overlijdensakte Houtsager

 

TOP

 

 

Na de oorlog

In de bezettingstijd werd geen enkele tak van de overheid zo grondig en verstrekkend gereorganiseerd als de politie.
De opzet van de bezetter was om van de politie een paramilitaire organisatie te maken die als steun moest dienen bij de realisatie van zijn politieke doelstellingen in ons land.
De in ons land historisch gegroeide verhoudingen op politiegebied werden gewoonweg omver geworpen omdat de bezetter een systeem wilde dat op haar eigen systeem was geschoeid.
Na de bezetting werd dat systeem dan ook meteen omver geworpen.
Zowel de regering als de politiefunctionarissen wilden echter het systeem van vóór de oorlog ook niet terug omdat dit toen ook al aan verandering toe was.
Omdat Nederland in delen werd bevrijd was er geen mogelijkheid voor het hele land gelijktijdig een nieuw politie organisatie te ontvouwen.
Daardoor ontstond er een periode waarin eigenlijk niemand wist hoe het met de organisatie van de Nederlandse politie was gesteld.

Vanaf 1851 waren heel wat pennen in beweging gebracht om verandering in de politieorganisatie te brengen.
Ondanks dat veel mensen het niet eens waren met het gegeven dat de politie na de oorlog niet één rijkskorps werd, streefde men met de nieuwe regeling naar zo groot mogelijke eenheid met handhaving van de historisch gegroeide autonome positie van de gemeenten, waarbij de burgemeester met de bestuurlijke politiezorg werd belast.
Het „Politiebesluit 1945" was te beschouwen als de basis voor de verdere op- en uitbouw van de politie. Een soort grondwet voor de politieorganisatie, waarop de diverse nog te verwachten uitvoeringsvoorschriften geënt werden.
Het politietoezicht werd in grote -aangewezen- gemeenten uitgeoefend door gemeentepolitie.
Daardoor keerde Eindhoven weer terug naar de gemeentepolitievorm.
Hoofd werd de burgemeester, terwijl de gemeentelijke politiekorpsen ressorteerden onder de Minister van Binnenlandse zaken.
In alle overige gemeenten kwam Rijkspolitie onder de Minister van Justitie.
De Marechaussee werd een militair korps, gestationeerd in een 30 K.M.-strook langs de rijksgrenzen en werd belast met de grensbewaking. Ook kon de KMAR ingezet worden om bijstand te verlenen tot het handhaven de openbare orde en rust. Merkbaar was, dat de Marechaussee weinig ingenomen is met deze haar toegedachte bestemming.

Na de bevrijding

 Het korps was in de begintijd vrij militaristisch ingesteld. Zo werd er bijvoorbeeld precies voorgeschreven wie er tot het hogere politiepersoneel behoorden (met name genoemd) ten opzichte van wie voor het lager politiepersoneel de verplichting tot groeten op de voorgeschreven wijze bestaat.

Dat groeten op de voorgeschreven wijze ten aanzien van de hoofdcommissaris bestond hierin dat het lager personeel bij het tegenkomen van de hoofdcommissaris een stap opzij moest doen en "halt - front" moest maken. Dat heeft tot begin zeventiger jaren geduurd.

Verder werd er precies voorgeschreven (in het korpsblad gepubliceerd) hoe je een meerdere diende aan te spreken:

Officieren dienden te worden aangesproken met "mijnheer" zonder toevoeging van de familienaam.
De adjudant met "adjudant", de brigadier met "brigadier" en de hoofdagent met "hoofdagent"

Na de bevrijding, 18 september 1944 werd de politie weer gesplitst in straatdienst en recherche. Dat geschiedde volgens onderstaand schema dat in 2011 (samen met de andere documenten op deze pagina) werd gevonden in de nalatenschap van Theo Matla, zijnde de zoon van A. Matla, de hoofdinspecteur van de Eindhovense politie die het boek "25 jaar lief en leed van de Eindhovense politie" schreef (1945).

 

 
Na de bevrijding ontstond de P(olitieke) O(psporings) D(ienst). De arrestaties van de politieke delinquenten werden aanvankelijk grotendeels uitgevoerd door de N(ederlandse) B( innenlandse) Strijdkracht en), leden van de P(artisanen) A(ctie) N(ederland) en de Blauwe Jagers.
Langzamerhand nam de P(olitieke) O(psporings) D(ienst) die taak over, nog later de P(olitieke) R(echerche) A(fdeling), welke grotendeels bestond uit beroepspolitiemensen.

De taak van de PRA werd in 1946 door de chef D.M. de Jaeger als volgt toegelicht aan het personeel om zodoende meer inzicht te verschaffen in hun werk.

In de week van 28 november tot en met 4 december 1945 werden 250 poststukken ontvangen en 231 stukken verzonden.
De volgende afdelingen waren daarbij betrokken: Codering, verwerking, archief en de afdeling inlichtingen.
In die week werden 1994 stukken gecodeerd betreffende:
het uitmaken tot welke categorie een bepaald stuk behoort bijv. NSB, WA, SS ed.) en het nummeren van de betrokken stukken.

De afdeling verwerking en archief, die was ondergebracht in het pand Willemstraat 26 verwerkte in die periode respectievelijk 975 stukken en 73 dossiers.
Het verwerken bestond uit het van de eerder gecodeerde stukken kaartjes maken c.q. aanvullen die dan in het kaartsysteem worden opgenomen. Daarna zorgde de afdeling archief voor de opberging van de stukken en heb bijvoegen bij de diverse dossiers, die dan naar de gerechtelijke instanties  gezonden werden.
De inlichtingen dienst verstrekte de gevraagde gegevens aan de diverse  instanties en verzorgde de afgifte van de zgn. "Verklaringen van Politieke betrouwbaarheid
".

 

Na de oorlog ontving de afdeling PRA Eindhoven vaak stukken van andere PRA's in Nederland.
Zo ook van de PRA Amsterdam (onder)

 

 

Daar had men een dossier gevonden over een Eindhovense NSB-er (de leider van de kring Eindhoven) die op 11-3-1941 een brief  (onder) had gestuurd naar de NSB-leiding om aan te geven welke politiemensen in Eindhoven pro of anti Duits/NSB waren.

Daar had hij codes voor zodat men precies kon zien welke kwalificaties op de betrokkenen van toepassing waren. 

 

Een of meerdere van  bovenstaande codes werden in de NSB-brief achter de namen van de door de NSB-er vermelde politiemansen geplaatst zodat men bij de NSB-leiding wist wat voor 'vlees men in de kuip' had.

Voor Inspecteur Matla (boven) had hij de volgende codes ingevuld:

 

Daaruit kon men dus afleiden dat Matla anti-Duits dan wel fel anti-Duits was en fel anti-Rechtsfront met de aantekening "doch gemeen"

Onderstaand document werd na de oorlog (1945) vanuit Groningen naar de Politieke Opsporingsdienst van Eindhoven gestuurd.

politieke-opsporingsdienst

 

Matla was al geruime tijd in dienst van het Eindhovense korps maar werd op 18-6-1943 aangesteld als opperluitenant van de Staatspolitie.

Het document hierboven was van de Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie: Jaap Schrieke.

jaap schrieke

 

 

In 1941 werd Schrieke (l) benoemd tot secretaris-generaal van Justitie. Van 1942 tot 5 mei 1945 was hij waarnemend secretaris-generaal ministerie van Algemene Zaken en van 1 maart 1943 tot 5 mei 1945 waarnemend directeur-generaal voor Politie.
Op verzoek van de Duitse overheid stelde hij lijsten op van alle Joodse gedetineerden in de Nederlandse gestichten. Schrieke wilde dat het Nederlands bestuursapparaat zonder politieke inmenging zou functioneren, hij verbood daarom NSB-propaganda op het departement. De eed van trouw aan Mussert legde hij niet af.
Na de oorlog werd Schrieke ter dood veroordeeld. Dit vonnis werd later omgezet in een gevangenisstraf van twintig jaar. Hij werd op 15 oktober 1955 om medische redenen vervroegd in vrijheid gesteld. Hij overleed 21 jaar later in 1976.

 

 

Bewijs van Nederlanderschap A.Matla.


Na de bevrijding moesten er natuurlijk maatregelen genomen worden om de politiek verkeerde elementen uit het korps te verwijderen. Daartoe werd een zuiveringscommissie politiepersoneel in het leven geroepen, bestaande uit 6 Eindhovense politiemannen en 3 burgers.
Een van die burgers was kantonrechter Mr.Jansen, die tevens als voorzitter optrad.
Voor schorsing werden aan het Militair Gezag voorgedragen 45 leden van het korps en 8 voor staking. Hieronder waren slechts enkele oudgedienden.
De verkeerde elementen waren in hoofdzaak door de N.S.B. - functionarissen in de bezettingstijd aangesteld.
In 1946 werd in het korpsblad melding gemaakt van het feit dat in de inspecteurs Verkerk en Menger weer in dienst waren gesteld. Er werd op gewezen dat ze noch geschorst of 'gestaakt' waren terwijl de buitendienststelling geen betrekking had op politieke zuivering of wangedrag.
Anderen werden na schorsing weer aangesteld maar kregen als straf bijvoorbeeld het uitsluiten van bevordering voor de komende 3 jaren en overplaatsing.

Onderstaande document werd door Willem Raap bewaard en het is onduidelijk of het een officieel document is of dat het na de oorlog geschreven is om bepaalde politiemensen alsnog "zwart" te maken. Onduidelijk is ook wie de schrijver Perlo was en vanuit welke functie hij de brief destijds stuurde.

gedragingen-personeel-oorlog-1

gedragingen-personeel-oorlog-2

 

De opbouw van het naoorlogse korps

 

korpsleiding 1957

De korpsleiding in 1957. (klik op de afbeelding voor vergroting)

Zittend vlnr: Van Keulen - Jos Schroeders - CvP. Pijls - HCvP. Van der Werf - Minnaert - J. Stevens - HIvP. Vrenssen
Staand vlnr: HIvP. Matla - J. Menger - J. Odekerken - F. de Poorter - Insp.Klaessens  - Raaijmakers - Insp. van de Donk (Kinderpolitie) - P. Libois - Mej. Saes (ass.Kinderpolitie) Garnier (Technische Recherche)- De Kort - D. de Jaeger - H. de Wilde - C. Vringer.

Naast een hoofdcommissaris (van de Werf) en 1 commissaris (Pijls) waren er 2 hoofdinspecteurs ambt.1e klas en 2 hoofdinspecteurs ambt. 2e klas. 7 inspecteurs ambt.3e klas :
Mr P.J. Arends, .M.K.P.C. v.d. Donk, J.C.de Kort, J.Menger, N.P. Muusse, J.L. Odekerken, F.P.de Poorter.

1 adjunct inspecteur (H. de Wilde)

10 adjudanten:
J.J.M. van den Biggelaar, A.M. Buteijn, L.E.H. Douzé, W.Duvigneau, G.A.L. Mulder, J.D. Nijenhuis, A. Schreuders, G.J. van Stuivenberg, J.M. Verhagen, M.Wils

40 brigadiers:
W. van Alphen, J.M.C. Baayens, J.L. Baken, J.H. Berben, P.van den Broek, W.Buijs,
P. Diepstraten, J.J. van Esch, A.van Gennip, W.B.V.H. Le Haene, W. van Hees, J.P.A. Hennige, H.W.J. van Herwijnen, H.Heskens, J.C. Hoppenbrouwers, J.J. Janssens, W.W.J.Klerks, J.Klessens, L.H. Kokhuis, B.J. Kok, W.H.van de Kolk, J.A. van Kruijsbergen, Th.M. Legius, H.Lensink, J.van Lingen, P.J.L. van Maris, F.van Oorsouw, L.N. van der Palen, C.D. Primus, W.G.Raap, H.C. Raes, G.J. Reukers, H.T.J.de Rooij, M.Th. van Rooijen, H.A.Rijntjes, J.A.Schreuder, P.J. van Soerland, L.A.M. Spoor, J.H. Staal, C.A. Stevenaar,
P. de Tollenaar, A.W. Verhoeven, W.A. van Vugt, C.v.d.Weerden, G.v.d. Wiel, A.W.F v. d. Wielen, J.S. Willems

78 hoofdagenten:
E. C. Arends, G. V. M. Bechtold, M. J. Boogert, J. J. Braat, J. Brands, J. J. vanBreukelen,
P. J. Deijnen, P. J. van Dommelen, G. H. Foolen, N. Glaudemans, F. J.Gossink, W. A. de Groot, F. M. Hellings, W. J. C. v. d. Heuvel, J. van Hoek, D.van Ingen, G. A. J. Jansen, J. J. Jansen, H.J.D. Klingens, W.Kuif, N.C. Kuipers, H.Lutke Schipholt. W.A.v.d.Meer, B.M.F. Miché, G.P.M. Moseman, P.J.H. van der Pasch, N.J. van Pelt, A.H. Pijnenburg- A. Reiber, P.Snijders, P.E. Soethout, B.B. Stulen, J.H. Timmermans, A.H. van Veen, B.T. Veenstra, A.J. Verstappen, M.J. van Vugt, H.C. v.d. Wiel, H.W.P. v.d. Wiel, P.G.D. Zelen

Van de toenmalige agenten en adspirant agenten zijn geen namen bekend omdat die destijds, wegens plaatsgebrek, niet in het korpsblad werden vermeld.

 

organogram korps 1947


Organogram Eindhovense korps 1947

klik op afbeelding voor vergroting

Er waren in de bezettingstijd diverse mensen bij de Eindhovense politie gekomen om uiteenlopende redenen. Een daarvan was bijvoorbeeld het voorkomen dat men in Duitsland te werk werd gesteld. Ook waren tijdens de oorlog de eisen die aan politiepersoneel werden gesteld, minder hoog dan daarvoor. Bovendien weken die eisen ook veel in negatieve zin af van de van vooroorlogse eisen.
Zo was het niveau van opleiding te Schalkhaar (Het Politie Opleidings Bataljon) van mindere kwaliteit dan de politieopleiding van voor de oorlog.
Die zaken in aanmerking genomen maakte het noodzakelijk iedereen opnieuw “tegen het licht te houden” zodat uiteindelijk kon worden bepaald welke mensen geschikt werden bevonden om deel te blijven uitmaken van de gemeentepolitie Eindhoven.

De korpsen Rijks -en Gemeentepolitie werden op elkaar afgestemd voor wat betreft rangen, salariëring, uniform, bewapening en werving. Men kreeg de mogelijkheid om al of niet vrijwillig over te gaan van het ene naar het andere korps.

Toen er na een korte periode wat meer duidelijkheid kwam zag de organisatie er voor het korps gemeentepolitie Eindhoven als volgt uit:

Met de opbouw van het korps was rekening gehouden met

  • 132.000 inwoners in Eindhoven en een te verwachten grote stijging daarvan;
  • Oppervlakte gemeente Eindhoven 6441 ha; De typische vorm van de gemeente door de 5 uiteenlopende stadswijken wat zwaardere eisen stelde aan surveillance en bewaking dan in een stad met één kern;
  • Aanwezigheid van veel vreemdelingen;
  • De uitgesproken industrie (veel arbeiders uit heel Nederland aangetrokken waardoor 'conflicten' met de autochtone bevolking niet denkbeeldig werden geacht)
  • De vooroorlogse samenstelling van het korps voldeed niet meer

TOP


 

In januari 1946 werd het korpsblad geïntroduceerd.

 

Met trots kondigde de (toen nog) waarnemend commissaris Bote van der Werf het blad aan. Het periodiek verschijnende maandblad moest gaan voorzien in een al lang gevoelde behoefte omdat er geen behoorlijk communicatiemiddel bestond tussen korpsleiding en korps. Die was volgens de commissaris broodnodig in de toen veelbewogen tijd en in een periode dat het 'politiewezen' werd gereorganiseerd.

Van der Werf: "De bedoeling van dit orgaan is instructief en allen omvattend. De inhoud moet niet alleen boeiend zijn maar een zodanige schat van dienstvoorschriften, nieuwe wettelijke bepalingen, personeelsaangelegen ed. bevatten dat we elk verschijnen reikhalzend tegemoet zien."

benoeming-hc-1946-2Door de minister van Binnenlandse zaken werd de organieke sterkte van het korps vastgesteld op 355 man. B. van de Werf werd op 1 maart 1946 tot Commissaris van Politie benoemd. Bij Koninklijk Besluit van 30 september 1946 werd hij echter, met terugwerkende kracht tot 1 maart 1946 (de datum waarop hij dus commissaris was geworden) benoemd als hoofdcommissaris van politie te Eindhoven.
De eerste hoofdcommissaris in de geschiedenis van het korps.
Hoewel hij te kennen had gegeven geen prijs te stellen op een uitbundige huldiging werden er toch spontaan heel veel bloemen bezorgd, getuige de foto boven. Hieruit leidde de nieuwe hoofdcommissaris af dat de korpsgeest goed was en dat het zijn functioneren zeker ten goede zou komen.

 

legitimatiebewijs van der werf

 

Het korpsblad kenmerkte zich door vele dienstvoorschriften die, zeker in het eerste jaar na de oorlog, veel te maken hadden met het veranderen van gedrag door korpsleden dat in de oorlogsjaren negatief was beïnvloed.

Enkele voorbeelden:

Voorschrift gebruik dienstrevolver.

Meerdere malen kwam' het voor, dat door agenten een onjuist gebruik gemaakt werd van de hen verstrekte wapenen.
Deze agenten verkeerden blijkbaar in de meening, dat iederen wegloopenden, wegvluchtenden arrestant schrik aangejaagd moet worden door in de lucht te schieten.
Deze opvatting is geheel onjuist.
De Algemeene Dienstorder, regelt het gebruik van wapenen. In het algemeen is het gebruik daarvan slechts toegestaan bi.1 noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf of goed, tof het tegengaan van geweld, bij het uiteendrijven van volksverzamelingen en bij het ontvluchten van arrestanten (niet bij het wegvluchten of wegloopen van een nog niet gearresteerd persoon).
Het geheele gebruik moet' in evenredigheid tot, het feit blijven en mag de perken der zoo gewenschte matigheid niet te buiten gaan.
Indien een wapen gebruikt is, zij het ook slechts als dreigement, moet zulks direct gerapporteerd worden en dient de betrokken politieman "een zelfstandig rapport op ambtseed op te maken, waarin het gebeurde uitvoerig wordt gerelateerd.
Met nadruk wijs ik er op, U te beheerschen en zelfcontrole uit te oefenen. Sla niet en schiet niet of het moet absoluut noodzakelijk en volkomen verantwoord zijn.

oproep korpsblad in relatie gedrag

advertentie mbt gedrag advertentie mbt gedrag

 

artikel korpsblad

De hoofdcommissaris van der Werf placht zijn dienstorders altijd af te sluiten met "Ik bepaal ..."
Door de korpsleden werd daar in gesprekken over het korpsblad "De Grote Berg" altijd aan gerefereerd en smakelijk om gelachen zelfs nog anno 2008 door de weinigen die nog onder van der Werf hebben gediend. Valt de naam "van der Werf" zegt men steevast "Ik bepaal...."

Zo werd ook door de hoofdcommissaris bepaald dat de "fouragetassen" van de dienstfietsen moesten worden verwijderd. Kennelijk ging men vroeger letterlijk de boer op om een graantje mee te pikken van bijvoorbeeld de slacht. De 'hoogte' van het salaris zal daar ongetwijfeld debet aan zijn geweest.

Dat de hoofdcommissaris zich ook zorgen maakte over de financiële huishouding van zijn personeel en het daarmee gepaard gaande risico van te nauwe "contacten" met de burgerij blijkt uit zijn brief aan de korpsleden over de aanschaf van een auto. Ieder korpslid kreeg persoonlijk de brief en eea. werd deze keer dus niet met een dienstmededeling afgedaan.

 

waarschuwing korpschef

 

auto wassen

Een ander voorbeeld van een dienstorder waarin tot 3 cijfers achter de komma werd aangegeven hoe men in bepaalde gevallen moest handelen had betrekking op het wassen van de dienstauto's. Daarin werd bepaald dat die wasbeurt moest plaatsvinden door de dienstdoende chauffeur op zaterdagmorgen en dat de inspecteur van dienst er 2 uur voor moest reserveren op de dienstlijst. Het was zelfs in die order geregeld dat als er naar het oordeel van de chef van de garage tussentijdse wasbeurten nodig waren, die zich met de inspecteur van dienst in verbinding moest stellen die dan "de nodige maatregelen" moest nemen. In iedere ploeg was een vaste chauffeur van de volkswagen. Was die ziek of om andere reden afwezig mocht er niet met de auto worden gereden! Er moest met open kap worden gereden behalve bij regen of sneeuw of hevige kou, dit naar het oordeel van de inspecteur van dienst.

Naar de rechter

Het was de hoofdcommissaris ter ore gekomen dat sommige agenten zich op een rechtszitting niet hielden aan de voorschriften mbt. gedrag en kleding. Daarom wees de hoofdcommissaris in een dienstmededeling op hetgeen daarover in het exercitiereglement was voorgeschreven.
Hij nam de letterlijke tekst over in de betreffende dienstmededeling. Er was weer geen speld tussen te krijgen. Alles was dichtgetimmerd.

"De politieambtenaar die ter terechtzitting verschijnt, neemt bij het betreden der zaal zijn hoofddeksel af nadat hij -als de rechter(s) al aanwezig zijn(is)- naar deze front heeft gemaakt en de groet heeft gebracht.
Vervolgens neemt hij het hoofddeksel, met de klep naar voren en de bovenkant naar links, onder de linker arm en gaat zitten.
Hij doet de handschoenen uit.
Als zijn naam wordt afgeroepen begeeft hij zich naar de voor het afleggen van getuigenis aangewezen plaats, laat zijn pet op zijn stoel achter, neemt de houding aan en gedraagt zich overigens naar de aanwijzing van de rechter.
Na het afleggen van de eed mag hij de rusthouding aannemen. Zodra de rechter hem verlof geeft zijn zitplaats weer in te nemen of de zaal te verlaten, neemt hij de houding aan en maakt rechtsomkeert.
Er wordt op gewezen dat men vóór het afleggen van de eed of belofte dus niet tevoren zijn hoofddeksel weer moet opzetten, groeten en daarna weer afzetten
."

Rookverbod

Verder was er bepaalde dat je in de maanden mei tot en met september tussen middernacht en 06.00 uur in de auto mocht roken en in de overige maanden van 22.00 tot 07.00 uur.

Als jong agent heb ik wel eens een oudere collega tegen de hoofdinspecteur horen zeggen (en dat was al wat in die tijd) dat er door de leiding van hem verwacht werd in voorkomende gevallen zich op straat als een leeuw te gedragen maar dat hij in het bureau als een kleuter werd behandeld. Ik kon me daar wel iets bij voorstellen.

Langdurig zieken

In maart 1953 werden er in het korpsblad niet voornamelijk de dienstorders en zakelijke informatie verstrekt maar startte men ook met het vermelden van de langdurig zieken. De reden daarvan was te stimuleren om langdurig zieke collega's thuis eens met een bezoekje te vereren. Dan hadden ze wat afleiding en bleven ze tevens op de hoogte van wat er in het korps gebeurde.

cover eenrste polivisieDe inhoud van het blad "De Grote Berg" (die ook wel "de Blauwe Lach" werd genoemd) veranderde in de jaren erna nauwelijks.

Het zou uiteindelijk tot februari 1982 duren voordat de naam van het korpsblad werd veranderd.
In mei 1981 verhuisde de politie van de Grote Berg naar de Mathildelaan in Eindhoven.
Men schreef een wedstrijd uit voor een nieuwe naam voor het korpsblad.
De gepensioneerde collega Henk Swart won de wedstrijd met de naam "POLIVISIE". Vanaf dat moment werd het korpsblad zo genoemd.

Het blad zou 6 keer per jaar uitkomen. De Grote Berg kwam iedere maand uit.

Op de cover van het eerste nummer stond een tekening voorstellende de chef werkplaats "Chef" Buizert. Hij had een belangrijke taak gehad in de ontwikkeling van de nieuwe meldkamer aan de Mathildelaan. De aanduiding 'chef' was bij zijn aanstelling vastgelegd als aanspreektitel en was dus niet zijn voornaam.

 Toename alcoholgebruik

Wat na de bevrijding ook opviel was de (landelijke) toename van alcoholgebruik. Ook onder vrouwen.(werd apart vermeld)

Enkele Eindhovense cijfers van opgemaakte processen-verbaal terzake openbare dronkenschap.

grafiek processen-verbaal dronkenschap

De verwachting was dat in 1948 in totaal 461 pv's zouden worden opgemaakt. Men weet de hoeveelheid pv's voor de oorlog aan de verhoogde oorlogsspanning en de velen die in militaire dienst waren.

advertentie ivm gedrag

TOP

 

 


Ook toen al....

Ook in de vijftiger jaren speelde binnen de politie al het pensioenvraagstuk.
Het was toen geen vetpot was bij de politie. Men kon het zich vaak niet veroorloven om op 55 jarige leeftijd met functioneel leeftijdontslag te gaan omdat de maandelijkse vergoeding dan gewoonweg te weinig was om de, destijds vaak grote, gezinnen te onderhouden.
Het was een zorg voor degenen die rond de 55 waren maar ook voor de jongeren, gelet op hun promotiekansen.
De ouderen wilden niet op die leeftijd onder die omstandigheden vertrekken terwijl de jongeren niets liever zagen dat de ouderen vertrokken (vanwege de grotere kans promotie te maken) en dan liefst nog met een zo hoog mogelijk pensioen zodat zij daar later ook van konden profiteren.

Bovendien was het toen wettelijk zo geregeld dat er een willekeur was. Voor wat betreft de gemeentepolitie hing het van de Kroon of burgemeester af of je met 55 of 65 werd ontslagen. Dat was niet wat men beoogd had bij de oprichting van de korpsen na de bevrijding om die nl. vwb. oa. rechtspositie, gelijk te brengen.
Bij het ene korps werd iedereen met 55 ontslagen en bij sommige andere korpsen liepen nog mensen van 65 rond.
De vermindering van het salaris bij ontslag op 55 jarige leeftijd leidde er in veel gevallen toe dat betrokkenen een baantje in het bedrijfsleven moesten zoeken op een lager niveau dan ze gewend waren.
Zoals toen werd omschreven: "Daardoor wordt het aanzien en de prestige van de politie ernstig geschaad. Bovendien wordt zijn onafhankelijkheid op de proef gesteld omdat hij vaak, terwijl hij nog in dienst is, uitziet naar een baantje in de maatschappij "

Piet Klerks

wim swartToen ik in 2007 ( kort voor zijn onverwachte overlijden) met de lang geleden gepensioneerde collega (links) Wim Swart † hierover sprak vertelde hij zich bovenstaande goed te kunnen herinneren. Het had enorme indruk op hem gemaakt dat een gepensioneerde adjudant (Pietje Klerks-rechts) die een autoriteit was in het korps en van nature gezag uitstraalde, respect afdwong en zeer geliefd was, na zijn pensionering in 1963, als portier ging werken bij het slachthuis. Piet was toen 60 en had 33 jaar bij het korps gewerkt. In een tijd die niet echt de makkelijkste was. Ook vond met dat er morele bezwaren waren omdat men vond dat de overheid iemand die bijvoorbeeld 30 jaar de beste jaren van zijn leven had gegeven door op trouwe en actieve wijze de gemeenschap te dienen, niet op zo'n manier -met ontoereikend pensioen- naar huis kon sturen. Oplossingen werden gezocht in het verhogen van de pensioenuitkering of het verhogen van de flo-leeftijd naar 60 Dat stuitte bij jongeren én ouderen op diverse bezwaren zoals hiervoor al werd aangegeven. Men zag verbetering op promotiekans alleen mogelijk door verhoging van de organieke sterkte in alle rangen.
In 1952 was het nog niet geregeld. Toen schreef de C.P.O. dat men zou voorstellen de pensioengerechtigde leeftijd op te schroeven naar 60. Dan kunnen degenen, die op dat moment 55 zijn en hun pensioen als een zwaard van Damocles boven hun hoofd zien hangen, door de enorme terugval in salaris, weer gerust ademhalen.

veldwachtersgeldbusjeEen tussenoplossing werd in Eindhoven als volgt geregeld.
In november 1952 werd de eis gesteld „Pensioen op 60-jarige leeftijd" wat met de nodige motivering aan de burgemeester werd voorgelegd.
Het hierop ontvangen antwoord was voor diegenen, die hun 55e jaar al benauwend zagen naderen, alleszins gunstig.

De Burgemeester besloot nl. de interne richtlijnen met betrekking tot de ontslagleeftijd van het niet administratieve en technische politiepersoneel als volgt te wijzigen:

a: In het algemeen wordt de politieambtenaar ontslagen met ingang van 1 januari van het jaar volgende op dat, waarin hij de leeftijd van 60 jaar     heeft bereikt;

b: van het gestelde sub a kan — zulks ter beoordeling van de Burgemeester, gehoord de Hoofdcommissaris van Politie — in zeer bijzondere gevallen ten aanzien van de valide 60-jarige politieambtenaren worden afgeweken, o.m. indien in het gezin van de ambtenaar bij of door het ontslag op 60-jarige leeftijd bijzondere ongunstige sociale omstandigheden aanwezig zijn of zouden komen.

Het lage salaris had zelfs tot gevolg dat er in het korpsblad in 1954 zelfs werd opgeroepen om geen geld te lenen, zeker niet van particulieren, maar tijdig aan de bel te trekken bij de afdeling personeelszaken

Als je bovenstaande leest kun je alleen maar concluderen dat de historie zich in het begin van de 21e eeuw herhaalt.

 

 

 

 

TOP

 


Beoordeling nieuwe stijl

Tot begin vijftiger jaren werd van iedereen een zogenaamde conduitestaat bijgehouden en periodiek een beoorlingsrapport opgemaakt. Er waren echter geen eenduidige regels.
Daarom werd er een nieuw beoordelingssysteem ontwikkeld dat ten doel had:

  • verfijning van de beoordeling
  • tot dan veel voorkomende zeer geringe afwijkingen zoveel mogelijk wegwerken

De voornaamste punten die aan het systeem ten grondslag lagen:

  • iedereen zoveel mogelijk vanuit dezelfde gezichtspunten beoordelen (daartoe werd een formulier ontwikkeld
  • twee personen beoordelen onafhankelijk van elkaar en de korpsleiding geeft niet eerder een oordeel dan nadat het hoofd van de afdeling zijn oordeel heeft gevormd
  • beoordelen naar de functie (hoewel bij de invoering van dit formulier nog niet nog niet alle functies waren beschreven)

Hieronder een weergave van het toenmalige beoordelingsformulier:

BEOORDELINGSFORMULIER van:

Rang:

ingedeeld bij:

Beoordeeld door:
1:
2:

Datum uitgifte:

(De beoordelaars dienen omtrent de invulling van dit formulier geen overleg te plegen)

A: Persoonlijke eigenschappen

 

1: Betrouwbaarheid-eerlijkheid
2: Gezagsgetrouwheid
3: Gezagsuitoefening t/o publiek

4: Tact

5: Initiatief
6: Moed
7: Geheugen
8: Zelfstandigheid
9: Nauwkeurigheid

10: Bespraaktheid
(uitdrukkingsvaardigheid)
11: Doortastendheid

12: Opmerkingsvermogen-speurzin

13: Zelfbeheersing

14: Dienstijver
1
5: Houding t/o meerderen
16: Belangstelling v. h. vak
17: Intelligentie
18: Studiezin
19: Omgang met collega's
20: Omgangsvormen

21: Zorg uiterlijk voorkomen

22: Beschaafdheid in spreken

23: Gedrag: in dienst/buiten dienst

24: Sociaal gevoel


Karakterbeschrijving:

B: Kennis:

Theoretische vakbekwaamheid:
1: Algemene vakkennis
2: Bedrevenheid in het opmaken van processen-verbaal en rapporten:

Opgave diplomabezit:


Praktische vakbekwaamheid:
1: Inzicht in zijn taak
2: Uitvoeren van opdrachten
3: Uit eigen initiatief verkregen resultaten
4: Overwicht op publiek
5: wijze van surveilleren (voor recherchepersoneel 'verhoortechniek)
6: Plaatselijke bekendheid (voor recherchepersoneel bekendheid in onderwereld)
7: Mensenkennis
8: Verscheidenheid in de soort van opgemaakte processen-verbaal
9: Sportbeoefening
10:Exercitie

Commentaar:

 

E Geschiktheid in leiding geven

a: in zijn tegenwoordige rang onvoldoende-voldoende-goed-zeer goed
(alleen in te vullen vanaf de rang van hoofdagent)

b: in de naast hogere rang: zeer geschikt-geschikt-niet geschikt-nog niet geschikt

 

Commentaar:


F. Ontwikkelingsgang.

Achteruitgang - geen verandering – vooruitgang - grote vooruitgang.

Commentaar:

G. Bijzonderheden.

1: Zijn er bijzondere omstandigheden (ziekte, psychische moeilijkheden, overplaatsing, huisvesting ed. welke de beoordeelde bij zijn taakuitoefening hebben beïnvloed? Zo ja,welke?
2: Zijn er gegronde klachten tegen de beoordeelde ingediend? Zo ja, welke?
3: Werd de beoordeelde terzake van zijn dienstverrichtingen of gedrag onderhouden c.q. gestraft? 
Zo ja, waarom?
4: Heeft de beoordeelde zich bij zin taakuitoefening in een of andere vorm bijzonder van zijn  collega's onderscheiden? Zo ja in welk opzicht?
5. Was de beoordeelde bij een ander dienstonderdeel gedetacheerd? Zo ja, gedurende welk tijdvak en bij welk onderdeel en hoe werd (wordt) hij aldaar door zijn superieuren beoordeeld?
deel uit beoordelingsformulier

Datum: Handtekening:

I. Aantekeningen van het Hoofd van Dienst.

Datum: Handtekening:

J. Aantekeningen korpsleiding.

Datum: Handtekening:

 

 

deel uit bedoordelingsformulier

 

In 1954 werd door de hoofdcommissaris opnieuw een gewijzigde dienstorder uit 1948 tav. de conduitestaten uitgevaardigd omdat in de praktijk die conduitestaten onvoldoende zorgvuldig werden bijgehouden. Dat gaf moeilijkheden als een personeelslid bijvoorbeeld vaak van afdeling wisselde en men dus bij een jaarlijkse beoordeling onvoldoende tussentijdse metingen had gedaan.

In 1965 werd door de hoofdcommissaris bepaald welke functies er in het korps waren. Dit was belangrijk om mensen te kunnen beoordelen omdat alle functies ook beschreven dienden te zijn.

In totaal werden er 90 functies vastgesteld als hieronder weergegeven

ALGEMENE LEIDING
1. Korpschef
Algemene Dienst
2. Hoofd van DienstAfdeling I en II en III.
3. Afdelingschef
4. Assistent Afdelingschef
5. Ploegadjudant
6. Ploegbrigadier
7. voet-rijwiel-motor- en/of autosurveillant
8. Rayonagent
9. Buitenwijker
10. Mobilofonist
11. Rechercheur jeugdbaldadigheid
12. Uitreiker gerechtelijke stukken
13. Bode
14. Portier
15. Arrestantenbewaker
16. Parkwachter

Afdeling Verkeer
17. Afdelingschef
18. Assistent Afdelingschef
19. Chef van het Bureau Verkeerswezen, het Bureau Rijopleiding en het Bureau Verkeersopvoeding en -propaganda.
20. Chef van het Bureau Verkeersongevallen en   het Bureau Vervoerswezen
21. Chef van het Bureau Verkeerswezen
22. Surveillant bij het Bureau Verkeerswezen
23. Chef van het Bureau Verkeersongevallen
24. Rechercheur Bureau verkeersongevallen
25. Tekenaar Bureau Verkeersongevallen
26. Analist Bureau Verkeersongevallen
27. Rechercheur Bureau Vervoerswezen
28. Verbalisant c.q. rapporteur verkeerszaken t.b.v. andere korpsen
29. Rij-instructeur
30. Verkeerspropagandist
31. Chef bureau Technische Verbindingen.
32. Chef Centrale Werkplaats en Vervoer
33. Monteur
34. Hulpmonteur
35. Chauffeur
36. Parkeercontroleur

Afdeling Bijzondere Wetten
37. Afdelingschef
38. Assistent Afdelingschef
39. Bureauchef
40. Rechercheur

Toegevoegd aan Hoofd van de Algemene Dienst
41. Verkeerskundig adviseur
42. Assistent Verkeerskundig adviseur
43. Sportinstructeur
44. Wapeninstructeur
45. Instructeur Reservepolitie.

Justitiële Dienst
46 Hoofd van DienstAfdeling Criminele  Recherche
47 Afdelingschef
48 Assistent Afdelingschef
49. Ploegchef
50. Hoofdrechercheur
51 Rechercheur

Afdeling Kinder- en Zedenpolitie
52. Afdelingschef
53. Assistent Afdelingschef
54. Chef Bureau Kinderpolitie
55. Rechercheur Bureau Kinderpolitie
56. Administratief ambtenaar Bureau Kinderpolitie (halve dag functie)
57. Chef bureau Zedenpolitie
58. Rechercheur Bureau Zedenpolitie
59. Maatschappelijk Werkster

Afdeling Technische Recherche
60. Afdelingschef
61. Assistent Afdelingschef
62. Technisch rechercheur

Bureau Vreemdelingen
63. Chef Bureau Vreemdelingen
64. Rechercheur Bureau Vreemdelingen

 

Bureau Plaatselijke Veiligheid
65. Chef Bureau Plaatselijke Veiligheid
66. Rechercheur Bureau Plaatselijke Veiligheid
67. Administratief ambtenaar Bureau Plaatselijke Veiligheid

Toegevoegd aan Hoofdcommissaris
Afdeling Personeel en Kabinet
68. Afdelingschef
69. Assistent Afdelingschef
70. Kabinettypiste
71. Administratief ambtenaar voor afgifte van vergunningen e.d. (halve dag functie, gecombineerd met functie 56)

Bureau Bijzondere Opdrachten
72. Chef Bureau Bijzondere Opdrachten
73. Rechercheur bij het Bureau Bijzondere Opdrachten

Afdeling Registratuur, Documentatie,Type- en Telexkamer


74. Afdelingschef
75. Documentalist
76. Ambtenaar, belast met controle, coördinatie, correctie en statistiek
77. Ambtenaar, belast met administratie misdrijfprocessen-verbaal
78. Ambtenaar, belast met administratie overtredingsprocessen-verbaal
79. Ambtenaar, belast met typewerk, controle afdoening van stukken en beheer bibliotheek
80. Ambtenaar, belast met typewerk, correctie en expeditie
81. Chef-typiste
82. Typiste
83. Telex-telefonisteAfdeling Financiën en Materieelbeheer
84. Afdelingschef
85. Assistent Afdelingschef
86. Materieelbeheerder
87. Kassier
88. Administratieve kracht
89. Corveeër in algemene dienst
90. Corveeër cellencomplex

TOP


De minister van Binnenlandse Zaken bepaalde na de oorlog de rangen en de sterkte van de gemeentepolitiekorpsen.
Vanaf 1945 tot 1955 werd de sterkte van de gemeentepolitie Eindhoven als volgt vastgesteld:

 

rang

1945

1946

1949

1955

hoofdcommissaris

 

1

1

1

commissaris

1

1

1

1

hoofdinspecteur A1

1

1

2

2

hoofdinspecteur A2

2

2

1

1

inspecteur A2 of A3

10

10

11

11

inspectrice

1

1

1

1

adjudant

8

8

9

10

brigadier

19

19

36

36

hoofdagent

24

63

60

69

agent 1e en 2e klas en adspirant

240

185

158

161

administratieve ambtenaren

25

25

22

22

technische ambtenaren

   

2

2

totaal

330

330

304

317


De verandering in 1945 werd ingevoerd omdat de minister het niet 'eerlijk' vond dat er bij de rijkspolitie meer bevorderingsmogelijkheden waren. Hij wilde dat verschil wegnemen hoewel hij wel aangaf dat: "de aard van de werkzaamheden van de rijkspolitie door grotere zelfstandigheid zodanig was dat het aantal opperwachtmeesters en wachtmeesters 1e klas (brigadiers en hoofdagenten bij de gemeentepolitie) groter mocht zijn"

Deze stelling zal menig oud rp-er warm in de oren klinken hoewel dat kolen op het vuur is in de gp-kringen in de altijd durende "strijd" tussen de twee voormalige korpsen.

 De rangonderscheidingstekens van de gemeentepolitie zagen er uit zoals hieronder is afgebeeld.

rangonderscheidingstekens

 Er kwamen nadien nog veel bezuinigingsronden die veel geschrijf en gepraat met zich meebrachten om zoveel mogelijk van de sterkte te behouden. Vooral het plan om te bezuinigen door de 55 jarigen te ontslaan bracht veel beroering teweeg omdat velen van hen dan gewoon niet meer konden rondkomen.

In de pers verschenen koppen als: "Gemeentepolitie straks duizend man minder" - Korps verontrust door bezuiniging" - Ernstige situatie voor 55-jarigen; Geest in korpsen geschaad."

De sterkte van 1955 werd bepaald omdat chefs aangaven dat ze hun taak niet meer goed konden uitvoeren omdat het inwoneraantal van Eindhoven sinds 1-1-1945 met ruim 25.000 was toegenomen en het aantal woningen met 7000.
In 1966 (bij het afscheid van Hoofdcommissaris van der Werf) bedroeg de korpssterkte 339 man en het inwoneraantal meer dan 180.000.
In 1947 waren er 135.000 inwoners en bedroeg de sterkte 335 man.

In 1968 werd de sterkte vastgesteld op 355 man.

Ook de kosten van het korps waren natuurlijk sinds 1945 behoorlijk toegenomen.

De Eindhovense normbedragen waren in 1961 (vergeleken met 1948) als volgt:

 

1948

1961

personeelskosten

fl. 3916,--

fl. 9600,--
adspiranten

fl. --

fl. 6600,--
kindertoeslagen fl. 176,-- fl. 314,--
materiële kosten fl. 550,-- fl. 1420,--
opleidingskosten fl. -- fl. 1500,--

 Naamsverandering afdelingen:

In 1957 werden de namen van alle afdelingen veranderd om meer eenheid te krijgen in de benaming daarvan en om de benaming meer in overeenstemming te brengen met hun onderscheidene werkzaamheden.

  1. De Geüniformeerde Dienst werd de Algemene Dienst;
    Inspecteur J. L. Odekerken volgde hoofdinspecteur Hanegraaf, die de dienst met pensioen ging verlaten, op als Hoofd van de Algemene Dienst.
    Aan inspecteur Odekerken werd als ambulant functionaris toegevoegd: inspecteur N. Gijben.
    Inspecteur J. Menger werd de vervanger van Odekerken en was daarnaast (rechtstreeks onder de korpsleiding) tevens belast met:de Baldadigheidsploeg: de Jeugdbrigade; (chef: insp. Gijben)

    • de generale personeelscontrole;
    • de opleiding voor het politiediploma A,
    • vreemde talendiploma's en het E.H.B.O.- diploma;
    • de lichamelijke oefeningen, het exercitieonderricht, het bijbrengen van wapenkennis en het houden van schietoefeningen
    • het beheer en het onderhoud van wapenen
    • de reservepolitie;
    • het instellen van antecedentenonderzoeken van sollicitanten.

    Aan inspecteur Menger waren toegevoegd: adjudant A. W. Verhoeven, brigadier P. J. v. Soerland en de sportinstructeur J. Jonkers.

  1. de Garage: de Centrale Werkplaats en Vervoer;

  2. de Groep Verkeersregeling: de Verkeersregelingsbrigade;

  3. de Groep Verkeersongevallen: de Verkeersongevallenbrigade;

  4. de Groep Voerwezen: de Vervoerswezenbrigade;

  5. de Groep Motorrijders: de Motorbrigade

  6. de toen nog twee Afdelingen Kinderpolitie en Zedenpolitie werden samengevoegd onder de benaming van Afdeling Kinder- en Zedenpolitie en werd onderverdeeld in twee bureaus, t.w. het Bureau Kinderpolitie (chef brigadier H. van Herwijnen) en het Bureau Zedenpolitie (chef L.Spoor); Afdelingschef werd Inspecteur J. Panis.

  7. de Afdeling Bijzondere Wetten wordt: Bureau Bijzondere Wetten en onderverdeeld  in:
    Bureau I – II – III

  8. de Afdeling Vreemdelingen wordt Bureau Vreemdelingen.

De chefs

Ploegchefs bij de sectie Stad bleven de inspecteurs A. Broekaart, W. van Gaalen en W. Waas.
Inspecteur J. C. de Kort werd chef van de sectie Stratum en vervanger van hoofdinspecteur Vrensen in zijn functie van hoofd van de Bijzondere Dienst.
Inspecteur de Kort bleef tevens belast met de uitreiking van stukken en tenuitvoerlegging van arrestatiebevelen, uitstel boetebetaling en gratieverzoeken.
Inspecteur Mr. Th. van Osta werd chef van de Sectie Woensel.
Inspecteur D. M. de Jaeger werd chef van de Afdeling Verkeer met als vervanger inspecteur Vringer.
Hoofdinspecteur A. Matla bleef hoofd van de Justitiële Dienst.
Inspecteur Mr. F. P. de Poorter bleef chef van de afdeling Criminele Recherche, en ook waarnemend hoofd van die dienst met als vervanger inspecteur H. de Wilde.
De heer Pullen bleef chef van de Afd. Technische Recherche.
Hoofdinspecteur Vrensen bleef hoofd van de Bijzondere Dienst met als vervanger inspecteur de Kort. 

Onderstaande foto waarop de korpsleiding met alle officieren, werd gemaakt bij het afscheid van burgemeester Kolfschoten in 1957.

 

 

Vooraan links com. Pijls en uiterst rechts hfd.com. van der Werf met in hun midden het echtpaar Kolfschoten

boven vlnr: De Kort - Matla - De Poorter - Panis - Menger - Vrensen - Odekerken - De Jaeger - Broekaart - Gijben - Vringer - Van Gaalen - Van Osta - Pullen - Waas - De Wilde

 

 

 

 


Net als in de rest van de maatschappij vonden er binnen het politieapparaat in de zestiger jaren ook grote veranderen plaats.
De jongere generatie politiemensen begon zich (in het begin schoorvoetend) ook af te zetten tegen de superieuren.
Natuurlijk niet zo extreem als de toenmalige provo's maar toch.
Binnen de politiegelederen was een nieuw tijdperk aangebroken waarin hiërarchie niet meer zo vanzelfsprekend was als daarvoor.

In een van de jaarverslagen uit de zestiger jaren schrijft de hoofdcommissaris:

"Tegenwoordig worden opdrachten niet klakkeloos meer uitgevoerd, maar wenst men vóóraf uitvoerig te worden ingelicht omtrent het hoe en waarom, terwijl men tevens inspraak verlangt bij het treffen van bepaalde maatregelen. Aangezien de kaderleden binnen het raam van communicatie en inspraak een belangrijke rol vervullen, is een der eerste vereisten hen met die gewijzigde opvattingen vertrouwd te maken."

Waar het voor die tijd gewoon was dat jonge collega's gedurende een jaar werden toegevoegd aan een hoofdagent die daarvoor niet was opgeleid, werd eind zestiger jaren besloten hoofdagenten een cursus te geven om jonge collega's te kunnen begeleiden.

Naar de 5-daagse werkweek

 

Hoewel er door sommigen lang over getwijfeld werd op het mogelijk zou zijn ook de politie naar een 5 daagse werkweek te brengen was dat per 25 september 1961 toch een feit.

Tot 1 januari 1962 moest er per week 46 uur worden gewerkt en per dag 9 uur en 12 minuten.

Na die datum werd dat 46 uur per week en 9 uur per dag.

Omdat nog niet kon worden overzien hoe eea. zou uitpakken werden de dienstroosters eerst voorlopig vastgesteld. Het 3-ploegenstelsel bleef gehandhaafd.

Alle afdelingen kregen voor de afdeling specifieke werktijden.

De surveillancedienst had andere werktijden dan bijv. de verkeersdienst of het garagepersoneel.


Weer een verandering

 

In 1966 werd de korpsstructuur weer veranderd. Er werd een duidelijke scheiding aangebracht in executieve en niet executieve diensten.

Executieve Diensten werden:

  • De Surveillance -en Bewakingsdienst (SBD) (waaronder ook de afdeling Bijzondere Wetten)
    Er waren 2 districten waarvoor de stad verdeeld was in 2 gebieden. De grens was globaal de spoorlijn
    In district I (ten zuiden van de spoorlijn) lag ook de politiepost Stratum.
    Het hoofd van de SBD was tevens verantwoordelijk voor:
    - de Bereden Brigade
    - de hondenbrigade,
    - de ME,
    - de reservepolitie,
    - de meldkamer 
    - de arrestantenbewaking.
  • De Verkeersdienst
    Onder de verkeersdienst vielen:
    - het bureau Verkeerswezen,
    - bureau bijzondere verkeerstaken,
    - bureau verkeersongevallen
    - bureau verkeerstechniek.
  • De Justitiële Dienst.
    Deze dienst werd verdeel in 2 afdelingen: De algemene recherche en de afdeling kinder -en zedenpolitie. Deze laatste afdeling werd weer onderverdeeld in het bureau zeden en het bureau kinderpolitie.
    De afdeling Technische opsporing en herkenning werd ook aan de Justitiële Dienst toegevoegd.

Niet executieve diensten werden ondergebracht in de Dienst Algemene Zaken onderverdeeld in:

  • afdeling personeel, organisatie en kabinet
  • afdeling financiën en beheer
    - bureau financiën
    - bureau onderhoud en materieel
    - bureau verbindingen
    - centrale werkplaats en vervoer
  • afdeling centrale administratie
    - registratuur en documentatie
    - archief en expeditie
    - centrale typekamer
    - telex en telefoon

Het zou niet de laatste verandering in de geschiedenis van het korps gemeentepolitie Eindhoven.

In 1984 kende het korps Eindhoven 125 leidinggevenden en 125 technische/administratieve krachten op een totaal van zo'n 600 man.
Dat betekende dat 1 op de 4 chef was en 1 op de 4 ondersteunend bezig was.
Die cijfers toonden aan dat daarin verandering moest komen. Onder andere door meer leidinggevenden de straat op te sturen.
Leidinggevenden moesten niet meer controlerend maar ondersteunend en begeleidend bezig zijn.
Tot dan was er altijd van bovenaf opgelegd wat er moest gebeuren en werden mooie initiatieven vaak de kop ingedrukt.

TOP

 


 

 

DE ZEVENTIGER JAREN.

 

Van het einde van de zestiger jaren tot en met de zeventiger jaren maakte de politie ingrijpende veranderingen door. Het gezag, dat de politie tot dan bijna als vanzelfsprekend had, nam af.
De burger werd mondiger en nam niet meer vanzelfsprekend aan wat door de politie werd gezegd. Dat zorgde intern bij de politie voor letterlijk een generatiekloof.
baarden Oudere collega's die hun stijl probeerden vast te houden en jongere politiemensen die het daarmee niet meer eens waren. Deze jonge politiemensen kwamen namelijk ook uit dezelfde maatschappij als de burgers die niet meer alles als vanzelfsprekend aannamen.

De oudere garde hield zich vast aan vaak autoritair optreden -zij waren immers gewend aan het feit dat de politie de baas was- terwijl de jongere garde problemen trachtte op te lossen door wat langer te praten. Dat zorgde vaak voor conflicten binnen de organisatie.

Ook werd vanaf dat moment de burger mondiger en onstonden er steeds meer conflicten op straat.  Men nam niet meer voetstoots aan wat de agent op straat zei. Men ging steeds vaker in discussie. Ook pikte men autoritair optreden niet meer. In die tijd waren de conflicten in veruit de meeste gevallen verbaal.

In het korps Eindhoven werd daarom aan de korpsleden die al jaren werkzaam waren, een cursus gegeven waarmee in 1985 werd begonnen. Daarover kunt u in het hoofdstuk opleiding het een en ander lezen.

Zoals de recente geschiedenis laat zien is er rond de start van de 21ste eeuw een toename van fysieke conflicten. Men schuwt fysiek geweld tegen de politie niet meer.
Dat los je met cursussen communicatie niet meer op. In vergelijking met de 20ste eeuw is er een stijging van het vuurwapengebruik door de politie. Verder heeft Pepperspray zijn intrede gedaan.
Zijn dit de voorboden van de geweldspiraal zoals die ook in Amerika te zien is?

 

De politiesticker.

 

sticker dienstbaarheid en veiligheid

Com. van den AbeelenEr werd zelfs een heuse korpsfilosofie ontwikkeld.
Enkele chefs, oa. comm. van den Abeelen(l) gingen een dag "de hei op" om te brainstormen over die filosofie.
Na vele flap-over vellen volgeschreven en getekend te hebben kwamen ze uiteindelijk tot de volgende korpsfilosofie:

 

"Gemeentepolitie Eindhoven. Voor Dienstbaarheid en Veiligheid"

Het diende geen loze kreet te worden maar mensen moesten er van doordrongen zijn en er elkaar op aanspreken.
Dat gebeurde natuurlijk niet vanzelf.
Nadat de filosofie een jaar een feit was schreef ik onderstaand stukje in het korpsblad om aan te geven dat het nog niet bij iedereen tussen de oren zat.

 

DE STICKER

14.00 uur:

  • Hallo mijnheer. Ik heb gisteren een aanrijding gehad en zou nog even terugbellen om de verzekeringsgegevens door te geven".
    agent: Waar is de aanrijding gebeurd?
    In de ......straat.
    Blijft u dan even aan de lijn. Ik verbind u door met de wcdt. van distrikt ........
  • Met agt ......
    Ik heb iemand aan de lijn die een aanrijding heeft gehad op de .......straat en nog 't e.e a. moest doorgeven aan de verbalisant.
  • Dan moet u mij niet hebben, maar een wcdt. want ik ben telefoonwacht.
  • Kunt u mij dan de wcdt. geven?
  • Welke wachtcomm.?
  • Die van jullie natuurlijk.

14.05 uur:

  • Met brigadier.........
  • Ja, ik heb iemand onder de knop die een aanrijding heeft gehad in de  .........straat en die nog 't e.e.a. aan de verbalisant moet doorgeven.
  • Wie heeft die aanrijding dan behandeld?
  • Agent ..........
  • Die is nu niet in dienst.
  • Wanneer komt die dan?
  • Dat kan ik hier niet zien. Dan moet je afdeling planning even bellen.

14.10 uur:

  • Hallo mijnheer. Kunt u mij uw telefoonnummer geven, dan zorg ik dat de betreffende agent u terugbelt, want hij is momenteel niet in dienst
  • Dat is o.k. Maar mag ik u nog iets vragen?
  • Jazeker, daar zijn we voor.
  • Mijn zoontje spaart stickers en ik heb gezien dat u sinds kort mooie stickers hebt. Zou ik die één kunnen krijgen ?

14.12 uur: einde gesprek van 12 minuten.

De moraal van dit verhaal: "Achter onze sticker zit meer dan lijm".

 

Er werden overigens stickers in verschillende vormen uitgebracht.

 

sticker dienstbaarheid in diverse talen sticker gp eindhoven

 

sticker goed dat er politie is ovale sticker gp eindhoven

 

 

politiealmanak-1983Tegenwoordig is internet niet meer weg te denken. Als je vroeger gerichte informatie nodig had over alle politiekorpsen of daarmee gerelateerde instellingen had je de "Politiealmanak" ter beschikking.
Daarin kon je allerlei informatie opzoeken die handzaam gebundeld was.

Bijzondere opsporingsdiensten, Verkeer, Justitie, Bestuur, Econoimie, Volksgezondheid en maatschappelijk welzijn, Overheidsdiensten etc.

Zo was er bijvoorbeeld van ieder korps in Nederland informatie beschikbaar met namen, telefoonnummers, adressen etc.

Hieronder de pagina over het korps Gemeentepolitie Eindhoven in 1983.

 

politiealmanak-1983-pagina
klik op de afbeelding voor vergroting.

 

 

 

 

TOP

 


 

 

 

OMGEVINGSGERICHT WERKEN.

 

advertentieMet ingang van 1 november 1985 is de politie Eindhoven "Omgevingsgericht" gaan werken.
Dat betekende dat Eindhoven in drie districten werd verdeeld met ieder een eigen politiebureau.

Je zou kunnen zeggen dat het omgevingsgericht werken eigenlijk is gestart op 2 september 1974 met de introductie van een totaal nieuw wijkagentensysteem.

Die zouden nl. het contact tussen de politie en de Eindhovense inwoners moeten verbeteren.

Na 11 jaar bleek dat destijds te hoog gegrepen omdat de wijkagent in feite tussen de inwoners en zijn collega's in stond omdat ze los van die laatsten werkten.

 

Het uitgangspunt bij het Omgevingsgericht Werken was: "Centraal wat centraal moet. Decentraal wat decentraal kan."

 

onderzoekers onderzoekers
Enkele van de onderzoekers. (uiterst links Ries Straver, zoon van oudcommissaris Straver uit Eindhoven)

 

In 1978/1979 kwam het rapport Projectgroep Organisatiestructuur uit van een projectgroep van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De projectgroep had als opdracht meegekregen een nieuw sterktestelsel te ontwerpen.
De projectgroep kwam echter tot de conclusie dat er genoeg politie was, maar dat die politie verkeerd werkte. Een andere beleidsvoering zou de doelstellingen van de politie alleen maar ten goede komen.
De belangrijkste kritiek in het rapport richtte zich tegen de specialisatie bij de politie en het slechte contakt onderling door de hiërarchische structuur.
Naar aanleiding van het rapport is een extern adviesbureau begin 1980 gaan kijken hoe het op de organisatie teruggevoerd kon worden.
Naar aanleiding van dat onderzoek is een groot aantal veranderingen doorgevoerd.


In willekeurige volgorde:

  • de verkeersdienst werd in de surveillance geïntegreerd,(verkeerstoezicht en ongevallenbehandeling)
  • de basispolitiefunctie werd verbreed,
  • de surveillanten gingen o.a. aanrijdingen behandelen,
  • er kwam verandering in de manier van leidinggeven, er kwam bij de recherche een bureau coördinatie,
  • er kwam een ander verplaatsings- en bevorderingsbeleid,
  • er kwamen 7 hoofdafdelingen,
  • de surveillanten gingen zesuurszaken behandelen
  • het bureau planning kreeg een andere structuur.
  • En om de kloof naar de burger te verkleinen werd in het beleidsplan aangegeven dat we omgevingsgericht (O.G.W.) moesten gaan werken.

 

DISTRICT NOORD

 

Hans van den BerghDistrict Noord was de eerste afdeling met een eigen bureau in Eindhoven dat op die manier ging werken en er ook voor werd ingericht. Het was 1 november 1985.
De districtschef werd Hans van den Bergh (l)
Het gebouw was weliswaar niet nieuw (het bestond al sinds eind zeventiger jaren) maar het verschil was dat nu alle gespecialiseerd diensten zoals recherche, bijzondere wetten, verkeerszaken, kinder -en zedenzaken etc.vanaf die datum vanuit dat bureau werkten.

Die diensten zaten voorheen gecentraliseerd op het hoofdbureau aan de Mathildelaan met als gevolg dat alle inwoners van Eindhoven naar dat bureau moesten als ze een gespecialiseerde dienst nodig hadden. In het begin kon met 24 uur per dag terecht.

bureau noord onthulling

 

 

groepsfoto personeel Bureau Noord

 

 

Bovenstaande foto is gemaakt om het personeel te introduceren bij de inwoners van de wijk. (klik op afbeelding voor vergroting)

 

 

Alleen al op bureau Noord waren bij de start van het "omgevingsgericht werken" 10 wijkagenten werkzaam die onder leiding stonden van 2 brigadiers te weten:

 

Noud Rijnaerts Bert Schellekens

 

Noud Rijnaerts (brig)  -  Bert Schellekens (brig)

 

Ad Berkers Fred den Ouden Geert Meijer Ger van Beers Jan de Ridder

vlnr: Ad Berkers - Fred den Ouden - Geert Meijer - Ger van Beers - Jan de Ridder

 

Jan van Dorst Peter van de Beeten Toon Timmermans Willem Huiszoon Wim van den Biggelaar

vlnr: Jan van Dorst - Peter van de Beeten - Toon Timmermans - Willem Huiszoon - Wim van den Biggelaar

 

De taak van de wijkagenten veranderde niet in vergelijking met die van vóór de reorganisatie. Ze gingen alleen een meer centrale rol vervullen in een nauwere samenwerking met alle bijzondere diensten die in het bureau waren ondergebracht,

 

 

DISTRICT ZUID

 

Jan van GestelOnder leiding van districtschef Jan van Gestel (l) kreeg het district Zuid op 1 juli 1987 een nieuw bureau in de wijk en wel aan het Balsemienplein.
Tijdelijk werd een voormalig schoolgebouw betrokken totdat het politiebureau aan de Aalsterweg klaar zou zijn.

Van Gestel was ook de "bouwpastoor" van dat nieuwe onderkomen.

 

 

  

Henk Mobach Geert Veroude

vlnr: Henk Mobach †(brig) - Geert Veroude (brig)

 

Frans van Roozendaal Henri Boon Jan van der Heijden Remy Blommaert Rob Lingeman Theo van den Eijnden

 

Op bureau Stratum-Gestel waren  6 wijkagenten olv. 2 brigadiers werkzaam te weten:

vlnr: Frans van Roozendaal - Henri Boon - Jan van der Heijden - Remy Blommaert - Rob Lingeman - Theo van den Eijnden.

 

DISTRICT CENTRUM

 

Op 1 juni 1988 ging het omgevingsgericht werken van start voor het hoofdbureau en wel voor het district centrum. Daaronder vielen de wijken Centrum, Strijp en Tongelre.
Het was een symbolische datum omdat het komen tot omgevingsgericht werken een proces was en dus niet van de een op de andere dag een feit was.
Er was een turbulente periode aan voorafgegaan van verbouwingen die deels werden veroorzaakt door de komst van de Rijkspolitie in het bureau. Verder moesten natuurlijk ook de eigen werkruimten geschikt worden gemaakt.

Er werd in de hal een grote open balie gemaakt waar publiek te woord werd gestaan door medewerkers van de Administratieve Dienst Ondersteuning (ADO)


De afdeling bestond uit een chef en een aantal administratieve krachten, die veel werk uit handen van de politieagenten en  rechercheur namen, met name op het administratieve vlak.

Zaken als:

  • opnemen van aangiften van misdrijven verwerken van door agenten opgemaakte processen-verbaal
  • afwerken van kienvergunningen
  • vermissing rij- en kentekenbewijs,paspoort
  • meldingen van evenementen
  • betalen van allerleibekeuringen
  • verder alle voorkomende administratieve werkzaamheden die niet direct met het publiek te maken hebben, doch voor het district waren.
 

Eén van de doelstellingen was, dat mensen die voor ,,zaken" naar de ADO kwamen, vlot geholpen werden en niet lang hoefden te wachten.

Alle personeelsleden van ADO beschikten over een opsporingsbe voegdheid zodat ze toch een proces-verbaal mochten opmaken.

De nieuwe opzet was, dat de mensen in de hal van het bureau te woord werden gestaan en dat  bijvoorbeeld een aangifte in de hal werd opgenomen aan een speciale balie. De meer privacygevoelige  aangiften werden vanzelfsprekend in spreekkamers afgehandeld. 

Enkele gegevens over District Eindhoven Centrum over 1987 dat toen werd  bewoond door 51.798 mensen (27,1 % van alle inwoners van Eindhoven).

  • 650 aangiften van woninginbraken
  • 2296 aangiften van diefstal uit auto's en 190 aangiften van diefstal van auto-onderdelen
  • 1037 aangiften van inbraken in scholen en bedrijven
  •  31206 parkeerovertredingen
  • 732 winkeldiefstallen ter ore van de politie gekomen. In oktober 1987 werd gestart met het Lik-op-stuk beleid ter bestrijding en voorkoming van winkeldiefstallen. 0nder bepaalde voorwaarden kon de winkeldief in aanmerking komen voor een lik-op-stuk transaktie. Dit was een geldboete. 
    Bij het voldoen daaraan werd het feit in verband met eventuele herhaling geregistreerd en vervolgens als afgedaan beschouwd. Bij niet betalen kwam de winkeldief binnen drie maanden voor de politierechter (lik-op-stuk).
  • De opsporing van ernstige geweldsmisdrijven had en heeft in het Eindhovense korps een hoge prioriteit.  Geweld tegen homo’s  is daar één voorbeeld van. Na onderzoek was gebleken dat met name de aangiftebereidheid van de slachtoffers van dit geweld moest worden verhoogd.
  • In het verleden was de opsporing van daders van groter belang dan de slachtofferhulp. In 1987 was via een landelijk beleid bepaald dat dit echter gelijkwaardig diende te zijn. De politie richtte zich daarom op crisisinterventie en doorverwijzing.
  • ln het kader van de bestrijding van de veel voorkomende criminaliteit kreeg de aanpak van het vandalisme de nodige aandacht. ln Eindhoven was de haltwinkel. Jeugdige vandalen die aan een aantal voorwaarden voldeden (o.a. bekennen, voor het eerst in aanraking met politie) kregen een alternatieve straf in plaats van een proces-verbaal en geregistreerd zijn bij justitie. De politie leverde als het ware de vandalen aan de haltwinkel. Zij moesten dan een aantal uren werken om de schade te betalen c.q. te herstellen. Ze werden in gesprekken met de medewerkers van de haltwinkel zoveel mogelijk met de feiten en gevolgen van hun gedrag geconfronteerd. ln 1987 werden er 57 vandalen via district Centrum doorverwezen naar de haltwinkel

 leiding centrum 1988

 

Na twee jaar in district Noord als districschef te hebben gewerkt werd Hans van den Bergh nu districtschef van district Centrum.

De afdelingen Centrum, Tongelre en Strijp zaten vooralsnog in hetzelfde bureau.
Pas veel later zouden Strijp en Tongelre hun eigen bureau krijgen.

De voltallige leiding van het district staat hierboven aangetreden voor het hoofdbureau aan de Mathildelaan.

VLNR: Marja Raaijmakers (ADO) - Fons Blommaert - Wim Swart - Hans van den Bergh - Pieter van Bokhoven - Jan Kort en Henk Achten.

 

In dit district waren 6 wijkagenten werkzaam te weten:

 

Wil Becs Piet Alkema Mart Strijbos Frans Hijnen jan thiele Wally Lutters


vlnr: Wil Becs - Piet Alkema - Mart Strijbos - Frans Hijnen - Jan Thiele† - Wally Lutters

 

De afdeling recherche Centrum

bestond in 1988 uit 4 rechercheurs, waaronder 4 jeugd/zedenrechercheurs en een coördinator voor jeugd- en zedenzaken voor de drie districten.

Mensen konden bij de recherchegroep terecht voor inlichtingen, raad en advies ten aanzien van:

  1. Jeugdzaken:
    Jeugd- en zedenzakenrechercheurs werkten vaak samen met jeugdhulpverleningsinstellingen èn met ouders van jongeren die. door wat voor een oorzaak dan ook, in de problemen waren geraakt.
  2. Zedenzaken:
    jeugd- en zedenzakenrechercheurs hadden een speciale opleiding gehad om een slachtoffer van een zedendelict een goede eerste opvang te geven en ze naar de juiste hulpverlenende instantie te verwijzen.De politie Eindhoven beschikte toen al over een speciale opvang –en onderzoeksruimte. Indien nodig  werd een vrouwelijke arts ontboden en kon men zich, bij het doen van aangifte, laten bijstaan door een vriend(in) of familielid.
  3. Gewelds/vermogensdelicten:
    De recherche was de afdeling die zaken behandelde als mishandeling, bedreiging, vernieling, brandstichting, diefstallen, inbraak. De recherchegroep onderzocht ook bedrijfsongevallen, samen met de arbeidsinspectie, zelfdoding of niet-natuurlijke dood. Daarnaast trad zij op bij euthanasie, moord of doodslag.

 De afdeling Verkeer.

 

Deze afdeling bestond (in vergelijking met de vroegere afdeling verkeer die 8 jaar tevoren was opgeheven)  uit slechts enkele krachten. De afdeling verzorgde een coördinerende rol tussen de 3 districten. Taken die vroeger ook al door de zelfstandige afdeling verkeer werden uitgevoerd.

Zo werden binnen de afdeling  nauwkeurig de ongevalcijfers bijgehouden en in kaart gebracht om zodoende het verkeerstoezicht daarop af te kunnen stemmen.

Ontheffingen voor bijzondere wegtransporten werden er afgegeven terwijl men ook de zorg had over de opleiding en het toezicht op de Verkeersbrigadiers (kinderoversteekplaatsen). Verder werden er voor alle districten de technische onderzoeken aan voertuigen uitgevoerd.

 

Afdeling Bijzondere Wetten:

 

Deze afdeling verleende verguningen en ontheffingen die voor wetten als Jachtwet, Vogelwet, Visserijwet, Winkelsluitingswet, wapenwet etc. nodig waren. Verder hadden ze natuurlijk het toezicht op die wetten en verleende ze adviezen aan andere overheidsinstanties zoals de gemeente.

 

Een nieuw fenomeen: Werkplannen.

 

In 1988 werd er begonnen met het maken van zogenaamde werkplannen. Per district werd beschreven welke politiezorg dat gebied nodig had. Niet aan alles kon aandacht worden geschonken maar de plannen moesten aangeven welke problemen het meest in de wijken leefden. Daardoor moest het werk van de politie efficiënter worden. Daarom ging de politie te rade bij de bewoners zelf maar ook bij andere instanties die in de buurt werkzaam waren. Op die manier moest duidelijk worden wat er speelde. Dan werd beschreven welke problemen werden aangepakt en hoe dat moest gebeuren.

 

Op de plattegrond van Eindhoven zag de nieuwe indeling van de drie districten er als volgt uit:

 

 

districtsindeling 1988

 

 

 

BEZUINIGINGEN

 

advertentieMidden tachtiger jaren begon ook de landelijke overheid met het beknibbelen op politieuitgaven. Rob Hessing
Zowel de toenmalige hoofdcommissaris Rob Hessing (r) als de burgemeester van dat moment, Dr.Gilles Borrie, gaven stevige kritiek op het landelijke beleid ten aanzien van de politie.
De hoofdcommissaris verweet in een van zijn toespraken de beide departementen dat die onvoldoende in staat zijn geweest het dagelijkse politie management te ondersteunen en dat ze niet of nauwelijks voorwaardenscheppend hadden gewerkt.
Ook verweet hij de departementen dat die zich teveel met details bemoeiden, terwijl ze zich met hoofdzaken dienden bezig te houden omdat concrete bedrijfsvoering niet op landelijk niveau te regelen zou zijn.
Door de overheid werden destijds ombuigingsoperaties uitgevoerd en werden politiekorpsen achteraf gekort.

Hessing: "Er valt geen plaatselijk politiebeleid te voeren en strategische keuzes te maken, wanneer het management steeds wordt getracteerd op kortingen die een terugwerkend effect hebben. Het zal voor het korps steeds moeilijker worden een antwoord te vinden op mankracht en middelen."

In 1986 dienden er 19 formatieplaatsen te worden ingeleverd. Op dat moment wist Hessing dat tot 5 te beperken en moest later dat jaar stevig gaan 'vechten' voor behoud van de andere plaatsen.
Steeds meer burgerpersoneel diende bepaalde taken van de politie over te nemen.
Eenvoudig toezicht, administratieve taken werden daarmee bedoeld.
In zijn nieuwjaarstoespraak van 1987 waren de toverwoorden van Hessing efficiëntere dienstroosters, kwaliteit van werk, rouleren en flexibiliteit. Specialisme weghalen waar mogelijk is zodat de meesten breder inzetbaar waren.
De roep om meer mensen of handhaving van de bestaande sterkte hoorde je op het ene moment en de bovengenoemde mogelijkheden weer op andere momenten. Ook van burgemeester Borrie die in een interview in het kader van zijn afscheid ronduit zijn minachting uitsprak over de bezuinigingsmaatregelen.

Enkele citaten uit het interview: 
"De inkrimping is volstrekt in strijd met de prioriteiten die er gesteld moeten worden hoewel ik wel denk dat er effciënter gewerkt kan worden."
"Er wordt door de landelijke overheid teveel met het rode potlood gestreept"

"Als we zo doorgaan is het politievak naar mijn mening niet meer naar behoren uit te oefenen"

"Kamerleden zijn over het algemeen onvoldoende geïnformeerd over de situatie waarin de politie zich bevindt."

 

CONTRACTMANAGEMENT.

In 1987 werd er weer iets nieuws ingevoerd. Contractmanagement. Dit was een middel om het korpsbeleid te concretiseren. Het korps was al langer gewend aan cijfers mbt. personeel en financiën maar niet op het gebied van politiewerk.
Er waren tal van bezwaren onder de korpsleden. Het eigenlijke politiewerk, het product, zou niet in cijfers uit te drukken zijn. Vooral op het gebied van hulpverlening was dat moeilijk.
Toch waren er natuurlijk ook werkzaamheden die wel in cijfers te vatten waren.
Te denken viel aan:

  • Afgehandelde verkeersongevallen
  • (On)opgeloste misdrijven
  • Aantal aangehouden verdachten
  • Aantal opgemaakte processen verbaal
  • etc.

De cijfers zouden moeten helpen bij het maken van juiste beslissingen en dus niet direct moeten leiden tot beslissingen.

De doelen die men daarbij voor ogen had:

  1. Meer duidelijkheid; een district, afdeling of ploeg weet concreet wat er van hen verwacht wordt;
  2. Betere bijsturing; een district, afdeling of ploeg krijgt de mogelijkheid bij te sturen wanneer het contract niet gehaald dreigt te worden;
  3. Betere verantwoording; een district, afdeling of ploeg krijgt de mogelijkheid zich te verantwoorden voor de verrichte activiteiten;

In de eerste contracten, die door de drie districtschefs voor hun district met de korpschef werden ondertekend, werd niet alleen aangegeven welke productie zij voor het komende jaar wilden gaan leveren, maar ook wat ze dachten nodig te hebben om dat doel te behalen. Mensen, middelen en budget.

In de beginperiode moest alle informatie die nodig was om het contractmanagement te controleren op de juiste werking, handmatig worden bijgehouden door de zogenaamde ADO's van ieder district. Dat waren de Administratieve Diensten Ondersteuning. Een geautomatiseerd systeem moest nog ontwikkeld worden.

Het was natuurlijk niet zo dat, als er een contract was afgesloten, de rest vanzelf kwam. De contracten waren daar te abstract voor. De afdelingen moesten zelf aan de slag om (met het contract als kader) werkplannen te maken. Daarin gaf men aan hoe men de gestelde doelen wilde behalen.
Contractmanagement was een middel om binnen de politie bedrijfsmatiger met elkaar om te gaan.

  

TOP


artikel-homo-1

In 1986 werd er in het Eindhovense korpsblad "Polivisie" een groot artikel gewijd aan het onderwerp politie en homoseksualiteit. Dat was onder andere naar aanleiding van een artikel in het Haagse korpsblad waarin stond geschreven dat de "Discussie over politie en homofilie voorlopig werd gesloten".
Naast enkele poistive reacties van de redactrice waren er ook negatieve zoals "Gezeur over homo's moet maar eens afgelopen zijn" en de vraag of de betrokken politiemensen er wel goed aan hadden gedaan om hun  probleem tot dat van 2000 anderen te maken.

joop-de-jager-chef-voorlichtingDe reden dat het nu in het korps Eindhoven bespreekbaar werd gemaakt was onder andere dat de schrijver van het artikel,  Joop de Jager die in 1983 als chef afdeling voorlichting was aangesteld(R), zich niet alleen hoefde te bedienen van anonieme politiemensen zoals dat in het Haagse korps was gebeurd.

Andere redenen om dit te doen waren:

  • het feit dat De Jager in het verleden nooit negatieve reacties gehad op door hem geschreven controversiële artikelen,
  • er bij het bekend worden van zijn voornemen om over dit onderwerp te schrijven onverwachte reacties waren losgekomen in de vorm van ongepaste grappen
  • dat hij eerdere stukken had gelezen over dit onderwerp die er niet om logen. Zo was eens een politieman in opleiding verzocht ontslag te nemen nadat hij bekend had gemaakt dat hij homo was.

Niet, zoals De Jager schreef, voor de oorlog maar in de tachtiger jaren. De jaren van tolerantie en vrijheid voor iedereen.

De Jager nodigde twee homoseksuele collega's uit om over dit onderwerp te praten.
Een van hen, Inspecteur Peter van Weert, vond dat je, als je iets wilde bereiken, dat niet anoniem moest doen. Hij vond de reacties op het voornemen van De Jager om over dit onderwerp te schrijven, genoeg aanleiding geven om het op deze manier te doen.

Het werd uiteindelijk een artikel waarin beide collega's heel open hun levensverhaal vertelden. Hoe ze waren opgegroeid, hoe ze op een bepaald moment tot ontdekking kwamen homo te zijn en hoe ze daar vervolgens binnen hun eigen kring (in het geval van Peter) mee naar buiten kwamen en wat voor problemen ze daar mee hadden.

De andere collega was daar nog niet aan toegekomen. Zelfs zijn ouders wisten het toen nog niet. Voor iemand van in de 20 is dat een behoorlijke belasting omdat er nu eenmaal bepaalde verwachtingen zijn zoals verkering krijgen etc.
Ook was het tijdens het werk een belasting omdat er vaak negatieve opmerkingen en grappen over homsexualitiet werden gemaakt zonder dat men wist dat hij homo was.
Het constant verstoppertje spelen was moeilijk.
Ook het risico chantabel te zijn was niet denkbeeldig. Je kon tenslotte in het bijzijn van een collega die niets van je geaardheid wist, in contact komen met een verdachte die je uit het homo circuit kende.

artikel-homo-2
Peter schreef tijdens zijn opleiding aan de Nederlandse Politie Academie een skriptie over Politie en homoseksualiteit ((ISBN10 9068390066 en ISBN13 9789068390063) die werd aangeboden aan een vertegenwoordiger van Binnenlandse Zaken.(links)
Toen hij in het korps kwam werken wist overigens niemand dat hij homo was. Er was ook niet naar gevraagd toen hij solliciteerde.
Na het gesprek kwamen beiden tot de conclusie dat het Eindhovense korps in het algemeen niet echt homo onvriendelijk was.

Uiteraard kende het korps niet alleen homosexuele mannen maar ook vrouwen.
Ook die kampten natuurlijk met dezelfde moeilijkheden vanaf het moment het bij zichzelf ontdekken tot aan de coming out.
De politieorganisatie was een conservatieve, vrouwen in het korps waren een nieuw fenomeen. Bleek die vrouw dan ook nog lesbisch dan was dat volgens haar helemaal problematisch.
De geïnterviewde vrouwelijke collega kwam echter op een bepaald moment tot de conclusie dat het grootste probleem bij haarzelf lag. Ze was bang voor de reacties na een coming out en dat bleek achteraf helemaal niet nodig te zijn geweest.
Nooit heeft ze daarna tijdens haar werk problemen ondervonden vanwege haar geaardheid.
Ze wilde gewoon zichzelf zijn en wilde nooit tot een bepaalde categorie horen. Niet bij feministen of roze driehoek. Gewoon zijn wie ze was.
En dan is het fijn als je in een tolerant korps werkt waar dat kan.

TOP

 

Het prille begin

Voor 1920 was het grondgebied van de huidige gemeente Eindhoven verdeeld over de gemeenten Eindhoven, Strijp, Woensel en Acht, Stratum, Gestel & Blaarthem en Tongelre.
Door de annexatie op 1 januari 1920 ontstond de huidige gemeente Eindhoven met een inwoneraantal van 45624.
De politie bestond in de nieuw gevormde gemeente Eindhoven uit de politiemensen afkomstig uit de voormalige gemeenten. Deels uit agenten en deels uit veldwachters.
Door het inwoneraantal werd de gemeente Eindhoven vanaf die tijd een commissariaat:

 De Gemeentepolitie Eindhoven

burgemeester van MensVoor de annexatie van Eindhoven met de omliggende gemeenten bestond het politiekorps van Eindhoven uit:burgemeester van mens

1 inspecteur, 1 adjunct inspecteur en 9 agenten. Een werkdag bestond uit 10 uur.
Dat veranderde in een 8 urige werkdag na een raadsbesluit op 7 april 1919.
Het korps werd om die reden uitgebreid met 1 hoofdagent en 4 agenten, waarvan 1 rechercheur.
Burgemeester van het voormalige Eindhoven was Van Mens.(L-R)
Hij had tevens de leiding over het korps waarvan u hieronder een foto ziet van voor 1920, het jaar van de annexatie van Eindhoven met de omliggende gemeenten. 

     korps ehv 1919

Het korps van oud-Eindhoven bestond uit: uit de hoofdinspecteur J. van Dorsselaar (zittend midden) en Inspecteur Ten Haaf (zittend 3e van links) met oa. als (hoofd)agenten:
Zittend vlnr: Verkaart - Hendriks - Insp. Ten Haaf - Hip. J. van Dorsselaar - Van de Leij - P. Vermeulen - Baken
Staande vlnr: Van Wanrooij - Van Dommelen - Hurkmans - Van Heugten - Van Esch - Franken - Savonije - Sjef van den Biggelaar - Berkers - Van Werkhoven - Antonis

Hip. van Dorsselaarip. Ten Haaf

In augustus van dat jaar werd inspecteur J. van Dorsselaar (l) bevorderd tot hoofdinspecteur en de heer Ten Haaf (r) tot inspecteur.
Op 1 januari 1920 kwam de annexatie tot stand. Een politieman die voor de annexatie een strafbaar feit ontdekte moest er als de kippen bij zijn om de overtreder te pakken want als die de gemeentegrens had overschreden stond de politieman machteloos.
Daardoor was het zogenaamde 'klein Eindhoven' voor veel verdachten een eldorado omdat het zo gemakkelijk was om de grens van een van de omliggende gemeenten over te wippen.
Na de annexatie bleef de verdeling van de politie enige tijd gehandhaafd. Zo bleef inspecteur de Poorter met zijn mannen in Woensel en inspecteur Minnaert in Stratum.

STRATUM

korps stratum 1919

Burgemeester SmitzBurgemeester van het voormalige Stratum was de heer Smitz.  (L)
De dagelijkse leiding van het korps berustte bij inspecteur Minnaert (boven midden voor)
Zij hadden de leiding over de (hoofd)agenten (boven):

Zittend vlnr: Willem van der Leegte, Hip. Minnaert - Peels
Staande vlnr: Nieuwburg, Effting, Greefhorst, Harrieke Foolen

  

OUD WOENSEL

 politiekorps oud woensel


In Oud Woensel werd de scepter gezwaaid door hoofdinspecteur De Poorter (vooraan midden) onder leiding van burgemeester De Vries.
Zittend vlnr:
Den Brok, Van den Broek, De Poorter, Wouters, van de Vorst
Staande vlnr:
van Boven, Jansen, Driek van de Wal, Peters, Nijenhuis, Bergsma en Hoppenbrouwers.

P. de Poorter overleed op 29 mei 1932. Van zijn uitvaart zijn nog enkele foto's bewaard gebleven. De stoet stond opgesteld op de Grote Berg bij het hoofdbureau van politie (onder)

 

uitvaartstoet p. de poorter 1932

uitvaartstoet p. de poorter

begrafenis p. de poorter

Vlnr: Brinkman - Minnaert - Vrensen - 6e is Ip. Van Keulen

krantenartikel uitvaart de poorter 1932klik op de afbeelding voor vergroting

 

GESTEL

 

Piet Knabben

In Gestel, onder waarnemend burgemeester van den Hurk, werd de politiedienst uitgeoefend door Piet Knabben.(boven)
De burgemeester Kolfschoten was in een andere gemeente benoemd en men vond het vanwege de aanstaande annexatie niet nodig een nieuwe burgemeester te benoemen.
Piet Knabben werd als veldwachter benoemd in 1918.
Na de annexatie werd hij (net als de anderen) als veldwachter ontslagen en op dezelfde datum als agent van politie weer aangesteld.

 

Hieronder de daarop betrekking hebbende formulieren.

 

aanstellingsakte Knabben eedaflegging Knabben aanstelling Knabben

Links: de aanstellingsakte als veldwachter - midden: de eedaflegging - rechts: de aanstelling als agent.

Klik op de afbeeldingen voor vergroting en in het nieuwe scherm nog een keer

 

STRIJP

 

van Vroonhoven burgemeester Strijp Driek Senders Duijsters

In de gemeente Strijp was burgemeester van Vroonhoven (linksboven) met de als politie Driek Senders (midden) en Duysters rechts);

Driek Senders zou na de annexatie portier worden op het hoofdbureau aan de Grote Berg.

Het was een flamboyante man die in zijn vrije tijd een rode flambard (flaphoed) droeg waardoor hij wel eens werd aangezien voor een zigeuner.

 

TONGELRE

 

klaas van soerland van Summeren Franken

In Tongelre had men burgemeester van Engeland met als veldwachters vlnr: Klaas van Soerland(l), van Summeren, Franken foto uit 1937 en Martens(geen foto)

TOP


 

 

 

 

 

Na de annexatie in 1920

burgemeester Verdijk

Toen op 1 januari 1920 (na annexatie van de gemeenten Strijp, Woensel, Gestel, Stratum en Tongelre) de gemeente Eindhoven ontstond, was Burgemeester Verdijk (r) hoofd van de politie.
Dat duurde tot 1 februari 1942 (tweede wereldoorlog) toen hij, bij besluit van de Commissaris Generaal voor Bestuur en Justitie werd ontslagen.
Vanaf dat moment werd de N.S.B-er Pulles tot aan de bevrijding op 19 september 1944, burgemeester van Eindhoven.
Daarna werd, tot aan zijn pensioen op 1 januari 1946, Verdijk weer burgemeester. 

 

CvP Gerrit Frederik Brinkman

 DE EERSTE KORPSCHEF VAN GROOT EINDHOVEN

Als eerste commissaris werd op 13 augustus 1920 benoemd Gerrit Frederik Brinkman geboren op 15 december 1875, voormalig hoofdinspecteur van politie in 's Hertogenbosch. (boven) Brinkman ging op 31 december 1940 met pensioen en overleed op 24 september 1948. Voor zover bekend was hij de enige commissaris van politie in Nederland die een uniform droeg. Het verhaal deed de ronde dat, toen Brinkman een blauwe maandag in Eindhoven was, hij voorbij een café aan de Nieuwstraat kwam waar het nogal rumoerig toeging. Zich bewust van zijn waardigheid stapte hij onvervaard binnen en trachtte de vechtenden te scheiden nadat hij zich bekend had gemaakt als "de commissaris van politie".
Of de vechtenden hadden het niet begrepen of ze hadden nog nooit van de kersverse commissaris gehoord, maar er vielen rake klappen over en weer. Dit voorval zou de aanleiding zijn geweest om een uniform aan te schaffen dat hij daarna veelvuldig droeg en hem het aanzien gaf van een Russische generaal uit de Tsarentijd.
Brinkman was de bekende ruwe bolster met de blanke pit. Fors gebouwd, driekwart jas met bontkraag, witte shawl en grote hoed. Tijdens een gesprek met een van zijn inspecteurs zei hij het volgende: "Mijnheer, de democratie ontwaakt in de mens eerst dan wanneer hij er zich van bewust wordt dat hij op dezelfde manier poept als de minister." Een uitspraak die niet zou hebben misstaan in de les staatsinrichting.

korpsleiding onder brinkmanDe korpsleiding onder CvP Brinkman
Zittend vlnr: Ten Haaf - Minnaert - Brinkman
Staande vlnr: Vrensen - Pijls - Van Keulen - Van Dijk (In de oorlog SS-er en korpschef Nijmegen)
Deze foto is vermoedelijk begin dertiger jaren genomen. Van Dijk was in 1929 bij het korps gekomen en Vrensen op 1 mei 1930.

In 1937 werd er in Eindhoven film 1937 gemaakt over de stad. Daarin is te zien dat commissaris Brinkman (met vermoedelijk De Poorter) het hoofdbureau aan de Grote Berg verlaat. Brinkman in burger met zijn karakteristieke hoed.
Ook is op het filmpje te zien dat het Philipspersoneel van de fabriek aan de Emmasingel naar huis gaat. Een enorme drukte. Het verkeer bij de toenmalige Woenselse overweg werd geregeld vanuit de zogenaamde peperbus.

Hagt.Vermeulen

In het Eindhoven, ná de annexatie, kwamen hoofdinsp. van Dorsselaar en Insp. ten Haaf dus onder leiding van de eerste commissaris van het gemeentepolitie korps Eindhoven: Brinkman. Als er nieuwe agenten werden aangesteld werden die gedurende 3 maanden onder de hoede genomen van een oudere politieman en kregen ze theorielessen van hoofdagent Pierre Vermeulen (boven).
Die lessen waren niet verplicht maar er werd "een zachte drang" op hen uitgeoefend door de leiding. In het begin werd er alleen te voet gesurveilleerd maar al snel ontstond de behoefte aan fietsen.
Die fietsen, merk "Brennabor" werden gehuurd van de fietsenhandelaar Bodar.
Omdat die fietsen vaak na drie maanden al 'in de soep' gereden werden werd er een rijwieltoelage ingevoerd die tot in de negentiger jaren gehandhaafd bleef. 

OMSTANDIGHEDEN IN HET BUREAU

In de kamer van de hoofdagenten werd ook theorie gegeven aan het jonge personeel. Het was een donker bureau en als er iemand eens een lamp teveel aan had werd die door de hoofdinspecteur meteen uitgedaan. De cellen in het houten gebouwtje werden ondermeer gebruikt door lieden die hun roes moesten uitslapen. Vaak bleven die tegen de deuren schoppen waardoor de 'rust' in de agentenwacht werd verstoord. Agenten lieten dan water de cel inlopen waardoor de arrestanten hun toevlucht zochten tot een hoger gelegen brits achter in de cel en zo de deur niet konden bereiken zonder natte voeten te halen. Slechts een keer in de 20 jaar kwam er een ministeriële beschikking met daarin de eisen waaraan cellen moesten voldoen. Vaak waren de verblijven van de manschappen slechter. In het bureau Woensel grensden de cellen aan de agentenwacht. Het gevolg was dat de urine van arrestanten, die de celdeur voor urinoir aanzagen, de wacht instroomde.

 

TOP

 

 


 

DE EERSTE REORGANISATIE

In 1920 werd begonnen met de eerste reorganisatie van het nieuwe gemeentepolitiekorps.
De personeelssterkte bedroeg 45 man.
Op het einde van de oorlog was dat 246. In de beginjaren van het korps was het bezit van een politiediploma nog geen aanstellingseis.
Iedereen moest voor zich zelf maar zien dat diploma, waarvoor een toelage van f 1,-- per week werd gegeven, machtig te worden. De een leerde het van de ander. Velen deden hun politiekennis op bij Vermeulen.
Er werden in die tijd geen opleidingscursussen gegeven door of vanwege de dienst, terwijl men ook geen faciliteiten kreeg.

SALARIËRING

Je werd als agent aangesteld op een salaris van f 27,-- per week, terwijl in die tijd een wegens dronkenschap in arrest gestelde grondwerker een loonzakje bij zich had met....schrik niet.... f 70,--
Als je dan nog in ogenschouw neemt dat de diensttijd 72 uren per week bedroeg, is het duidelijk dat er voor de bondsbestuurders in die tijd ook al veel te doen was.
De rechtspositie en bezoldiging werden toen nog gemeentelijk geregeld n.l. door de gemeenteraad.
Er is in die jaren een grote salarisstrijd gevoerd moeten worden. Dit blijkt nu nog duidelijk uit de sterk schommelende salarissen van die tijd.
Door aanzienlijke salarisverhogingen in het vrije bedrijf (het voorbeeld van die grondwerker toont dit wel duidelijk aan), waarmede de overheidsbezoldiging geen gelijke tred had gehouden, was er een scheve verhouding ontstaan.
In die tijd moesten de salarisacties plaatselijk gevoerd worden, wat betekende, dat zoveel mogelijk raadsleden persoonlijk bewerkt moesten worden om van hun medewerking zoveel mogelijk verzekerd te zijn.
Tijdens een scherp politie-salarisdebat in een raadsvergadering, zei een der raadsleden (een ingenieur van Philips) het onverantwoord te vinden dat een politieagent met nog geen f 30,-- per week naar huis werd gestuurd, terwijl het gemiddelde loon bij Philips f 45,-- per week bedroeg. „Ik voel mij onder deze omstandigheden 's avonds op straat niet meer veilig, mijnheer de voorzitter", zou dit raadslid aan zijn betoog hebben toegevoegd.

afscheid van Dorsselaar 1 8 1923

 Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Zittend vlnr: Bruin-Van den Broek-Insp. van der Laan-CvP Brinkman-Dorsselaar-Ten Haaff-Minnaert-Vermeulen-Hendriks en Verkaart
1e rij staande vlnr: Giel Baken-Van Keulen-Stuyvenberg-Klaas van Soerland- Knabben-Eftink-Van Dommelen-Van Veen-Kuijs-Schreuder-Duisters-Van Wanrooy-Antonis-Hurkmans-Van de Wiel - Sjef van den Biggelaar
2e rij staande vlnr: Sprokholt-Aarts(adminisratie)-Duvigneau-Driek van de Wal-Hoppenbrouwers-Van Ingen-Werkhoven-Buteijn-Van der Leegte-Klessens-Roks en Harrie Foolen
3e rij staande vlnr: Nijenhuis-Van de Leur-Wils-Verhagen-Wernaert-Smits-Senders-Van Summeren-Vink-Brok-Bogert-Van Esch en Van Hoek.

Voor zover bekend is dit de éérste foto van het korps Gemeentepolitie Eindhoven in het Eindhoven na de annexatie.
De foto werd gemaakt bij gelegenheid van het afscheid van hoofdinspecteur van Dorsselaar op 1 augustus 1923 bij het toenmalige commissariaat aan de Dommelstraat 32, tevens de woning van commissaris Brinkman.
Het politiebureau was toen immers nog in het stadhuis aan de Rechtestraat.

Van Dorsselaar werd opgevolgd door hoofdinspecteur Ten Haaf. Naar de stad kwamen toen inspecteur De Poorter, als practisch chef van de geüniformeerde dienst, en inspecteur Minnaert. 

In 2016 kreeg ik onderstaande foto van een kleindochter van Sytze van der Laan die op deze website haar opa ontdekte. Het is onbekend bij welke gelegenheid deze foto is genomen meer het lijkt erop dat die ook is genomen rondom het moment dat inspcteur van Dorsselaar afscheid nam.
Er staan nl. diverse mensen op die ook op bovenstaande foto staan. Ook is onbekend waar deze foto in Eindhoven is genomen.

groepsfoto van dorsselaar

Klik op de afbeelding voor een vergroting

1924

  • in Woensel waren 1 hoofdagent en 4 agenten.
  • Acht (2)
  • Stratum (2)
  • Gestel (2)
  • Strijp (2)
  • Tongelre (2)
    Hun taak (behalve in Woensel) was te vergelijken met die van wijkagent.

1928
Dat heeft geduurd tot 1928 toen er in Woensel en in Stratum 1 agent bij kwam.
In het jaarverslag van dat jaar: "In verband met de dringende behoefte aan toezicht op de parken werd 1 agent in Woensel en 1 in Stratum gedetacheerd met speciale opdracht "om tegen de beschadiging en onzedelijkheid aldaar te waken"

1929
In 1929 waren er in Woensel 3 hoofdagenten en 9 agenten en in Stratum 4 agenten.

1930
In 1930 bestond de straatdienst uit 2 inspecteurs, 9 hoofdagenten en 59 agenten, verdeeld over

  • Woensel (3 hoofdagenten en 13 agenten)
  • in Acht 2 agenten,
  • Stratum (4)
  • Gestel (3)
  • Strijp (3)
  • Tongelre (3)

1931
In 1931 waren er 70 agenten bij de geüniformeerde dienst die ook werd uitgebreid met 1 adjunct inspecteur.

1932

opening-welschap

vlnr: Maas (germeentewerken) - ? - Slingerland - Funnekotter (gemeentewerken) - Van Velzen (gemeentewerken) - Piloot Postma - Mevrouwe van Keulen - Vöcking (Gemeentebedrijven) Ip. van Keulen - Mr. Brinkman (gemeentehuis) - CvP. Brinkman - Annie Brinkman (dochter CvP) - Mevr. Ten Haaf - ? - Hip. Ten Haaf - Ip. Van Dijk - Rijksrechercher van Zeelt (alias ome Frans, de grote onbekende en Sherlock Holmes)

1932 was het jaar waarin op 9 september het vliegveld Welschap werd geopend.(boven) 

In dat jaar waren er 2 inspecteurs, 3 adjunct inspecteurs, 9 hoofdagenten en 70 agenten.
In dat jaar werden de stadsdelen Gestel, Strijp en Tongelre vanuit het hoofdbureau besurveilleerd.
Na de annexatie was het vaak rumoerig in het zogenaamde "Groot Eindhoven".
Vooral rondom het "Eindje", dat op dezelfde plaats was gesitueerd als de huidige parkeergarage, was het vaak raak.
Voor het bombardement op 6 december 1942 stond daar de Nederlands Hervormde kerk.
Omdat er zoveel werd gevochten waren de cellen bij de woning van hoofdagent van den Broek aan de Harmoniestraat vaak vol.
Toentertijd waren de zijstraten van het Eindje aan de ene kant het Binnenpad en aan de andere kant de Voetbrugsteeg en het Dwarseindje.
Op het Eindje waren veel cafés en danszalen. zoals de "Moulin Rouge", "Oud Keulen", café "de Klomp" en café "Van Heck".

personeelstekort 1930Ook al in 1930 pleitte men voor meer politie in Eindhoven getuige dit krantenartikel.
Het is dus van alle tijden.
"Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd die te herhalen."


TOP


 Hagt. Verkaart

Hagt.Verkaart

 

 

 

 

 

 

 

 

Op een gegeven moment werd er eens assistentie gevraagd in café "De Klomp" van "Mammie" op de hoek van het Eindje en het Binnenpad. Een lastige vent (ene Aarts) werd ingesloten in een van de cellen aan de Harmoniestraat. Toen hoofdagent Verkaart (foto's  de cellen ging controleren ging die Aarts als een bezetene te keer en daagde Verkaart uit om de cel in te komen. Die deed dat en na enkele ogenblikken had Aarts daar al spijt van. Een ander moment liep voor Verkaart slechter af. Op "het Broek" een straat die destijds lag bij de Broekseweg en de Brugstraat, werd in een café behoorlijk gevochten door een destijds beruchte vechtersbaas Fried van Meurs die in het bezit zou zijn van een mes. Verkaart ging naar binnen en nam hem het mes af. Buitengekomen bemerkte van Meurs dat Verkaart alleen was en er ontstond een vechtpartij op leven en dood die wel een half uur duurde. Van Meurs moest het uiteindelijk beslechten en belandde in het ziekenhuis met een door een sabel opengekliefde schedel. Verkaart had - wat men destijds noemde- zo'n zenuwschok opgelopen (tegenwoordig noemt men dat een traumatische ervaring) dat hij lang met ziekteverlof ging en nooit meer de oude werd.

 

celwagencelwagen

 

 

 

 

 

 
Het gevolg was dat in later jaren de celwagen op zaterdag -en zondagavond aan de poort van het hoofdbureau klaar stond om uit te rukken.(boven links) 

Er was zo'n animo onder de agenten om met die wagen mee op assistentie te gaan dat de inspecteur wachtcommandant mensen moest aanwijzen die aan het bureau moesten blijven in plaats van omgekeerd. In de celwagen waren 4 cellen met tussen die cellen en de cabine een ruimte voor in beslag genomen spullen. Achter op de wagen (nog overdekt) waren twee zitplaatsen voor de begeleiders(boven rechts)

l.den.brokIn juli 1925 raakte politieman L. den Brok (l) zwaar gewond toen hij met een mes in zijn borst werd gestoken.
In onderstaand krantenartikel wordt eea. beschreven. Den Brok maakte deel uit van het eerste politiekorps in Woensel.

krantenartikel den brok


Even een sprong in de geschiedenis in relatie tot traumatische ervaringen: 

Op 6 oktober 1988 werd in het korps een regionaal team voor nazorg en begeleiding bij schietincidenten en andere traumatische ervaringen opgericht. Daarvoor was er een begeleidingsteam schietincidenten voor de opvang en begeleiding van politiefunctionarissen die betrokken waren bij een schietincident. Een voorbeeld van zo'n incident staat onder deze link. Het regionaal team was een initiatief van de regionale dienstcommissie (ander woord voor ondernemingsraad). Het team bestond uit 10 leden (Rijks -en Gemeentepolitie) waarvan 2 reserveleden, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een psychoterapeut, een bedrijfsarts, een lid van de verkeersgroep Rijkspolitie en 1 lid van de gp Eindhoven voor begeleiding van vrouwen die getraumatiseerd raakten na of tijdens de aanpak van zedenzaken. 

In de beginperiode was er een heel bijzonder voertuig te zien in de Eindhovense straten. De bakfiets waarmee stoffelijke overschotten naar het bureau werden vervoerd. 
De onderstaande foto's dateren van 1929 en zijn gemaakt door het toenmalige persbureau Het Zuiden uit Den Bosch (glasnegatieven)

lijkenvervoer

 lijkenvervoer

2e van links is Van Vugt en 3e van links is De Rooij

lijkenvervoer

in het sectielokaal

Na aankomst op het bureau werd het stoffelijk overschot naar het sectielokaal gebracht. Rechts de tafel waarop sectie werd verricht.
Op de achtergrond staat de commisssari himself (Brinkman) toe te zien. Compleet met dikke sigaar.

korpschef omstreeks 1930

Deze foto is waarschijnlijk rond 1930 gemaakt.
Vlnr: Ten Haaf - Commissaris Brinkman - onbekend - Minnaert

 Omstreeks 1937 werd het voltallige korps gefotografeerd voor het hoofdbureau aan de Grote Berg.

 korps in 1937

 klik op de afbeelding voor vergrotingen daarna de nieuwe afbeelding voor extra groot.

 Zittend vlnr:

Van Veen, Siebels, V.d. Wielen, Lutke Schipholt, Spijkermans, Insp.Vrensen, Insp. Van Keulen, Insp. Van Dijk, Insp. Pijls, Insp. Minnaert, Hoofdinsp. Ten Haaf, Comm. Brinkman, Insp.Dijs, Insp.Matla, Mulder, Knabben, Verhagen, Nijenhuis, Kuijs, Van Wanrooij,  Van Esch, Schreuders, Van Vugt, Franken, Antonis.

1e rij staande v.l.n.r:

tussen de auto’s Mosterd,  Arends, Van Oorsouw, Snijders, V. d. Els, Willem van Hees, Berben, Van Mol, Schreuder, Janssens, Romein,  V.d.Heuvel, Reiber, Van Pelt, V.d. Kolk, Brands, Baaijens, Wils, Aarts, Buteijn, Josephs, Duvigneau,  Douze, Janssen, Stevenaar, Verhoeven, V.d.Leur, Hoppenbrouwers, Raap, Legius, Leijssen, Moseman, De Boer, (N.V.Philips), Kuif, Kleijn, (N.V.Philips), Hellings, Diepstraten, Van Lingen, V.d.Veerden, Schraven, Braat, Smits, Werkhoven, tussen auto's Hartog (N.V.Philips), Reukers.

2e rij staande v.l.n.r:

Veenstra, Van Breukelen, Janssen, Lensink, Van Vugt, Kok, De Groot, De Tollenaer, Willems, Buijs, Van Soerland, Willem v.d.Leegte, Primus, Zelen, Glaudemans, Herwijnen, Soethout, V.d.Meer, Bechtold, Klerks, Terburg, V.d.Nosterum, Rijntjes, Verhoeven, Van Summeren, De Rooij, Kruseman, (Philips), V.d. Wiel, Verweij, Eikhoudt, Raes,

Daarboven Van Rooijen, Baken, V.d.Bogert, Van Perlo, V.d. Broek, Pijnenburg, Ter Voorde, Van Maris, V.d.Pasch, Gossink, Staal, V.d. Wiel, Van Kruijsbergen, Heskens, Jonkers, Wernaarts (Philips), Klessens, Verhagen, Van Dommelan, Kokhuis, Van Breughel,

Achterste rij v.l.n.r:

Verstappen, Boumans (Philips), V.d.Biggelaar, V.d.Heuvel, Van Stuivenberg, De Rooij, Sprokholt, Baken (Giel), Aarts, Foolen, Aarts, Klingens, Kuipers, Van Basten, Klinkenberg, Van de Palen, Hennige, Vink

groepsfoto 1935

Onbekend waarom deze foto is genomen. Betreft 1935. Aangezien nummer 4 (Driek Senders) destijds de portier van het bureau was en hij nu pontificaal naast commissaris Brinkman zit (nummer2) is het niet denkbeeldig dat deze foto gemaakt is bij zijn afscheid of een jubileum.
Nummer 1= Willem van der Leegte-3= Ip. Ten Haaf- 5=Ip. Van Keulen-6= Harieke Foolen-7=Van Vugt-8=Vermeulen

Klik op de afbeelding voor vergroting

 

 

TOP

 


 Jan Klessens was in 1922 bij de Eindhovense politie begonnen en in 1958 gepensioneerd. De foto is gemaakt in 1986 toen hij 88 jaar oud was. De andere foto is uit 1923 toen hij dus net 1 jaar in dienst was.
Jan kwam uit de tijd dat het "Eindje" een beruchte plek was in Eindhoven. Het was het toenmalige uitgaanscentrum. Van vrijdagavond tot maandagmorgen was het er altijd raak. Er waren zes cafés waarin veel werd gedronken en veel werd gevochten.
In de buurt woonde rechercheur Sjef van den Broek die aan huis twee cellen had waarin vaak vechtersbazen tijdelijk werden opgesloten. Jan Klessens is ook jarenlang de tamboer maître van de politieharmonie geweest.

Jan Klessens 1923Jan KlessensIn de dertiger jaren werd het zwembad de IJzeren man in Tongelre geopend.

Om de 'zedenverwildering' tegen te gaan was het toen niet toegestaan om gemengd te zwemmen.
De waterplas werd door middel van kabels en stangen verdeeld. Een deel voor de dames en een voor de heren.
Het gedeelte niemandsland tussen die delen was ongeveer 20 meter breed.
Het zou toch eens voor komen dat een mannenhoofd dichter dan 10 meter bij een vrouwenhoofd zou komen.

Omdat de omheining nog niet was zoals bedoeld en er geen financiën waren om een badmeester aan te stellen werden er twee 'potige' politiemannen ingezet die in het bezit waren van een zwemdiploma.
Ze droegen een witte jas, broek en pet.
Jan Klessens(l) en Jan Smit werden "badmeester" en voor twee jaar gedetacheerd in het zwembad. Hun taak was niet alleen het ervoor zorgen dat er niemand verdronk maar ook het strikt gescheiden houden van de dames en heren.

Hoe men over het begrip goede zeden dacht wordt voor een deel duidelijk als je de kranten uit die tijd leest. Over het gemengd zwemmen in het Eindhovense openlucht zwembad werd regelmatig geschreven. Het was gewoonweg verboden. De Eindhovense politiek heeft er enkele jaren over gepraat of dat nu wel of niet moest worden toegestaan.

Hieronder enkele krantenartikelen over de perikelen (politieke) rond de Ijzeren Man en het optreden van de politie waarop veel negatief commentaar werd gegeven.
Bron artikelen:  Delpher.

zwembad juni 1953zwemmen 7
1953

zwemmen 18 8 53 waarheidzwemmen aug 53 volkskrant 1953

klik op de afbeeldingen voor vergroting 

zwemmen sumatrakrant 27 7 53zwemmen sumatrakrant 25 8 53
klik op de rechter afbeelding voor vergroting

zwemmen verantw 3 9 53zwemmen ingezonden 1 7 53 wwarh

klik op linker afbeelding voor vegroting                                                  Een ingezonden stuk.

 

 

 

 


adjudant VerhagenWim van Gaalen  wim van gaalen
Adjudant Verhagen (l) en Wim van Gaalen (rechts in 2006)

 


voorzijde politiepenningachterzijde politiepenning

 

 

Commissaris Brinkman, de hoofdinspecteur Ten haaf en een of meer andere inspecteurs, waren in het bezit van een zilveren politiepenning, die speciaal voor hen was gemaakt.
Volgens het boek van Matla bij de N.V. Philips.
Oud adjudant Verhagen heeft de hierbij afgebeelde penning in de vijftiger jaren aan de toen jonge inspect. van Gaalen gegeven die hem op zijn beurt aan mij gaf tijdens mijn afscheid in 2006.
De penning was een soort legitimatiebewijs van de politie en stamt van ver voor de tweede wereldoorlog. Werd in Nederland op andere plaatsen gebruikt van 1900 tot 1940.

Verhagen was geboren in 1894 en kwam bij de politie Eindhoven in 1921. Hij nam afscheid in 1955.

Wim van Gaalen werd geboren in 1928 en kwam in 1952 bij de politie. Hij nam afscheid in 1988 en overleed op 83-jarige leeftijd in 2012.

Ook hoofdcommissaris Bote van der Werf had ook een politiepenning. Het is niet bekend of deze penning ook bij de N.V. Philips was gemaakt. 

 MAR8507-penning-HC MAR8508-penning-HC-achterzijde